Catwoman




Voor de vertoning van ‘Catwoman’ die ik bijwoonde, verscheen er een
waarschuwing in beeld dat mensen die betrapt werden op het gebruik
van opnameapparatuur, onmiddellijk uit de zaal verwijderd zouden
worden – zo paranoïde is men dan geworden over filmpiraterij.
“Steun creativiteit. Steel het niet.” Ik veronderstel dat dat
meteen uw vrijgeleide is om gewapend met uw videocamera naar de
cinema te gaan, want als er nu één ding is dat in deze kattenbak
van een film niét terug te vinden valt, dan is het wel
creativiteit. Pitof, de Fransman die enkele jaren terug bewees dat
hij behoorlijk overweg kon met de Paintfunctie en Photoshop van
zijn laptop in de geheel digitaal opgenomen prent ‘Vidocq’, maakt hier een rommeltje van een
blockbuster – het soort verspilling van pellicule dat het verdient
om in een zak gestoken en verdronken te worden.

Halle Berry, zij die onverdiend een oscar won voor het zwaar
overschatte jankfestijn ‘Monster’s
Ball’
en vervolgens in nóg grotere crap ging meespelen
dan voordien, speelt Patience Phillips, een bedeesde kunstenares
die werkt op de art department van cosmeticagigant Hedare. Haar
grote baas, George Hedare (Lambert Wilson) en zijn ijzige
echtgenote Laurel (Sharon “wat loop ik hier in Godsnaam te doen”
Stone), komen binnenkort op de proppen met een nieuw product dat de
eeuwige jeugd kan leveren aan miljoenen door kraaiepootjes
geteisterde vrouwen overal ter wereld, maar (en hier had ik graag
een mwoehahahaaa gehad, om de snode intenties van de
schurkachtige schavuiten kracht bij te zetten), de crème in kwestie
werkt verslavend. Wie het blijft gebruiken, voelt z’n huid
letterlijk verstenen tot het weinig meer is dan albast, volstrekt
gevoelloos. Wie er dan toch mee stopt, zal de nevenwerkingen moeten
ondergaan: het soort van huidmisvormingen waar zelfs Margaret
Hamilton aan het einde van ‘The Wizard
of Oz’
nooit van had durven dromen.

Patience komt toevallig achter de plannen van haar bazen en wordt
door hen vermoord, maar – sommige mensen hebben toch maar àlle
geluk – de een of andere mythologische kat met bovenaardse krachten
vindt haar levensloze lichaam en ademt haar letterlijk een tweede
leven in. Als Catwoman. De film is nogal vaag over de details van
het hoe en waarom van de magische krachten die de reddende poes
bezit, maar wat doet het ertoe? Patience’s zicht, gehoor,
lenigheid, evenwicht en zelfs haar borsten nemen allemaal toe in
kracht, volume en flexibiliteit. Voor u het weet heeft La Berry
zich in het soort van lederen soft-SM pakje gehuld dat je gratis
bij aankoop van twee butt plugs kunt krijgen in Frieda’s
Freaky Foltershop, en gaat ze op zoek naar haar moordenaars,
gewapend met een zweepje en een nieuw kapsel.

Die plot scheert toppen van hilariteit waar ik niet eens op in wil
gaan – een verslavend cosmeticaproduct? Waar je huid zo hard als
een met tegels belegde vloer van wordt? Als je zo’n huid hebt, heb
je zelfs geen crèmes meer nodig – was je gezicht met Mr. Proper en
je blinkt de hele dag lang. Nee, wat mij meer stoorde was het feit
dat de heer Pitof het nodig vindt om ons dat beschamende excuus
voor een verhaal maar liefst vier keer (viér keer!) uit de doeken
te doen. Eerst krijgen we de scène waarin Berry de plannen van de
slechteriken afluistert. Dat is één. Daarna zien we Sharon Stone en
heur halve trouwboek het snode plannetje nog eens onderling
bespreken en krijgen we alles in feite opnieuw te horen. Dat is
twee. Vervolgens krijgen we een scène waarin we de effecten van de
crème te zien krijgen, opdat alles toch maar duidelijk zou zijn.
Dat is drie. En tenslotte, tijdens de climactische bitch fight
tussen Berry en Stone (letterlijk terwijl ze aan het vechten
zijn), leggen ze het nog eens allemaal uit. Had Pitof het nu gewoon
allemaal op een bierviltje geschreven en kopies daarvan uitgedeeld
aan de ingang van de bioscoop, het had hem veel moeite kunnen
besparen.

Wat ook niet helpt, is dat wanneer Berry niét Catwoman is, haar
personage zich bezighoudt met één van de meest suffe
liefdesaffaires in de geschiedenis van suffe liefdesaffaires.
Patience heeft immers kennisgemaakt met de bepaald okselfrisse
agent Tom Lone (Benjamin Bratt), en we zien de twee tegenover
zitten als evenveel zakken zout – ze hebben niets interessants te
melden, niet aan elkaar en niet aan het publiek. Indien het
scenario (er wàs naar het schijnt één) hen niet verplichtte om bij
elkaar in dezelfde kamer te blijven, zouden ze het allicht binnen
de vijf minuten hebben opgegeven. Die relatie wordt verondersteld
om de voornaamste drijfveer achter de plot te zijn, maar ho maar:
een huwelijk tussen twee Jehova’s getuigen bevat meer passie en
sex drive dan wat er tussen deze twee plaatsvindt.

Berry, sowieso al (zoals mijn grootvader het had gezegd) goed
voorzien van oren en poten, laat haar borsten het grootste deel van
het acteerwerk doen en paradeert over het scherm alsof ze meteen
auditie aan het doen is voor een Tiroler seksklucht. Maar met al
dat straalt de dame geen greintje erotiek uit. Michelle Pfeiffer in
‘Batman Returns’: dàt was een wandelende hormonenbom, waar iedere
man in het publiek meteen een kommetje melk voor had willen
klaarzetten. Berry probeert, maar hoe meer ze haar fijne vleeswaren
etaleert, hoe minder sexy ze lijkt te worden. Regisseur Pitof is
dan ook niet écht geïnteresseerd in sex appeal – een vrijscène
wordt zedig overgeslagen. We krijgen zelfs geen moment waarop Berry
zichzelf, zoals elke ware kat, begint te likken. Zelfs in ‘Shrek 2’ kregen we dat!

Misschien heeft het er ook wat mee te maken dat ze voor de rest van
de film zo ontzettend slecht staat te acteren – let op een scène
vroeg in de film, waarin ze voor het eerst kennismaakt met Benjamin
Bratt. Opeens realiseert ze zich dat ze te laat is en ze trippelt
uit de scène weg op een onbedoeld hilarische manier – waar heeft
dat mens leren acteren, in een kostschool voor truttige
pubermeisjes?

Voeg daar nog aan toe dat Pitof de actiescènes op een ronduit
stuntelige manier in beeld zet (een stunt op een reuzenrad wordt
gefilmd vanuit het perspectief van La Berry zelf, zodat we
simpelweg niet kunnen zien wat er nu eigenlijk gebeurt), dat hij
zijn camera om geen enkele aanwijsbare reden continu heen en weer
laat draaien rond de personages en dat de muziek zowat de meest
enerverende is die ik de laatste jaren heb gehoord. Voilà, en dan
hebben we ‘Catwoman’ wel zo’n beetje. Elke zichzelf respecterende
poes zou hier een gigantische haarbal op uitkotsen. Dit onding is
een belediging voor elk beetje geloofwaardigheid dat ‘Spider-Man 2’ onlangs wist op te bouwen
voor het comic book movie genre. Die Sam Raimi z’n best maar
doen, en de heer Pitof komt het eens even in dik 90 minuten naar de
knoppen helpen. Om ziek van te worden.

http://catwoman.warnerbros.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + zeventien =