The World Is Not Enough

Er bestaat, denk ik, geen betere indicatie voor het
intelligentiequotiënt van deze negentiende Bondfilm dan het feit
dat één van de twee Bondgirls met dienst een kernfysicus is,
gespeeld door Denise Richards, een actreuse wiens acteertalent
omgekeerd evenredig is met haar cupmaat. (Op zoek naar bewijzen?
Kijk naar ‘Wild Things’ en ‘Starship Troopers’ en veel zal u
onthuld worden.) Haar naam is Christmas Jones. Nee, écht.

Ik veronderstel dat je daarover niet mag klagen in een reeks die
ook al onsterfelijke vrouwen heeft voortgebracht zoals Pussy
Galore, Dr. Goodhead en Octopussy. Maar dan nog blijft ‘The World
Is Not Enough’ één van die volstekt vergetelijke episodes uit de
reeks, die hun waanzin en schunnig gevoel voor humor enkel
gebruiken om het gebrek aan een degelijk script te maskeren. Het is
hier dat je ziet hoe de Bondfilms met Pierce Brosnan in dalende
lijn gaan: ‘GoldenEye’ is één van de vijf beste films uit de reeks.
‘Tomorrow Never
Dies’
had heel wat gebreken maar was uiteindelijk nog wel oké.
En dan is er nu ‘The World Is Not Enough’ en is het definitief uit
met de pret. Regisseur Michael Apted kiest, nog meer dan z’n
voorganger Roger Spottiswoode, voor de onnozele Bond, die met een
ironische grijns de wereld redt dankzij de duizend-en-één functies
van zijn door Q in elkaar geflanste horloge en balpen. Maar
tegelijk heeft Apted schijnbaar niet genoeg humor in z’n lijf
zitten om op die belachelijkheden te kunnen incasseren. Hij filmt
het allemaal alsof hij het echt méént. Dat zorgt voor een Bondfilm
die op een vreemde manier schizofreen lijkt – de makers gaan zo
gewichtig te werk dat de humor nauwelijks een kans heeft, maar het
verhaal is zo van de pot gerukt dat je het ook geen seconde serieus
kunt nemen.

De nogal overgecompliceerde plot begint wanneer een oliemagnaat
het hoekje om wordt geholpen. Zijn dochter, Elektra (Sophie
Marceau), erft de pijpleiding die hij aan het aanleggen was om olie
uit het Midden-Oosten naar Europa te pompen. Bond krijgt de
opdracht om haar te beschermen van wie het dan ook was die haar
vader vermoordde. Verdachte nummer één is Renard (Robert Carlyle),
een superschurk die Elektra ooit al eens ontvoerd heeft. Renard
kreeg toen een kogel in z’n kop, die hem nu langzaam maar zeker aan
het doden is. Zijn zintuigen sterven één voor één af, zodat hij
totaal ongevoelig is voor pijn of andere fysieke impulsen, en dus
wordt hij steeds sterker tot de kogel hem uiteindelijk doodt.
Bullshit? U zegt het maar.

Het gaat nog verder dan dat. Atoomwapens worden gestolen,
duikboten worden gekaapt en er komen scheuren in het toch al
minuscule topje van Denise Richards (meteen de enige reden waarom
ze gecast werd, kan ik me voorstellen). Eén van de grootste
problemen waarmee de filmmakers hier zitten, is dat ze eigenlijk
een flutverhaaltje te vertellen hebben. Waar het op neerkomt, is
dat één persoon het monopolie op olietransport in die regio wil
krijgen door de concurrentie letterlijk op te blazen. En dat was
het dan, daar gaat het eigenlijk over. Maar om dat verhaal toch
maar uit te spreiden over een lengte van twee uur, nemen de
scenaristen (Neal Purvis en Robert Wade) en de regisseur
verschillende omwegen die ervoor zorgen dat het allemaal veel
ingewikkelder lijkt dan het is. En met die indruk is geen enkele
film gediend.

Bovendien zorgt die omslachtige, veel te ingewikkeld opgebouwde
aanpak er ook voor dat de film begint te slepen. De helft van de
tijd is er geen duidelijke motivatie voor de actie – we krijgen een
situatie, Bond moet die gaan oplossen en ondertussen proberen de
scenaristen maar op alle mogelijke manieren om die situatie te
verantwoorden. Let op een scène waarin Bond en Christmas Jones de
pijpleiding ingaan om een bom onschadelijk te maken. Ze sjezen door
die pijp tegen ruwweg tweehonderd kilometer per uur, maar de hele
tijd is Bond maar tegen Jones aan het uitleggen waarom die bom daar
is, wie ze daar gestopt heeft en wat dat dan betekent voor de rest
van de plot. Omdat de schrijvers eerst anderhalf uur lang rond de
pot moeten draaien voordat ze de dodelijk banale clou van hun film
kunnen onthullen, zitten ze ook de hele tijd hun script te forceren
om zoveel mogelijk actie te kunnen tonen. Maar ondertussen besef je
als publiek maar al te goed dat het eigenlijk gewoon onsamenhangend
is. En een onsamenhangende film wordt al gauw een saaie film. ‘The
World Is Not Enough’ strompelt van de éne actiesequens naar de
andere, maar leidt nergens toe. Na ongeveer een uur heb je het wel
gezien.

Dat neemt niet weg dat die actiescènes op zichzelf bekeken soms
wel knap zijn – een aanval van helikopters met enorme zaagbladen
onder hun romp is bijvoorbeeld goed uitgedokterd. Maar bij gebrek
aan een verhaal dat ook maar in het minst steek houdt of aan enige
vaart in de film, is zelfs zo’n scène enkel dood gewicht.

Pierce Brosnan is zijn rol ondertussen zodanig gewend geworden
dat hij moeiteloos geloofwaardig is – zijn Bondfilms zijn, buiten
‘GoldenEye’,
nooit echt opmerkelijk geweest, maar Brosnan is wel één van de
beste Bonds die de reeks ooit gezien heeft. Naast hem staat ditmaal
Denise Richards, die er aardig uitziet maar op geen enkel moment
een spoor van talent verraadt. Ze valt dan ook absoluut in het
niets tegenover Sophie Marceau (ook niet mis), die zelfs in een
voor haar vreemde taal geloofwaardiger overkomt dan Richards in
haar moedertaal. Kun je nagaan.

Met een regisseur die zich geen blijf weet met de humor in z’n
script, een verhaal dat duizend-en-één omwegen zoekt om een
punchline te leveren die er geen is en Denise Richards die dringend
acteerlessen nodig heeft, is ‘The World Is Not Enough’ een
pijnlijke uitschuiver in de Bondreeks. Niet de enige en niet de
ergste, maar toch… Te mijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + dertien =