Deerhunter :: Cryptograms

Sommige bands maken hun beste plaat tijdens een moeilijke periode.
De opnames dienen vaak als een echt louteringsproces. Ze leggen
zich daarmee impliciet neer bij de stelling van de Amerikaanse
schrijver Henry Miller: “Moeilijkheden zijn alleen maar kansen met
doornen”. Een nieuw schoolvoorbeeld daarvan is ‘Cryptograms’ van
Deerhunter. De opnames van het tweede album van dit in Atlanta
gevestigde vijftal verliepen namelijk niet van een leien dakje.
Vanwege financiële en persoonlijke problemen (de dood van de
oorspronkelijke basspeler was daar een van) werd het album
opgenomen in amper twee dagen.

Die korte opnameperiode zorgt ervoor dat het album in twee delen
uiteenvalt. Het eerste deel is steviger, rauwer en meeslepender.
Deerhunter trekt in ‘Lake Summerset’ ongedwongen alle registers
open om het pompende, vaak zelfs angstige ritme te doen overlopen
in een vloedgolf van geluid. ‘White Ink’ is daar het meest
uitmuntende voorbeeld van: minutenlang kabbelt een geluidsmuur
vibrerend over je heen, wat in een hypnotiserend, semi-religieus
effect resulteert. Ook ‘Providence’ probeert je weg te lokken naar
andere oorden met een lang aanhoudende, eclectische compositie.
Maar vervelen doet dat uitgesponnene nooit, integendeel. In dat
eerste deel springt vooral het titelnummer eruit. Zanger Bradford
Cox vertelt over zijn angsten en spijt. Het nummer eindigt in het
wanhopige herhalende ‘There was no sound’. Cox klinkt
trouwens vaak alsof hij in zo’n kleurige nepmicrofoon voor kinderen
zingt. Zo een die je stem vervormt en er wat echo aan geeft.

Na dit eerste, boeiend en zeer intens luisterstuk, gaat de plaat
over van ambient-garagerock naar indierock. Je hoort letterlijk de
overgang, aangezien ‘Red Ink’ eindigt met het geluid van een
aflopende opnamespoel. Het is een aangename afwisseling. De nummers
klinken een stuk enthousiaster, hoewel we hier de eerste
fausse-queue sprokkelen. ‘Strange lights’ klokt dan wel
ongeveer als enige nummer af binnen de voorgeschreven
single-minuten, het is tegelijkertijd het meest zoutloze nummer op
de plaat. De videoclip van dit nummer is trouwens wel kenmerkend
voor Deerhunters muziek. YouTube er maar eens naar, om het in
turbotaal te verwoorden.

Zoals we het beste nummer van het eerste deel vooraan vonden,
treffen we de uitschieter van het tweede deel helemaal achteraan.
De kers op de taart heet het wondermooie ‘Heatherwood’. Deerhunter
plukte een bos rozen waarvan de ene helft doornen met weerhaken
heeft. En voor deze ene keer is pijn echt wel fijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =