Hella :: There’s No 666 In Outer Space

Laat u niets anders wijsmaken: bij goddeau zijn we van geen kleintje vervaard. Stuff die anderen de kast op jaagt, afschrikt, vervult van walging? Bring it on! Toch moesten we ons deze keer bijna gewonnen geven. Hella’s There’s No 666 In Outer Space is nu al de meest vermoeiende plaat van het jaar.

Het kan vast nog wat extremer en grilliger, maar het aanzienlijke oeuvre dat die van Hella dit decennium bij elkaar hebben gerotzooid, laat weinig aan de verbeelding over. Live gaat het er doorgaans met een verschroeiende intensiteit aan toe die we kennen van andere fijnzinnige terreurduo’s als Black Cobra en Lightning Bolt, maar op plaat is de geluidendiarree zo mogelijk nog completer. De Homeboy-e.p. van een jaartje geleden is nog altijd niet helemaal verteerd, maar wat wil je ook met een chaotische geluidsdrab van maagomkerend gerommel, 24/7 overstuurde gitaren en een uit de kluiten gewassen Nintendo-fixatie? Tracks als “If I Were In Hella I Would Eat Lick” was het soort soundtrack waarop zelfs een hardcore Mario Bros-fanaat een repliek schuldig zou blijven.

In tegenstelling tot wat er gebeurt bij de meeste andere duo’s, wordt het jobprofiel van de Hella-werknemers regelmatig aangepast, al zal het voor de liefhebbers vast wel een verrassing zijn dat There’s No 666 In Outer Space ingespeeld werd door een vijfkoppige band. Experts in afmattende instrumentals Spencer Seim (gitaar) en Zach Hill (drums) werden deze keer vergezeld van een extra gitarist, een bassist en een kwelende zanger, die ervoor zorgen dat het geluid een aardige wending neemt. Toetsen en digitale prutserij zijn niet helemaal afgezworen, al spelen ze nu wel een ondergeschikte rol. In plaats van eindeloze martelsessies die vaak iets hadden van een overstuurde radio waarbij drie zenders met experimentele muziek elkaar overlapten, gaat het nu over iets kortere exploten, minder rommelig en minder lo-fi. De elf songs vullen nochtans een uur. Een lang uur.

Opener “World Series” zet meteen de toon voor de rest van het album. Na enkele seconden verwacht je al een epische veldslag van een band die weet hoe hij met opbouw en structuur moet omgaan. Dat wordt snel ontkracht als duidelijk wordt dat Hella er een totaal andere werkwijze en muzikale visie op na lijkt te houden. Kan u zich de instrumentale breaks van King Crimson en The Mars Volta voor de geest halen? Herhaal zo’n break een paar keer en u komt al wat dichter in de buurt. Voeg er dan nog een aan helium verslaafde zanger aan toe die herinneringen oproept aan Billy Corgan, Cedric Bixler-Zavala (The Mars Volta) en Gaz Coombes (Supergrass), en tenslotte een drummer wiens stijl ergens het midden houdt tussen die van Mastodons Brann Dailor en wijlen Keith Moon. De drumpartijen op deze plaat lijken wel een gigantische, ononderbroken fill.

Hill werd vroeger weleens verguisd omwille van die overrompelende aanpak, die niet meer zou zijn dan arbitrair, richtingloos geklop, maar op dit album, meer math- dan noise-rock, laat hij dingen horen die we eerder zouden verwachten van Don Caballero-opperhoofd Damon Ché. Het is ook aan die band dat Hella doet denken tijdens strakheidsoefeningen als “Friends Let Friends Win” en “The Things That People Do When They Think No One’s Looking”, die soms aantrekkelijke melodieën en harmonieën meekrijgen. De muziek getuigt steeds van een enorme drive (“Let Your Heavies Out”), humor (“Hand That Rocks The Cradle” is Ween voor gevorderden) en dédain voor gemakkelijkheidsoplossingen (worstel maar eens door “Anarchists Just Wanna Have Fun”), maar is tegelijkertijd zo zelfbevlekkend dat we er koppijn van krijgen.

We zijn er nog steeds niet uit of het album pure overkill is of een klein meesterwerk, al zal het voor de meesten eerder het eerste zijn. Stalen zenuwen en een liefde voor geluidssoep die kandidaten voor dergelijke arbeidsintensieve uitdagingen stellen, zijn alleszins enorme troeven bij het beluisteren van There’s No 666 In Outer Space. Alvast veel succes ermee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − 3 =