Marissa Nadler :: Songs III :: Bird On The Water

Afgaande op de niet bepaald massale volkstoeloop voor Marissa Nadlers recente optreden in de Gentse Frontline, die niet eens voor de helft gevuld was, krijgt deze neo-folkie nog niet de aandacht die Joanna Newsom, Cocorosie of andere geestesgenoten wel genieten. Nochtans is Songs III: Bird On The Water de zoveelste waarlijk uitmúntende madammenplaat waar we de laatste maanden platvisgewijs mee om de oren worden geslagen.

Ze schieten als rijzige paddestoelen uit de grond, de in de vergetelheid verzeild geraakte folkartiesten uit de sixties en seventies, wiens veel te snel ter ziele gegane meesterwerkjes decennia later, profiterend van de succesvolle nieuwe generatie folkies, opnieuw worden uitgebracht en stante pede een cultstatus krijgen aangemeten. Songs III zou zo’n heropgevist album kunnen zijn: tijdloos, mysterieus en klassevol. Het enige verschil is dat Marissa Nadler slechts vijfentwintig jaar is en dus nog alle kansen verdient om niet net als haar illustere voorgangers een roemloze toekomst tegemoet te gaan.

We moeten daar eerlijk in zijn: met haar eerste twee langspelers (Ballads Of Living And Dying uit 2004 en The Saga Of Mayflower May uit 2005) heeft Nadler ons nooit tot en met de laatste noot kunnen boeien. Goeie songs hoor, daar niet van, maar na een tijdje dwaalden onze gedachten steevast af naar andere, leukere bezigheden als onze vingers tellen of in het ijle voor ons uit staren. Niets van dat bij Nadlers nieuwste. Met de hulp van goed volk als Greg Weeks (Espers) en drummer Otto Hauser (Espers, Vetiver) baadt het feilloos geproducete Songs III in een voller geluid, waar naast het gebruikelijke gitaargetokkel eveneens plaats is voor elektrische gitaar, drums en rijke arrangementen.

Hoewel in levende lijve nog steeds een iel, breekbaar kindvrouwtje — denk Anne Frank in een gothicfase — klinkt Nadler hier opvallend volwassen. De hele plaat draait om haar opmerkelijke, in een mysterieuze echo gehulde stem, verwant aan die van klassieke folkzangeressen als Sandy Denny, Anne Briggs of, iets recenter, Josephine Foster. Er gaat een bijna Middeleeuwse verhevenheid van uit wanneer Nadler als een van hekserij verdachte zonderlinge haar neo-folk met gothisch randje vanop de dampende brandstapel ten berde brengt.

Gothisch randje, jazeker, want Songs III grossiert in grauwe teksten vol dood en verderf, nu eens letterlijk te nemen, dan weer als metafoor voor een stukgelopen relatie. De nummers zonder sterfgevallen zijn beduidend in de minderheid. “Dying Breed” vormt een eerbetoon aan een overleden vriend; op de achtergrond kondigen kerkklokken weinig opbeurends aan. In “Silvia” wordt gewag gemaakt van een verdwenen, wellicht verdronken, jongedame en ook Rachel, uit de gelijknamige song, moet eraan geloven: “Rachel I fear your death will come / and leave me alone to die.”

Wie niet op de teksten let, hoort dromerige psychfolksongs met traditionele roots. Nadlers gitaarspel roept herinneringen op aan Leonard Cohen, wiens “Famous Blue Raincoat” hier overigens niet onverdienstelijk wordt gecoverd. Andere uitschieters op deze plaat zonder een enkel minder moment zijn “Feather”, met zijn ijzingwekkend begrafenisrefrein, en “Thinking Of You” dat meer als vroege Cohen klinkt dan wat Cohen zelf na zijn eerste drie platen nog heeft voortgebracht.

Soms, zoals in “Bird On Your Grave”, dat met zijn jankende gitaarnoise het meest psychedelische nummer van de plaat is, worden de Espersinvloeden duidelijk. Gelukkig nemen drums en overstuurde gitaren nooit de overhand, maar blijft de nadruk liggen op Nadlers treurende klaagzang, die als een verleidelijke maar licht macabere sirene de luisteraar tot schipbreuk zingt. Of Marissa Nadler in 2060 het vers ontdekte boegbeeld wordt van de aprèspostfreakfolkgeneratie hangt af van ons, de huidige muziekliefhebbers. Als u haar het succes ook bij leven en welzijn gunt, weet u wat u te doen staat: plaatje kopen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 12 =