The Needles :: In Search of the Needles

‘Komt tijd, komt raad’, ‘Haast en spoed zijn zelden goed’, ‘Bezint
eer ge begint’… Het zijn spreuken die in koeien van letters op de
muren konden gekalkt staan van het repetitiehok van The Needles.
Terwijl het vandaag niet snel genoeg kan gaan en de meeste jongelui
met muzikale ambities zo snel mogelijk een platencontract willen
versieren, aanbeden worden door uitzinnige fans en groupies én in
de grootste zalen spelen, hebben The Needles meer dan tien jaar
gewacht om een eerste langspeelplaat uit te brengen. Tja, zegt men
dan in Engeland, het zijn Schotten, en die moeten altijd alles
anders doen dan de rest.
Okee, The Needles zijn afkomstig uit Aberdeen, maar doet dat er wat
toe wanneer we de kwaliteit van hun songs willen beoordelen?
Natuurlijk niet, al moeten we er wel bij zeggen dat het kwartet van
in hun beginperiode steeds zijn best heeft gedaan om vooral niét
geassocieerd te worden met de Britpop die toen over de waves
rulede. Fuck Oasis, was het devies, en fuck Blur, fuck Suede en
fuck Pulp. (En als het even kon natuurlijk ook fuck
Elastica.)

Terwijl de Engelsen overstag gingen voor de monobrows van Oasis en
voor het fake cockney accentje van Damon Albarn, waren Dave Dixon
(zang, gitaar) en Paul Curtiss (zang, bas) eerder geïnteresseerd in
wat er aan de andere kant van de plas gebeurde. Guns n’ Roses,
Ramones en Nirvana, dat was pas muziek, en dat was ook waar zij
naartoe wilden met hun groep. Toen ze met Johnny en Richey Wolfe
een drummer en een toetsenman vonden die hun muzikale smaak en
visie deelden, waren The Needles een feit.
Van bij het begin wilden The Needles een rock ‘n’ roll band pur
sang zijn. En omdat een gebouw in de eerste plaats nood heeft aan
een stevig fundament gingen ze terug naar de essentie van het
genre. Deze zoektocht leidde naar Gene Vincent. De als Vincent
Eugene Craddock geboren (en gestorven) zanger-gitarist werd niet
alleen het beginpunt van een muzikale odyssee doorheen vier
decennia rock, hij werd eerst en vooral een ijkpunt: niemand kon
immers beter dan hij ruw en teder met elkaar verzoenen in een
rocksong.
‘In Search of the Needles’ is uiteraard niet het eerste wapenfeit
uit tien jaar groepsgeschiedenis. Eind jaren ’90 waren er al twee
singles, maar pas vanaf 2004 loopt het echt lekker voor de
Schotten. Eerst zijn er de succesvolle ep’tjes ‘Under the City’ en
‘1,2,3…5’, en dit jaar verschijnt de single ‘Dianne’ bij Dangerous
Records, het labeltje waar Muse ooit debuteerde
met een extended player. Het leverde hen support acts op voor
groepen als The
Young Knives
, Bloc Party en
Muse.

Meer dan veertig jaar rockgeschiedenis in een notendop, het is dus
niet verwonderlijk dat ‘In Search of the Needles’ zich laat
beluisteren als een muziekencyclopedie. In dat opzicht zijn The
Needles dan ook verwant met groepen als Supergrass, The Bees en zelfs The
Coral, die eveneens muzikale invloeden uit het verleden opzuigen
als een spons en vertalen naar het heden.
In twaalf songs krijgen we hier dan ook de Needles-variant te horen
op zonnige, harmonieuze Westcoastpop, bluesrock, snedige riffrock,
rommelige slackerrock, psychedelische punkrock en hitgevoelige
radiopop(rock). In welke hoedanigheid The Needles het best voor de
dag komen, is moeilijk uit te maken, want ondanks de vele invloeden
horen we in elke song een groep door de jaren een eigen geluid
heeft ontwikkeld.

Niet overtuigd? Dan moet u ‘Girl I Used to Know’, ‘Devil At Your
Door’, ‘Poison Ivy’, ‘Up Against the Wall’ of ‘Dead or Alive’ eens
uitproberen. Maar laat u vooral niet afschrikken door de
verschrikkelijke hoes, want die staat hier echt wel in schril
contrast met de inhoud van dit plaatje.

Website

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =