Sir Richard Bishop + Bonnie ”Prince” Billy solo :: 22 maart 2007, AB

“Hij komt, hij komt” weerklonk het reeds maanden op voorhand. Het was niet “de lieve goede Sint, mijn beste vriend, uw beste vriend, de vriend van ieder kind” die de AB deed uitverkopen, maar wel die andere baardige lieverd: Will Oldham, heden ten dage beter bekend onder zijn succesvolle pseudoniem Bonnie ‘Prince’ Billy.

22 maart 2007 staat in de geheugens van iedereen die erbij was gegrift als de dag van het magistrale solo-optreden van Bonnie ‘Prince’ Billy: een uitverkochte AB-zaal, capaciteit 1800 man, werd twee uur lang in de ban gehouden en het zwijgen opgelegd met niet meer dan een gitaar en een stem. Het optreden van Oldham laat zich dan ook niet vatten in woorden: wie er niet bij was, kan het niet begrijpen; wie er wel was, zal nooit de juiste woorden vinden. Een recensent probeert, en schiet op voorhand tekort. Net zoals voorprogramma Sir Richard Bishop, overigens.

Bishop maakte tot voor kort deel uit van het legendarische Sun City Girls (drummer Charles Gocher verloor onlangs de strijd tegen kanker), maar treedt ook al enige tijd solo op. Met “Spanish Bastard” startte Bishop nog veelbelovend, maar het indrukwekkende gitaarspel werd al snel ingeruild voor een vervelend en bijzonder flauw nummer over een dode priester, en een ongeïnspireerde cover/hommage aan Django Reinhardt. Bishop, nochtans een getalenteerd gitarist, had duidelijk zijn dagje niet. Dat het overgrote deel van het publiek die mening deelde, was tot op het podium duidelijk aan het geroezemoes te horen.

Zo luidruchtig als het publiek zich tijdens Bishops set gedroeg, zo geruisloos was het tijdens de hele set van Bonnie ‘Prince’ Billy. Ondanks de pracht van The Letting Go, stond deze avond niet in het teken van die recentste plaat, en Bonnie ‘Prince’ Billy zelf stond evenmin centraal. Oldham heeft door de jaren heen immers een indrukwekkende catalogus opgebouwd, met platen onder de namen Palace, Palace Songs, Palace Music, Palace Brothers en simpelweg Will Oldham, zonder ooit aan kwaliteit in te boeten. Iedereen heeft zijn persoonlijke favoriete album(s) en nummers, en de kans dat ze gespeeld werden, was tegelijk groot en klein.

Zo mochten Palace-oudjes als "I’m A Cinematographer” en “New Partner” broederlijk naast het recente “Love Comes To Me” of “Beast For Thee” staan. Oldham stond bovendien open voor suggesties van het publiek en gooide er graag een song tussen die hijzelf stoemelings vergeten was. Uiteraard zorgde “I See A Darkness” voor een publieke rilling, al bleek de soloversie een pak minder beklemmend dan de albumversie. De klassieker was niet meer dan het zoveelste hoogtepunt in een set die nooit onder het niveau van “indrukwekkend” zakte.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld Jason Molina kan Oldham dan ook uit een veel rijker arsenaal van songs putten, waarbij “getormenteerdheid” slecht één facet is. Naast een droevige singer-songwiter en een in blues gewortelde americanaman, is Oldham immers ook een geboren entertainer die het publiek de finesse van (guitar) tuning sex uitlegt: “Ooh, ooh, yeah… tuning sex… it is the best sex there is… if you can’t get any other… for the next hour and a half”.

Stilzwijgend toekijken en deemoedig het hoofd buigen was eigenlijk de enige toepasselijke reactie, toen zoveel schoonheid na twee uur afgebroken werd op last van de AB én dik tegen de zin van Oldham, die zichzelf in de rol van dienaar had geplaatst: “There are plenty of you and one of me. I’m at your service”. Maar Oldham was ook deze avond, zoals hij zelf zong in het prachtige “Master And Everyone”, “servant of all, and servant to none”. Hoezeer de term ook door scribenten te grabbel is gegooid, toch kunnen we niet anders dan hem te gebruiken: Will Oldham was deze avond opnieuw ‘een grote mijnheer’. Een bijzonder grote mijnheer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + achttien =