The Young Knives :: Voices of Animals and Men

Ergens hebben we wel begrip voor de mensen die stilaan hun buik vol
hebben van het gestaag groeiende leger Britse bands dat via
MySpace, een zorgvuldig onderhouden bohémien- en/of junkielook,
enkele gewaagde uitspraken aan het adres van collega’s en een
grenzeloos vertrouwen in eigen kunnen azen op fifteen minutes
of fame
. Het begon een paar jaar geleden nochtans leuk en
veelbelovend met enkele bands die met succes teruggrepen naar de
alternatieve scene van goed vijfentwintig jaar geleden, maar
intussen zitten we wel mooi opgescheept met een ware tsunami van
nieuwe groepjes, die nu hun best doen om te klinken als de eerste
vracht bandjes die al hun best deden om te klinken als iets
interessants en opwindends uit de jaren ’80.
De spoeling wordt dus almaar dunner, maar we moeten er wel voor
opletten dat we het kind niet met het badwater wegspoelen. Af en
toe (jaja, toch nog!) komt er iets bovendrijven dat echt de moeite
is, zoals deze Young Knives. Ze zien er niet bepaald hip uit (zelfs
een beetje muf, alsof ze de rekwisietenkoffer van ‘De Collega’s’
hebben geplunderd), maar met ‘Voices of Animals and Men’ hebben ze
zonet een verkwikkend en verfrissend plaatje uitgebracht.

The Young Knives komen uit het landelijke Ashby-de-la-Zouch,
Oxfordshire en zijn met drie: Henry Dartnell (zang, gitaar), zijn
bassende broer The House of Lords (zo genoemd omdat hij elk
voorstel van de twee andere bandleden meestal afkeurt) en drummer
Oliver Askew. Ze zijn wel een hele tijd actief als band, maar echt
veel moeite om zichzelf te promoten hebben ze nooit gedaan. Pas
nadat ze door Gang of Four-gitarist Andy Gill werden ontdekt,
groeide het besef dat er misschien wel wat meer aan te vangen viel
met hun groep. Gill producete de in 2002 verschenen EP ‘The Young
Knives Are Dead’, en zat nu ook voor ‘Voices of Animals and Men’
achter de knoppen.

Op tekstueel gebied zijn The Young Knives neefjes van Jarvis Cocker
van Pulp en Blurs Damon Albarn ten tijde van ‘Park Life’ en ‘The
Great Escape’, met observaties over het dagdagelijkse leven op den
buiten. Ze hebben het boekje bij hun eerste cd dan ook volgestouwd
met allerlei foto’s en weetjes over de folklore uit de streek,
zoals strooien beren, boogschutters, imkers en worstelaars. Maar
net zo goed kunnen schoonouders, verliefden die uren vruchteloos
zitten te wachten op hun vlam of braspartijen in de lokale pub en
het hieruit volgende ziekteverzuim het onderwerp zijn van een
song.

Muzikaal leunt de band veel dichter aan bij het geluid van vandaag:
zomerse pop en rock, (post)punk en zelfs een heel klein beetje
psychedelica. Toch doen ze het een tikkeltje anders. Andy Gill koos
ervoor de band op plaat te zetten zoals ze klinkt in het
repetitiehok: erg lo-fi, sober, droog en naakt, als een afgestofte
demo. De groep wilde naar eigen zeggen klinken als een kruising van
XTC, Pixies en The Futureheads en dat is hen nog gelukt ook:
leuke zangpartijen, door Henry Darnell en House of Lords onder
elkaar verdeeld, meezingrefreinen die openbarsten als een rijpe
zweer, en catchy baslijnen die door de songs snijden als door een
pak boter.

Met een minimum aan middelen zetten de jongens veertien songs neer,
twaalf felle (en bijwijlen eerder snelle) die op het eerste gehoor
onderling verwisselbaar lijken, maar – geduld is een schone deugd –
pas na een aantal luisterbeurten écht openbloeien (en wees gerust
dat het om meerjarige plantjes gaat). ‘Part Timer’, ‘The Decision’
en ‘Weekends and Bleak Days (Hot Summer)’ openen de dans en drukken
de luisteraar meteen met de rug tegen de muur. Halfweg de plaat (na
zes van die kleppers) wordt de greep even gelost voor het
verrassend sobere, psychedelische (denk aan Syd Barrett) ‘Tailors’
en ‘Half Timer’, de slepende, slome herneming van ‘Part Timer’.
Beide songs fungeren zo’n beetje als een pauze tussen twee helften
van een voetbalmatch. De vette basintro van ‘She’s Attracted To’
(één van dé hoogtepunten) die volgt, sorteert dan ook eens zoveel
effect en schiet een nieuw spervuur opwindende songs op gang.

We zegden het al, het lijkt allemaal heel simpel en op het eerste
gezicht een beetje eentonig, maar geloof ons, we zijn vandaag enorm
blij dat we dit plaatje na de eerste luistersessies niet meteen op
het stapeltje ‘verticaal klasseren’ hebben gelegd. Zeg dus voor één
keer niet op voorhand “Bwaa, dat zal weer meer van hetzelfde zijn”,
maar geef deze jonge, snedige manskerels gewoon een eerlijke
kans!

Officlal
site

MySpace

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 17 =