Bracken :: We Know About The Need

Het verlangen naar het onbestemde pijnigt menig romantische ziel. In kille, schaars bemeubelde kamers staren ze zuchtend voor zich uit, het hoofd gevuld met onbereikbare idealen. In de grauwe achtersteegjes staan ongure figuren hen op te wachten, een hand steevast in de versleten jas en op de lippen een eeuwige “hoeveel” verstorven.

Wie weet wat het verlangen is en hoe het ingevuld dient te worden, bezit de macht. Om de wereld te veroveren dan wel te vernietigen. Een album We Know About The Need dopen, houdt dan ook een belofte in zich die moeilijk in te vullen is. Een belofte die overigens nog groter wordt, in het volle besef dat niemand minder dan Chris Adams (de helft van Hood) achter de enigmatische plantennaam Bracken schuilgaat.

Maar de toeters en bellen rond dit zogenaamde wonderlijke debuut schallen wel heel erg vals, of beter gezegd heel erg herkenbaar. Bracken klinkt op zijn debuut eigenlijk niet zoveel anders dan op de albums van Hood. En ook al zijn de verschillen hoorbaar, toch blijft Bracken vaak binnen de grenzen van de indietronica, grenzen die door grootheden als Hood en The Notwist uitgetekend zijn.

Maar laat die zuurpruimen rustig verder mompelen dat indietronica al lang over zijn hoogtepunt heen is en vergeet de opgeblazen promopraat die het album mythische kwaliteiten toeschrijft die het niet heeft. Het valt immers ten zeerste te betwijfelen of Bracken een andere missie had dan een fijn plaatje uit te brengen en die missie is met We Know About The Need ten zeerste geslaagd te noemen.

En dus start “Of Athroll Slains” met lichthoofdige percussie en verdoken U-bootachtige bliepjes waarboven uitgerekte pianohalen zweven en Adam even ijl klinkt als voorheen. De eerste dromerige popsong is nauwelijks binnen en daar dient “Heathens” zich al aan met meer van hetzelfde fraais. Het “glitcht” allemaal een beetje meer aanvankelijk maar een dominante percussie omklemt het roer stevig genoeg om de song een veilige haven binnen te leiden. De sirenenzang en aanlokkelijke geluiden vallen evenwel niet in dovemansoren.

“Fight Or Flight” is een pak minder stoer dan zijn titel laat vermoeden. De loepzuivere klanken mogen dan wel verhakkeld worden, Bracken kan zijn achtergrond nog steeds niet ontkennen. Net zo min verbergt “Safe Safe Safe” zijn geschiedenis, al stottert ook hier de percussie nu en dan. De kenmerkende stem van Adams speelt uiteraard een cruciale rol want op muzikaal vlak vormt zich in de nummers toch een kleine breuklijn door subtiel nuanceverschillen in het grotere verhaal te weven.

Op “Evil Teeth” (kant b) komt het een eerste maal duidelijk tot uiting dat Bracken zijn eigen mannetje kan en wil staan. De eigenzinnige drum sleurt de rest van de song mee in een chaotische valpartij zodat het zelfs jammer is dat Adams karakteristieke stem een reddingsboei vormt die de song te herkenbaar dreigt te maken. In “Four Thousand Style” wordt wat gas terug genomen en een evenwicht gezocht tot poptronica en Oosterse mystiek.

Het bliepende en krakende “Many Horses” speelt prachtig met holle klanken en laat de piano vanuit een andere kamer weerklinken. Het is haast jammer te noemen dat het sfeerstuk plaats moet ruimen voor Adam want in de instrumentale stukken wordt met een minimum aan klanken een prachtige sfeer neergezet. In het zeven minuten durende “Back On The Calder Line” is die stem dan weer treffend vooraan geplaatst om de dromerige song naar het eindpunt te begeleiden. Indietronica met een spookachtig randje sluit het album af.

Met We Know About The Need wordt duidelijk dat Adams in die ene hand, verborgen in de jaszak, datgene zitten heeft wat iedereen van hem verlangt. Maar liever dan aan de behoefte te voldoen en het aan de gretige blikken tentoon te stellen, houdt hij het verborgen en gunt hij nu en dan slechts een blik aan de oplettende luisteraar. Het is een verdomd fijn plaatje geworden, maar ook eentje dat laat horen waartoe Adams in staat is als hij maar meer zijn bek hield.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 16 =