Fifty Foot Combo :: 25 november 2006, Vooruit

Het combo is dood. Leve het combo! Zo stond het op de site van de Vooruit en beter, korter of krachtiger konden wij het niet uitdrukken.

Het is wat met die afscheidsconcerten. Zijn we nog maar net goed en wel bekomen van het uitzwaaien van Arab Strap, krijgen we alweer een laatste concert ooit te slikken, ditmaal van Fifty Foot Combo. De wereld hadden ze veroverd, van (voor Schuermans’ coup ’s werelds grootste festival) Roskilde tot het instituut dat de BBC is, en toch hebben ze bij het grote publiek nooit de weerklank gekregen die bepaalde bekendere (Antwerpse) bands te beurt vielen. Dat ze in de rockabilly-scene ondertussen zowat de status van goden verkregen hebben maakt echter veel goed.

Drie maanden geleden kwam dan de klap — de steeds opvallendere (en eerlijk: niet altijd even succesvolle) stijlveranderingen die de band de laatste jaren doorvoerden bleken een vage voorbode voor wat nu ook de nietsvermoedende buitenwereld mocht weten: Fifty Foot Combo is moe. Uitgespeeld. Liters speeksel werden doorgeslikt bij het even omvangrijke als hondstrouwe Turbojugend-legioen, en al evenveel bij de onafhankelijke aanhangers. Het Combo zou het Combo echter niet zijn als het niet voor een laatste keer zijn grootste troef, een ziedende liveshow, uit zou spelen. En dus werden bloedbroeders uit de vier windstreken opgetrommeld om de thuishaven een laatste keer in de fik te zetten. En meteen weer te blussen met liters tequila.

Meters jeansstof en kilo’s bakkebaarden voor het podium, terwijl op het podium Cash en Motörhead door al even talrijke Gibsons en Marshalls gejaagd worden. Mocht u het nog niet geweten hebben, dan duwt de atmosfeer u nu wel met de neus op de feiten: dit belooft een goeie ouwe, vunzige rock-’n-roll-show te worden. Na een ietwat valse start met het instant vergetelijke Moonshine Reunion komt het Hollandse Peter Pan Speedrock orde op zaken stellen: de even snoeiharde als hersenloze hardrock werkt als een rode lap op het gewillig opgenaaide publiek, dat gevat antwoordt met een zondvloed aan stagedivers, crowdsurfers en een verzengende moshpit. Zelden zagen we een zaal zo vroeg op de avond — de klok toont nog geen half tien — overkoken.

Het feestje zou blijven duren zijn, ware het niet dat het even Zweedse als schijnbaar verkeerd ingelichte The Nomads zijn opwachting maakt, nochtans een gevestigde waarde. Nee, het betreft hier geen zilveren jubileum dat opgefleurd dient te worden met keurige ouwe herenrock, al duurt het slaapverwekkend lang voor de band dat zelf onder ogen wil zien en zijn knokige klauwen uiteindelijk wegtrekt van de avond, waar het leven onderhand helemaal uitgeknepen is.

Een (naar zijn maatstaven) mak Fifty Foot Combo heeft, net als het publiek, even tijd nodig om weer op temperatuur te komen — vooral aanvoerder Jenz, normaal gezien nochtans behept met meer cool dan een Elvis-imitatorenbijeenkomst op een ijssculptuurfestival, maakt een bijzonder vermoeide indruk. Misschien is het maar goed dat ze ermee ophouden? Exact een kwartier heeft de band nodig om ons van antwoord te dienen: het Monster komt op dreef en alle schakels moeten noodgedwongen volgen, met gitarist Evil Kenievel (overdag gewoon Steven) op kop.

Ondertussen wordt er geëxperimenteerd met zagen, worden versterkers beklommen om er onstabiel maar statig op te wankelen en er vervolgens weer af te springen, wordt door middel van flessen Spa en de trommelende pseudo-Spanjaard Señor J een nieuwe betekenis gegeven aan bruiswater en tequila uitgedeeld — het veroorzaakt bij momenten Rwandese voedselbedeling-taferelen.

En toch knaagt er iets. Zijn het de gogo-danseresjes die op het appèl ontbreken en halfslachtig vervangen worden door een halfnaakte Turbojugend’er? Ligt het aan het merkbaar minder hoogstaande nieuwe materiaal? Is het de spontaniteit die desondanks wat weggeëbd lijkt? We kunnen er onze vinger niet helemaal opleggen. Het is dan ook pas de laatste twintig minuten, ingezet met het geweldige "Last of the Monstrophonics", dat het Combo ons helemaal kan overtuigen: ondertussen werd er al een eerste keer plechtig uitgezwaaid, een vintage-basgitaar aan het even beheerst als beleefd retournerende publiek weggegeven (een huzarenstukje dat later nog eens herhaald zou worden) en heel erg veel bedankt — die klote-Nomads zelfs twee keer. Maar dan explodeert het ook helemaal. We krijgen een razende versie van "Banana Split" (van de Beach Boys, jawel) om de oren gelapt, waarna publiekslieveling "Doe De Duif" even later het licht mag uitdoen.

En nu is het gedaan. "We gaan rentenieren en trekken naar het buitenland met jullie geld". Zelfs al was Jenz bloedserieus geweest, we hadden het het Combo van ganser harte gegund. De meest geliefde psycho-Billies van Gent en omstreken mogen dan wel voorgoed de gitaren aan de wilgen gehangen hebben, één vaststelling zal ons blijvend troosten. De bakkebaarden zullen ongetwijfeld blijven staan. Hun Monstrofonische nalatenschap zal dat ook.



DE FOTO’S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − drie =