Eden




98 min./ Duitsland/
2006

What’s in a name, when her name is hothead? Wie dit
zinnetje herkent, zit duidelijk te veel in de meisjestoiletten van
de Studio Scoop. Maar ik moet toegeven: er heeft al grotere nonsens
op de muren van de pot gestaan. Een naam kan echt je toekomst maken
of kraken. Want ben je met een naam als Anton niet gedoemd om een
après-skiheld te worden en ben je als Kimberly niet moreel
verplicht om een eighties-kapsel te hebben of een kapsalon open te
houden? Niet iedereen heeft het geluk gezegend te zijn met een
verrukkelijke naam als Barbara, die heerlijk smelt onder je
verhemelte, waarop oneindig veel varianten mogelijk zijn en die dan
nog eens de meest mysterieuze persoonlijkheden herbergt… Om maar
te zeggen dat een naam geen peanuts is, want je moet er
toch maar je hele leven mee verder.

De ‘Eden’ (Charlotte Roche) uit de gelijknamige film doet haar
naam alle eer aan: ze ziet eruit als een lentefrisse tuin en houdt
van de meest paradijselijke geneugte des levens, namelijk eten,
boefen, fressen. Een vreugde die ze wel pas laat in haar leven
ontdekt. Het begint zoals het moet met één enkele verboden vrucht:
op het verjaardagsfeestje van haar dochtertje proeft Eden een witte
praline en ze krijgt er ter plekke een culinair orgasme van dat
waarneembaar is op de schaal van Richter en de volgende dag de Dow
Jones drie punten doet dalen. Een minuutlang zie je haar genieten
met haar ogen dicht. Helemaal verslingerd aan het meesterlijke
kooktalent van de maker van die praline, de gezette kok Gregor,
rijdt Eden die avond nog naar zijn huis om zijn experimentele
kooksessies bij te wonen. Vanaf dan is Eden niet meer weg te slaan
uit Gregors keuken. Maar verboden vruchten zouden niet verboden
zijn als er niet ook een neveneffect aan zat: Eden bloeit helemaal
open door haar vriendschap met de eenzame Gregor, maar dat merkt
ook haar jaloerse echtgenoot op. En ook Gregor voelt het duiveltje
branden onder zijn kont, wanneer blijkt dat hij steeds meer kookt
om één enkele reden: de verzadiging op het gezicht van Eden
aflezen.

Dit is een film over eten en drinken. Plateaus met lekkere
gerechten schuiven aan je kijkers voorbij, neuzen worden boven
ronddraaiende wijnglazen gehangen, sappige sauzen lopen langs
vlezige kinnen naar beneden én er wordt af en toe een boertje der
verlossing gelaten. Het is een film die bij aanvang nog duizend
kanten uitkan: wordt het een psychologisch kitchendrama?
The Cook, the Thief, His Wife and Her Lover’ achterna
misschien? Een erotisch kookprogramma waarbij de presentatrice iets
te diep met haar vinger in de pan roert? ‘Eden’ zou ik een
bescheiden goedgevoeldrama noemen. Net als zijn hoofdpersonages
loopt de film niet te koop met al te veel nonsens en van in het
begin hangt er in de keuken van Gregor een lekker ironisch
sfeertje, dat voornamelijk tot leven wordt geroepen door de figuur
van de kok zelf. Het is een feit dat dikke mensen weinig
tolle rollen krijgen toebedeeld. Gebeten door dit onrecht,
schreef regisseur Hofmann speciaal voor de rondborstige acteur
Josef Ostendorf het scenario van ‘Eden’ en dat was een goede zet:
niet alleen is met hem het scherm altijd helemaal gevuld, de man
zet ook een heerlijke karakterrol neer. Qua uiterlijk heeft hij
iets van een Roland Lommé met de instant-pruillip van 007, maar het
is vooral de manier waarop hij in het begin van de film zichzelf
schaamteloos omschrijft en commentaar geeft op zijn eenvoudig
leventje, die de prent een frisse start geeft. Zo heeft hij maar
één ambitie in het leven: een dikke buik hebben en die onderhouden
met zijn eigen lekkernijen. Maar dan komt Eden op de proppen en
daar waren we dan weer iets minder fan. Ze lijkt te hyperactief om
een ingetogen rol te spelen en haar arsenaal aan grimassen begint
na een tijdje behoorlijk te vervelen. Gregor raakt meer en meer op
de achtergrond, en ook zijn grimmige commentaar sijpelt te snel weg
door de gootsteen om de film na een goede start onder het
gemiddelde te trekken.

De vergelijkingen die we uit de tekstomelet moeten vissen, zijn
vrij snel duidelijk: liefde gaat langs het spijsverteringsstelsel.
Eden is gek op het eten van Gregor en krijgt er plotsklaps weer
helemaal zin in haar man van. Maar ook Gregors ogen zijn groter dan
zijn maag geworden. Drie vierde van de film bestaat daardoor
opvallend genoeg uit twee soorten van close-ups: ofwel zien we
Eden, die verlegen glimlachend geniet van een zoveelste
voedselhoogtepunt, ofwel zien we Gregor die met zijn hele gezicht
het scherm vult en met zijn puppyblik aanschouwt hoe Eden van zijn
creaties smult, haar vingers en bord aflikkend. The beast is
verliefd geworden op the beauty, hoewel de aandoelijk onschuldige
manier waarop Gregor omgaat met Eden en zijn voedsel, suggereert
dat het échte beest in dit verhaal jaloezie heet.

Wanneer we die situatie na een halfuurtje doorhebben, is het
verhaal in wezen wel verteld. Er wordt veel gegeten, maar van al
dat eten word je een beetje moe en dan dommelt de film zachtjes in
om als een blubberpuddingkje in elkaar te zakken, tot je op het
einde weer wakker schiet van de finale battle. Een finale
waarbij het sfeertje van in het begin weer komt bovendrijven, maar
die toch niet helemaal bevredigt. Daarvoor was het lome toontje van
het voorgaande dan weer te slaapverwekkend.

Voor een ode aan de smaakpapillen en een meer geslaagde
etensmetafoor kan je beter ‘Como Agua Para Chocolate’ huren waarin
de relatie tussen eten en de menselijke gevoelens tot in het
absurde wordt doorgetrokken. ‘Eden’ is geen grootse cinema: het is
drie tikken te traag en twee tikken te loom. Toch is het is niet
verwonderlijk dat deze film de publieksprijs won op het
Filmfestival van Rotterdam vorig jaar. Hij zal nooit de
filmgeschiedenis instuiven, maar het is een publiekslievelingetje,
een feelgoodmovie, waar je goed gekoksmutst van buiten komt. Zijn
dikkerds gezelliger? Ach ja…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 7 =