Christina Carter :: Electrice

Voor wie Charalambides een warm hart toedraagt maar niet in de obscure wereld van cd-r’s en tapes wenst te duiken, is er goed nieuws. Het label Kranky bracht en brengt niet alleen een selectie van ouder en moeilijk te verkrijgen werk opnieuw uit, maar investeert ook in de toekomst van de groep.

Nadat eerder dit jaar al A Vintage Burden van Charalambides verscheen, is er nu Electrice, het soloalbum van Christina Carter dat Carter ’voor’ Kranky schreef. Op Electrice brengt ze vier songs die allen geschreven zijn in eenzelfde sleutel, er worden dus slechts een beperkt aantal noten gebruikt. Het album sluit dan ook nauwer aan bij het ondertussen een kleine tien jaar oude Living Contact, in 2004 heruitgebracht door Kranky, dan bij Bastard Wing uit 2001.

Op Electrice laat Carter immers de piano voor wat ze is en vertrouwt ze opnieuw op haar stem en gitaarspel om een indringend album te brengen. Uiteraard zijn er overdubs aan toegevoegd om het geheel van wat meer kracht te voorzien, tenslotte blijft Carter ook solo een mix van folk en een avant-gardistische vorm van psychedelica brengen. Toch heeft het album een naaktheid die pakweg A Vintage Burden niet heeft, alsof Carter solo zichzelf veel meer bloot durft te geven.

Het meer dan tien minuten durende "Second Death" maakt dan ook meteen duidelijk in welke richting de luisteraar geleid zal worden. Verschillende stemlagen worden door elkaar geweven om een spookachtige sfeer te creëren. De gitaar wordt niet zozeer bespeeld als gemanipuleerd om de onaardse sfeer van het nummer extra kracht bij te zetten. Carter huilt, fluistert en ijlt als een verdoemde sirene. De song dwaalt door eindeloze duistere wouden en verbergt dat het een melodielijn, hoe nietig ook, in zich draagt.

"Moving Intercepted" bekent iets meer kleur, al was het maar omdat de zanglijnen van Carter veel minder schuilgaan achter ijl gehuil en de tekst duidelijk laten primeren. In de gitaarlijnen is veel duidelijker de strijd tussen klanken, melodieën en dromen te horen. Zodra de stem zwijgt, valt pas op hoezeer de dominerende gitaarpartij belaagd wordt door dissidenten die van dezelfde middelen gebruikmaken. Voor het geheel echter ontsporen kan, neemt de zang het heft weer in handen.

Met "Yellow Pine" wordt, althans in de gitaren, aangesloten bij de vorige song. Deze keer maakt de heldere gitaarmelodie laf gebruik van Carters zang om naar de voorgrond te treden en het klankenballet weer in een ondersteunende rol te dwingen. De sobere invulling blijft een nummer lang domineren, slechts nu en dan zwellen de gitaren aan. Maar nog voor de futuristisch aandoende klanken zichzelf tot overwinnaar kunnen kronen, weet een eenvoudige melodie een patstelling te bekomen.

In de vierde en laatste song "Words Are Not My Own" wordt heel voorzichtig gestart, de huilende stemmen laten zich begeleiden door een nauwelijks aangeslagen gitaar. De tekst zelf laat zich herleiden tot drie zinnen, de zang is etherisch en dromerig maar haast woordeloos. De meanderende drones worden in dit laatste nummer ten volle uitgespeeld, de song ijlt twaalf minuten lang, nauwelijks onderbroken of verstoord door melodielijnen of tempowissels.

Met Electrice gaat Christina Carter veel verder dan Charalambides op zijn laatste ’officiële’ worp. Het album sluit veel nauwer aan bij het solowerk van Carter zelf én bij het oudere werk van Charalambides (Joy Shapes of Unknown Spin). Dat het ondanks de restricties die ze zichzelf oplegde en het ’experimentelere’ karakter, toch een relatief toegankelijke plaat geworden is, onderstreept het talent van Carter. Met Electrice zweeft ze niet alleen tussen Charalambides en Carla Bozulich in, maar weet ze ook de twee werelden met elkaar te verzoenen. Wie van ijle folkdrones houdt, zal hier zijn hart aan ophalen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 10 =