Throne of Blood




105 min.
/
Japan / 1957

Een probleem met veel westerse Shakespeareverfilmingen, is dat
de makers zodanig geobsedeerd bezig zijn met de taalkwesties, dat
ze de essentie van het toneelstuk soms over het hoofd zien. Kijk
maar naar al die gruwelijk stoffige, fel overschatte adaptaties van
Franco Zeffirelli (‘Romeo and Juliet’, de Mel Gibson-versie van
‘Hamlet’): de woorden klopten wel, maar er speelde hoegenaamd geen
muziek onder. Over het algemeen worden er veel meer zinvolle dingen
gedaan door filmmakers die van Shakespeare’s tekst durven
afstappen, of er een radicaal afwijkende invulling aan durven
geven. Baz Luhrmanns ‘Romeo + Juliet’ was briljant, omdat je niet
alleen de tekst kreeg, maar via de moderne setting ook de
emotionele kracht ervan kon ervaren. En één van de allergrootste
Shakespeareverfilmingen ooit is nog steeds Akira Kurosawa’s ‘Throne
of Blood’, gebaseerd op ‘Macbeth’. Een Japanse film, dus van de
befaamde jambische verzen van de Bard schiet per definitie niets
over, maar wél een verfilming die met een tomeloze creativiteit aan
de slag gaat met dat toneelstuk, en op die manier de kern ervan
perfect weet weer te geven.

De onvermijdelijke Toshiro Mifune speelt Washizu, een generaal
die samen met zijn vriend Miki een belangrijke veldslag wint voor
zijn heer. Onderweg naar het Spinnenwebkasteel om hun overwinning
te vieren, ontmoeten Washizu en Miki echter een mysterieuze oude
vrouw die hen de toekomst voorspelt: Washizu zal eerst de heer van
het kasteel worden; daarna komt die plaats de zoon van Miki toe. De
beide generaals lachen aanvankelijk de voorspelling weg, maar de
tomeloos ambitieuze echtgenote van Washizu laat haar man geen
moment met rust. Ze stookt zijn ambitie zo hoog op dat hij
uiteindelijk zijn toevlucht neemt tot moord om de voorspelling te
doen uitkomen. Vanaf dat moment raakt Washizu verstrikt in zijn
eigen spinnenweb aan geweld, in een poging om de macht niet alleen
te grijpen, maar ook te houden.

Het geraamte van het originele verhaal werd hier duidelijk
behouden, samen met één van de belangrijkste thema’s van het
toneelstuk: de tegenstelling tussen het noodlot en de vrije wil.
Gaat Macbeth/Washizu aan het moorden omdat hij de voorspelling
heeft gehoord, of zou hij dat sowieso toch hebben gedaan?
Shakespeare liet die vraag open voor interpretatie: Macbeth was in
ieder geval een ambitieus ettertje vanaf het begin, die weinig
extra stimulans van zijn vrouw nodig had om zijn zwaard ter hand te
nemen. Kurosawa, daarentegen, geeft een nog somberder invulling aan
dat thema: generaal of niet, Washizu is een slappeling die zich
volkomen laat commanderen door zijn vrouw. En zij gelooft duidelijk
in het noodlot: de oude vrouw in het bos heeft het zo voorspeld,
dus zàl het zo gebeuren. Washizu wordt daarbij gereduceerd tot
passieve agent, die enkel mag uitvoeren en doormaken wat anderen
voor hem beslissen. Hij is gedoemd vanaf het begin, door het
noodlot en zijn vrouw – voor zover die twee afzonderlijke dingen
zijn. ‘Throne of Blood’ is in z’n ideeën behoorlijk
vrouwonvriendelijk (net zoals wel meer van Kurosawa’s films) en ook
zeer somber: vrije wil is een illusie, en uiteindelijk gaan we
allemaal ten onder.

Dat alles vertoont nog sterke gelijkenissen met Shakespeare,
maar wat ‘Throne of Blood’ zo onvergetelijk maakt, is juist de
manier waarop Kurosawa het verhaal resoluut in een Japanse setting
plaatst. Hij neemt een Elizabethaans toneelstuk, en maakt daar een
Japanse film van die diep geworteld is in de tradities van het
Noh-theater. Deze traditionele Japanse theatervorm gaat al eeuwen
terug en is een toonbeeld van minimalisme: een leeg podium met op
de achtergrond twee bomen en een huisje in het midden getekend. De
acteurs zijn gekleed in traditionele kostuums en de personages zijn
archetypes, die maskers dragen om hun personage te suggereren (“de
duivel”, “de held”, “de vrouw” enz.). Bewegingen zijn meestal traag
en altijd erg berekend. De vergelijking gaat natuurlijk niet écht
op, maar qua culturele waarde zou je kunnen zeggen dat het
Noh-theater voor Japan betekent wat Elizabethaanse toneelstukken
voor de Britten betekenen. En ‘Throne of Blood’ leent gretig
elementen van die theatervorm. Let erop hoe de personages, en dan
vooral Dame Washizu, heel vaak lange dialogen voeren zonder zich te
bewegen. Ze zitten gewoon op de grond in een lege kamer, bewegen
zich niet of nauwelijks, en praten. En dat is het dan. In de eerste
scène die Washizu en zijn vrouw delen is dat bijvoorbeeld het
geval: er is niéts in die kamer aanwezig, wat zitten ze daar
eigenlijk te doen? Op realistisch vlak is dat volstrekt onzinnig,
maar in de gestileerde wereld die Kurosawa tot leven wil roepen,
klopt het wel. Wanneer de personages zich toch bewegen, is daar
altijd een reden voor: ‘Throne of Blood’ is een film die is
opgetrokken uit tableau’s, die enkel worden onderbroken voor actie
die relevant is voor het verhaal.

Het zijn vooral de vrouwen hier die de Noh-traditie het
nauwkeurigst opvolgen. Dame Washizu is fysiek het meest passief,
maar als ze dan toch in gang schiet, mag je zeker zijn dat daar
troubles van komen. Haar make-up is bewust over de top, om de
karikaturale eigenschappen van een Noh-masker aan te geven. En dan
is er natuurlijk de oude vrouw (of is het een heks of een
verschijning) die de voorspelling doet aan Washizu: haar uiterlijk
en de teksten die ze krijgt, zouden regelrecht uit een
Noh-toneelstuk kunnen komen.’Throne of Blood’ blijkt overigens een
nachtmerrie te zijn voor elke vertaler die ‘m probeert te
ondertitelen, omdat het Japans dat er wordt gesproken erg archaïsch
en poëtisch is. Net als het Engels in ‘Macbeth’.

Met dat alles klinkt ‘Throne of Blood’ misschien als een
typische, saaie arthouse klassieker die je tot diep in de
nacht kunt blijven analyseren, maar waar uiteindelijk maar weinig
kijkplezier aan te beleven valt. Niets is minder waar – op een
eerste, doodeenvoudig niveau is dit immers ook gewoon een
opmerkelijk opwindend, continu fascinerend drama, waar niemand zich
bij hoeft te vervelen. Oké, elke Japanse film van die periode is
allicht een aanpassing voor een modern westers publiek, gewoon
omdat àl die films meer gestileerd zijn dan wij gewend zijn (het
acteerwerk in ‘Seven
Samurai’
, nochtans één van Kurosawa’s meest toegankelijke
films, was ook niet bepaald realistisch geïnspireerd). Maar wie
zich zich daar overheen kan zetten, ziet, los van alle pretentieuze
analyses of vergelijkingen met het bronmateriaal, gewoon een
ijzersterk verhaal, boeiend verteld en prachtig vormgegeven. De
eindscène van ‘Throne of Blood’ mag met gouden letters in de
annalen van de filmgeschiedenis worden geschreven als één van de
sterkste finales ooit. Niet omdat Noh vermengd wordt met
Shakespeare of weet ik veel wat, maar gewoon omdat je op dat moment
emotioneel betrokken bent en die scène de perfecte afsluiter vormt.
‘Throne of Blood’ toont een grootmeester in z’n glorieperiode. Elke
echte filmfan moet dit ooit gezien hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 3 =