Tom Waits :: Orphans

3 is een bijbels getal dat in middeleeuwse literatuur vaak een
symbolische betekenis torste. Dante Alighieri wist dat en ook bij
Tom Waits ontvouwt het getal zijn significantie. ‘Orphans’, zijn
nieuwe plaat, is ingedeeld in drie werelden die van elkaar
verschillen en toch enkele overkoepelende gelijkenissen vertonen.
Deze drievuldigheid mag gerust als heilig beschouwd worden, want
het is de meest volledige illustratie van de gekreukte pracht en
grauwe schoonheid van deze grombeer in het diepst van zijn
gedachten. ‘Orphans’ bevat 56 songs, waarvan er 24 eerder
verschenen zijn en de rest recent geschreven is in de auto, een
wegrestaurant of een hotelkamer: Waits en zijn vrouw Kathleen
Brennan hebben kosten noch moeite gespaard om u een
mini-Waits-bibliotheek te presenteren vol geheimen, verborgen
gebleven schatten en uit het oog verloren voetnoten. “Don’t go
into that barn”
, zong Waits nog op Real
Gone
, maar stap vooral de schuur van ‘Orphans’ binnen, ga met
de vingers door het hooi en ontdek de roestige raids van Waits,
onderverdeeld in ‘Brawlers’, ‘Bawlers’ en ‘Bastards’. “What’s
he playing in there”
, zullen voorbijgangers zich afvragen,
maar trek u daar niets van aan en geniet van de knikkers die deze
genregeworden legende u voor de voeten gooit.

Voor de ingewijden zal ‘Orphans’ niet voor grote verrassingen
zorgen. De vocale magiër klinkt nog steeds als een gepensioneerde
locomotief die zich al puffend op gang trekt en op ‘Brawlers’
vertaalt zich dat in hortende en stotende rock, gekartelde blues
met meer dan een hoek af en americana waarin clang, boom and
steam
de topoi van dienst zijn. In ‘Road To Peace’ schuurt
Waits zich echter tegen de actualiteit aan en brandt hij ons het
perverse perpetuum mobile van angst, geweld en onbegrip tussen
Israël en Palestina meesterlijk in de irissen. “Maybe God
himself needs/All of our help/And he’s lost upon/The road to
peace”
, kreunt Waits terwijl hij de blinde haat weergeeft door
de zelfmoordactie van een Palestijnse student en het logische
gevolg ervan. De zwarte wolken van het doemdenken worden echter
snel weggeblazen door de punkwindstoten van ‘The Return Of Jackie
And Judy’, een Ramones-cover in een Waitsiaans jasje. ‘Lie
To Me’ is dan weer een hijgende bluesstomp met Waits als sjamaan
van dienst.

Op ‘Bawlers’ krijgen we de trage kant van Tom Waits te horen met
pianoballads, zigeunerfolk en countryliedjes die hij zingt voor de
diehards die de rokerige kroeg pas verlaten bij het ochtendgloren.
Hij profileert zich als een grommende seismograaf die de poëzie van
zijn eigenzinnige universaliteit bezingt en aardschokjes van
diverse emoties tot songs bewerkt. De ruwe melancholische toon
wordt onmiddellijk gezet met ‘Bend Down The Branches’, een kort
maar aandoenlijk concerto voor treurwilg. De beste nummers op
‘Bawlers’ zijn afkomstig uit soundtracks. ‘Little Drop Of Poison’
(uit ‘The End Of Violence’) bijvoorbeeld, waarin een spookachtige
nachtegaal het treurwilgbos van Waits van de gepaste soundtrack
voorziet. In ‘World Keeps Turning’ (uit Pollock)
wordt de bitterheid echter geruild voor verdrietige berusting. Op
‘Bawlers’ kijkt Tom Waits door het raam van zijn liedjes naar de
wereld en hij ziet dat het niet goed is. Hij verklankt de pijn van
het zijn aan de tooghangers en tijdens een lucide moment in hun
waas van alcohol geven ze hem gelijk.

Met ‘Bastards’ dalen we verder de catacomben van Waits’ universum
af. De weeskinderen op deze plaat zijn het meest aan hun lot
overgelaten en ze dolen eenzaam door de grauwe straten. ‘Bastards’
bevat het meest donkere en experimentele werk van de man en de
griezelige, met spinnenwebben bedekte verhalen laten zich pas goed
beluisteren nadat je de eerste twee platen doorworsteld hebt. Zo is
‘Children’s Story’ een ziekelijke lullaby die kinderen nog
een paar keer onder het bed zal doen kijken voor ze inslapen en
zien we in ‘Heigh Ho’ creepy dwergen lopen die hun pikhouwelen niet
alleen gebruiken om in de mijn te werken. ‘Dog Door’ kende u al van
‘It’s A Wonderful Life’ van Sparklehorse en ‘King Kong’, een Daniel
Johnston-cover, klinkt als een roestig raderwerk dat in gang wordt
gezet: Waits schreeuwt, gromt, kreunt en beatboxt zich een weg door
de song van dit gestoorde genie en het resultaat is verbijsterend.
De bewerkingen van beatpoets als Charles Bukowski en Jack Kerouac
laten we u tenslotte zelf ontdekken.

De geblutste schoonheid van ‘Orphans’ grijpt je vast en lost zijn
greep nergens. Het zijn songs voor de verschillende stemmingen die
melancholische zielen overvallen na zonsondergang. Tom Waits is nog
een van die zeldzame artiesten die je onmiddellijk meesleuren naar
hun eigen wereld en ‘Orphans’ bestrijkt elke uithoek van de man
zijn universum met een grote precisie. Waits trekt met deze plaat
de kast van zijn grote kunnen open en verwaarloosbare mottenballen
hebben we niet aangetroffen. Grote klasse!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × een =