Woven Hand :: 23 november 2006, AB

We schreven het al vaker: Vlaanderen blijft zijn helden lang trouw. Zelfs als die in het buitenland al lang niet meer op handen worden gedragen. "Fijn dat jullie met zoveel gekomen zijn", merkt David Eugene Edwards van Woven Hand dus op: "Elders spelen we voor vijftig man".

Woven Hand — en Sixteen Horsepower daarvoor — is dan ook altijd een zaak geweest van West-Europeanen. Gek misschien, maar het is vooral in België, Nederland en Duitsland dat de bijbelgekke Amerikaan (hij groeide op in de Nazareense sekte en blijft tot vandaag aanhanger) zijn donderpreken het hardst heeft kunnen slijten. Doe er nog wat Frankrijk bij, maar dat is het. In de VS mag DEE solo het voorprogramma van Serena Maneesh verzorgen.

Niet dat zijn woeste tirades het kerkbezoek te lande ooit beïnvloed hebben, maar ook vanavond krijgt Edwards een open doekje van een idolaat publiek. Dat heeft nochtans reden om te gaan morren: het geluid is scherp, bijna pijnlijk, en daaronder is Edwards nauwelijks verstaanbaar. Gelukkig klaart dat euvel op naar het einde van de show.

Sinds het verschijnen van de — wat tegenvallende — nieuwe plaat Mosaic heeft oud-Sixteen Horsepowerbassist Pascal Humbert de liveband vervoegd en dat is te merken. Vanavond stampt en stoomt Woven Hand opnieuw een beetje als Edwards vorige band, al vallen meteen ook de verschillen op. Woven Hand biedt een pak minder heldere songstructuren, de atmosferische nummers drijven volledig op de intensiteit van Edwards performance.

De man — ondertussen wat dieper gegroefd en met baard een halve Willem Vermandere-lookalike — kan dan ook niet anders dan elke keer alles geven. Wie hem ooit aan het werk zag met één van zijn groepen weet dat de adjectieven "bezwerend", "bezeten" en "intens" du jour zijn. Vanavond is dit niet anders, maar het is vechten tegen de bierkaai in die eerste helft wanneer zelfs de huilende "hale-halelujah"’s van "Winter Shaker" in de geluidsbrij verloren gaan. Het lijkt wel een karaoke-versie waar het publiek de zang moet bijdenken.

Wanneer de klankman gaandeweg de zaak opnieuw onder controle krijgt, krijgt ook dit optreden vorm. De amorfe brij wordt klank, de klank wordt song. En Edwards, hij gaat tekeer als een bezetene. "I believe in the lord Jesus Christ" preekt hij, en plots is gospel even niet ver weg. Al blijven hel en verdoemenis altijd net iets dichterbij. Dit is gospel die Nick Cave en Joy Division heeft gekend, en dan nog verder is gaan woelen zonder het geloof in de heiland te verliezen. Ergens denkt een mens dan toch "chapeau".

Een solobisronde biedt nog een verrassend "Black Soul Choir" — lang geleden dat we deze klassieker van Sixteen Horsepower mochten horen —, de kers op een taart die niet helemaal bevredigt. Niet dat Woven Hand af te schrijven is. We zagen hen al veel sterker, dit keer zat het hen gewoon tegen. Niets om dramatisch over te doen. Gewoon tijd om een nieuwe afspraak te maken en te hopen op beterschap. Aan het applaus te horen laat Vlaanderen Edwards sowieso toch nog niet los.




DE FOTO’S





LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − twaalf =