Transylvania




103 min.
/Frankrijk / 2006

Bij sommige films geniet je niet alleen met je ogen, maar
krijgen ook je andere zintuigen een verwenbeurt. Na (en tijdens)
het zien van ‘Perfume’ heb ik
bijvoorbeeld zo hard aan alles geroken, dat mijn neusvleugels er
radicaal van naar de knoppen waren gegaan (of heet dan een
verstopte neus?). ‘Transylvania’, van de Franse regisseur Tony
Gatlif, heeft dan weer mijn oren behekst. Als er één deuntje is dat
na twee weken nog steeds op de meest onverwachte momenten door mijn
hoofd komt gewalst en dat ik bovendien spontaan kan oproepen, dan
zijn het de vioolsnertsen uit ‘Transylvania’ wel. De zwierige
zigeunermuziek blijft fijn nagalmen en het is dan ook niet
verwonderlijk dat de film dit jaar op het Filmfestival van Gent de
prijs voor de beste muziek wegkaapte. Muziek is voor regisseur
Gatlif als de antikleeflaag bij een Tefalpan: onmisbaar en wel
degelijk hét geheime wapen tot zijn succes.

Een jonge vrouw met de swingende naam Zingarina (Asia Argento,
dochter van Dario) is bezeten van liefdesverdriet. In Frankrijk
leerde ze een muzikant kennen, maar hij vertrok op een dag zonder
zelfs maar een kattebelletje achter te laten. De zwangere Zingarina
trekt haar droomman achterna naar zijn geboortestreek Transylvanië,
in het hart van Roemenië. Ze vindt hem midden in de chaos van het
plaatselijke Herodefeest, maar hij reageert niet bepaald
dolenthousiast op haar bezoek en wijst haar brutaal af. In al haar
wanhoop en emotie neemt ze een radicaal besluit: ze keert niet
terug naar Frankrijk, dumpt haar reisgezel Marie (Amira Casar) en
trekt alleen verder door een land waar ze niemand kent en waarvan
ze de taal niet spreekt. Ze stelt zich helemaal open voor het
onbekende: ze neemt de typische klederdracht over en omarmt de
bevolking met al haar rituelen en rijke muziektraditie. Op haar weg
ontmoet ze Tchangalo (Birol Ünel), een louche en luizige je
m’en foutist,
die leeft van het afzetten van de plaatselijke
bevolking en die zijn domiciliëring op zijn auto heeft staan. De
twee trekken samen rond, terwijl Zingarina’s buik steeds ronder
wordt.

‘Transylvania’ is een typische Gatliffer. Alles in de
film is verweven met muziek en dans en het meeste van de muziek
componeerde de regisseur zelf. In het verhaal wordt een mengeling
van Engels, Frans, Roemeens en nog wat zigeunerdialecten gesproken
en dan blijkt de muziek als universele taal soms gewoon de beste
manier om je gevoelens uit te drukken. Naast zijn aandacht voor
muziek, hangen ook zijn andere typische kapstokjes weer netjes in
het rekje: zijn voorliefde voor het zigeunerleven en de zoektocht
naar een eigen identiteit. Tchangalo en Zingarina zijn onderweg
naar overal en nergens, maar ze zijn vooral op ontdekkingstocht
naar zichzelf. De sobere geschiedenis van de twee personages wordt
mooi afgewisseld met impressies van het mysterieuze Transylvanië.
Maar het is zeker geen documentairefilm of een poging om medelijden
op te wekken voor de arme bedelende straatkindjes. Gatlif toont het
werkelijke leven in die streken, maar hult het in een ‘romantisch’
jasje. Net zoals in zijn vorige film ‘Exils’ zitten er een
paar poëtische scènes in, zoals het kussengevecht midden op de weg
of het moment waarop Zingarina een foetusje op haar buik
tekent.

En we krijgen ook weer bevreemdend mooie personages. Wie
‘Gegen Die Wand’
heeft gezien, zal misschien wel een déjà-vu hebben, want de
personages hebben verdacht veel weg van Sibel en Cahit uit die
film: de fysieke gelijkenis is treffend (het gaat dan ook om
dezelfde acteur), maar ook hun karakter en onderlinge verhouding
zijn gelijkaardig. Birol Ünel speelt weer een destructieve
loner, die vooral troost zoekt in de drank. De veel
jongere Zingarina is nogal een wild katje met een eigen wil en
hysterische uitbarstingen. Hun relatie verloopt ook op een
gelijkaardige manier: ze helpen elkaar eerst uit de nood en van de
nood wordt langzaamaan een deugd gemaakt. Maar het is toch niet
helemaal een kopie: ‘Gegen Die Wand’ is hard,
heftig en uitputtend, maar wel “gewoon” narratieve cinema, terwijl
‘Transylvania’ niet zozeer een verhaal wil vertellen. Het is meer
een ervaring, een kennismaking van Zingarina én van de kijker met
een leven waar we niet zo vertrouwd mee zijn.

De acteurs kan je onmogelijk op een foutje betrappen: ze zijn
één met hun personages, het lijkt alsof het allemaal heel spontaan
is opgenomen, dat het geïmproviseerd is. Gatlif was zo onder de
indruk van de 31-jarige Asia Argento – die onlangs nog in korset op
de set van ‘Marie-Antoinette’ rondhuppelde-, dat we wel mogen
spreken van een nieuwe director-muze verhouding à la Woody
Allen en Scarlett Johansson. Argento zet een furieze jongedame
neer, maar zodra Birol Ünel in beeld komt, moet ze toch het
onderspit delven (alleen al zijn kookkunst!).

Minder betoverend dan ‘Exils’, een ‘Gegen Die Wand’
déjà-vu en de film zal ook uw leven niet veranderen, maar
hij biedt wél alles wat je van Gatlif mag verwachten: een roadtrip
door zigeunerland voortgedreven door opzwepend vingergeknip. Met
een iets bekendere cast kan de film misschien wel een groter
publiek bereiken. De enige bedenking die de film oproept, is hoe
lang Gatlif zichzelf op deze manier nog kan blijven
heruitvinden?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 20 =