Tim Finn :: Imaginary Kingdom

Geen band die de perfecte drieminuten popsong in de jaren tachtig en negentig zo dicht benaderde of definieerde als Crowded House, ooit de groep rond de gebroeders Finn. Neil Finn was de creatieve en meest getalenteerde van de spil, broer Tim werkte alleen mee aan het magnum opus Woodface, en is nooit uit de schaduw van zijn broer kunnen treden.

Alsof daar een beginnen aan was: Neil Finn zette Crowded House op de rails met fantastische songs als "Don’t Dream It’s Over", "Into Temptation" en bevestigde de faam daarna met pakweg "Four Seasons in One Day". Tot Crowded House midden jaren negentig meer dan jammerlijk splitte, omdat Neil aanvoelde dat hij "zichzelf alleen maar bleef herhalen". Solo probeerde hij op het — qua titel raak gekozen — Try Whistling This dan ook krampachtig de gevatte popsong af te weren. Maar op het meer dan puike One Nil uit 2001 verviel hij al gauw weer in de mooie melodieën die hij blijkbaar heimelijk uit de popzolder of -schatkamer van The Beatles heeft ontvreemd.

Broer Tim was in de jaren zeventig, begin jaren tachtig dan weer de spil van Split Enz. Na verloop van tijd kwam de in de nadagen van zijn puberteit verkerende Neil erbij. Tim verliet de band en richtte zich op een solocarrière, met de luchtige single "Fraction Too Much Friction" als beroemdste uitloper, en met Big Canoe als zijn misschien wel beste soloalbum tot dusver. Toch zijn Tim Finns beste en meest overtuigende werken de twee platen met zijn broer: als Finn in 1995 en als de Finn Brothers in 2004 met het uitstekende Everyone Is Here.

Louter solo schiet Tim gewoon te kort om te blijven boeien en om rake, mooie, ontroerende of gedenkwaardige songs te schrijven. Dat is op zijn zevende, Imaginary Kingdom, niet anders. Een vierkantswortel van de songs had op een Crowded House-plaat gekund, de rest daarentegen is niet meer dan oppervlakkige (feelgood) pop. Single "Couldn’t Be Done" zwerft daar ergens tussen. Een op het eerste gehoor onopvallend nummer, dat je op het meest onverwachte moment beet heeft en je hoofd niet meer uit kan of wil. "Aanstekelijk", noemt men dat dan.

Tekstueel vormt die song tevens de rode draad van de hele plaat. Finn etaleert een optimisme dat, indien badend in clichés, gerust tenenkrullend genoemd kan worden. Liefde reikt vleugels aan die ons redden uit elk dal, de maan alleen al kan onze tegenslagen doen verbleken en we moeten fier zijn op wie en wat we zijn! Finn krijgt zo de allures van een dominee die zijn levenslessen predikt op de tonen van vaak iets te belegen en clichématige countrypop. Zo zitten nummers als "Still The Song" en "Astounding Moon" na enkele beluisteringen al in de wachtkamer der vergetelheid.

Het tij keert echter met het mooie "Horizon" — tekstueel weliswaar meer van hetzelfde, maar voorzien van toffe hooks zoals in het betere gebroeders-Finnlied — en vooral "Dead Flowers", dat zich thematisch en muzikaal onderscheidt door zijn kille melodie en berustende melancholie. De oudste Finn kan het dus nog. Of kan het ook. Daarna glijdt de plaat echter weer af. "Resting" wil een refrein hebben dat blijft hangen maar schiet daar in zijn makheid fel in te kort, de ideeën in "So Precious" zijn door Crowded House indertijd zó veel beter uitgewerkt in "Locked Out", en "Show Yourself" heeft de allures van een bij de haren getrokken opvullertje.

De bijgevoegde dvd is eigenlijk een conclusie op zich. Tim Finn speelt er enkele nummers volledig solo, waarvan de Split Enz-klassieker "I Hope I Never", "Angels Heap" en "How Will You Go" schril afsteken qua niveau tegenover de overige songs. Niet toevallig heeft broer Neil aan die drie meegeschreven. De meerwaarde die hij geeft, kan niet overschat worden én ook Neils solowerk staat als een huis. Beide kan van zijn grote broer niet gezegd worden.

Tim Finn speelt op 7 maart in de Handelsbeurs in Gent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + veertien =