Bonnie ‘Prince’ Billy + Sir Richard Bishop

Als je een concertzaal verlaat en de nummers die je
zonet hebt gehoord zich nog de hele weg naar huis, tot in je bed
toe, herhalen in je hoofd, dan had je ofwel te maken met irritant
aanstekelijke songs ofwel met een alles verpletterend
geluidspakket. Gelukkig zorgde Bonnie ‘Prince’ Billy voor het
laatste en beleefde een volgepropte AB zo’n avond waarvan je weet
dat er dit jaar niet veel meer zullen volgen.

De opwarmer met dienst gaat muzikaal door het leven als Sir
Richard Bishop
. De man bracht voornamelijk experimentele,
akoestische gitaarsongs en beheerste zijn instrument als een
professor zijn net geschreven cursus. Dat dit altijd interessante
muziek opleverde, was aan het steeds toenemende geroezemoes te
horen niet ieders mening en die treden we bij. Het begon
veelbelovend en vooral de nummers waarin zijn lenige vingers wat
harder en sneller over zijn instrument raasden, waren goed
verteerbaar, maar zijn tragere Django Rheinhardt cover kon dan weer
een stuk boeiender. Vooral omdat deze net na twee nummers kwam,
waarin hij naar eigen zeggen ‘freak folk’ bracht en hij als een
ongelukkige Bob
Dylan
bij momenten even grappige als pijnlijk te aanhoren
verhalen zong.

Sir Richard Bishop mocht dan nog de mensen die aan het praten waren
expliciet niet bedankt hebben, vanaf de eerste noot van Will Oldham
bleef de AB muisstil, als je het applaus, het irritante geluid van
vallende bekers (doen die beuzakken erom?) en de verzoeknummers
even niet meerekent. Inderdaad, Bonnie ‘Prince’
Billy
was in zeer grote doen en presteerde 25 songs lang
sterk tot zeer sterk. Oldham selecteerde keurig uit zijn gehele
oeuvre, zelfs van voor zijn Bonnie ‘Prince’ Billy-periode. Het is
dan ook niet verwonderlijk dat oudere nummers als ‘More Brother
Rides’ en ‘The Brute Choir’ (beide van ‘Viva Last Blues’) en ‘West
Palm Beach’, nog uitgebracht als ‘Palace’ op iets minder herkenning
konden rekenen.
Dat hij slechts vijf songs uit zijn meest recente prachtplaat
speelde, heeft er wellicht meer te maken dat hij graag het onderste
uit zijn reservoir haalt, dan dat de feeërieke Faun Fable Dawn
McCarthy afwezig was. Hoewel haar vocale steun een duidelijke
meerwaarde bleek op The Letting Go,
zorgde Oldham er voor dat niemand die avond nog aan haar dacht.
Bonnie liet de meeste songs afwijken van de albumversie, vaak door
hier en daar een woord toe te voegen. Hij coverde als het ware zijn
eigen songs, wat in sommige gevallen een verrijking bleek (‘No Bad
News’) en bij andere net niet (‘I See a Darkness’). Van een gebrek
aan creativiteit kan echter niemand hem beschuldigen.
Het aanduiden van hoogtepunten is onbegonnen werk omdat het
verschil tussen de top en wat net daaronder lag, dit niet
rechtvaardigt. Toegegeven, ‘My Home is the Sea’ was wat langdradig,
maar in zo’n setlist ben je dat bij het volgende nummer alweer
vergeten. Het was niet dat Oldham uitblonk in begeestering of
technisch vernuft, verre van. Hij wekte daarentegen bijzonder veel
sympathie op door zijn verlegenheid, zijn wil om verzoeknummers te
spelen en zijn onnavolgbare stem. Bonnie ‘Prince’ Billy brengt niet
alleen zijn muziek, hij is het ook.

Will Oldham trakteerde de AB op een tour de force van twee
uur die geen minuut te lang was. Niet alleen bracht hij zijn songs
betoverend mooi, soms tegen het magische aanleunend, hij zong ze
ook nog eens met zo’n (ingehouden) plezier en liefde dat je er
enkel bewonderend kon van genieten. En wij samen met hem.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =