My Super Ex-Girlfriend




Nu Bill definitief veilig en wel onder de zoden ligt, heeft Uma
Thurman blijkbaar haar zinnen gezet op een carrière als comédienne.
Zonder al te veel succes voorlopig: ‘Be
Cool’
was een sof, ‘Prime’
nogal flauwtjes en ‘The Producers’
was het soort van film waarvoor mensen emigreren naar landen waar
cinema’s verboden zijn (Kim Jung Il heeft Mel Brooks naar ‘t
schijnt al een dankbriefje gestuurd). Misschien moet la Thurman
toch maar eens een nieuwe move uitproberen, want ook ‘My Super
Ex-Girlfriend’ is niet bepaald iets om over naar huis te schrijven.
Het concept is krankzinnig genoeg om te kunnen werken (hoe voelt
het vriendje van een superheldin zich?), maar de uitvoering ervan
is zelden grappig en meer dan eens irritant. Eén van de
belangrijkste irritatiefactors (en het doet pijn om dit te moeten
schrijven) is dan nog de over the top-acteerprestatie van The Bride
zelve. Uma Thurman in een spandex pakje, ik had er nog zó naar
uitgekeken, maar helaas…

Luke Wilson (bekend van ‘The Royal
Tenenbaums’
en vooral van zijn broer Owen) speelt Matt
Saunders, een sympathieke maar nogal saaie architect die op een dag
tegen Jenny Johnson (Thurman) aanloopt. Overdag werkt Jenny in een
kunstgalerij, maar na haar uren is ze G-Girl, een superheldin die
raketten uit hun koers ketst en branden blust door supersonisch
snel rond te tollen in de lucht. Ieder z’n hobby. Aanvankelijk gaat
alles best tussen Matt en Jenny (seks met een superheldin is
schijnbaar een spectaculaire ervaring), maar de heroïsche dame
blijkt zo neurotisch en bezitterig te zijn dat hij er na een tijdje
toch een einde aan wil maken. En dat is dus iets dat hij beter niet
had gedaan.

Tot in de jaren negentig was Ivan Reitman de ongekroonde koning van
de middelmatige komedie. Hij scoorde fenomenaal met ‘Ghost Busters’
en de Arnold Schwarzenegger-komedies ‘Twins’ en ‘Kindergarten Cop’,
waarvan heel wat mensen destijds dachten dat ze geestig waren. Die
mensen vind je nu niet meer zo makkelijk. Sindsdien is het allemaal
bergaf geweest. Een echt groot filmmaker heb je hem nooit kunnen
noemen en het laatste dat we van hem hebben gehoord, was
‘Evolution’ in 2001. Zijn zoon Jason heeft tegenwoordig ‘Thank You For Smoking’ in de zalen lopen,
een betere film dan hij ooit heeft gemaakt. Dat moet iets
betekenen. ‘My Super Ex-Girlfriend’ past perfect in dat rijtje
onopmerkelijke komedies – van die filmpjes die niet slecht genoeg
zijn om echt weerzin op te wekken, maar die na een minuut alweer
vergeten zijn.

Een groot probleem zit ‘m bij het centrale koppel zelf. Luke Wilson
speelt Matt als de saaiste mens ter wereld. Iemand die min of meer
sympathiek is, veronderstel ik, maar je zou er ook geen hele avond
mee opgescheept willen zitten omdat je gewoon wéét dat hij binnen
de kortste keren anekdotes over z’n werk zit te vertellen. Die
saaie piet wordt dan gecombineerd met een vrouw die door Uma
Thurman wordt gespeeld als een hysterische vrouwelijke versie van
Woody Allen. Even onzeker, even babbelziek, maar dan veel
luidruchtiger en heel wat minder geestig.

Neem nu de eerste date tussen Matt en Jenny. Zij zit maar te
tateren, flapt met haar handen als een vis op het droge en zegt
dingen als: “Wist je dat ik erg goed ben in seks? Nuja, dat denk ik
toch.” Ondertussen zit hij tegenover haar en… hij kijkt maar zo’n
beetje, terwijl hij daar vaagweg sympathiek zit te wezen. Je
begrijpt op geen enkel moment waarom die twee mensen ooit voor
elkaar zouden kunnen kiezen, behalve dan dat ze allebei wanhopig
zijn en zich vastgrijpen aan de eerste de beste die langskomt. Dat
er geen chemistry tussen de twee hoofdpersonages in een
liefdesverhaaltje bestaat is al erg. Maar dat wordt dan ook nog
eens gecombineerd met Uma Thurmans variant op komisch acteerwerk,
die voornamelijk bestaat uit het wijd openen van de mond, het wijd
openen van de ogen en het uitkressen van bizarre geluidjes die niet
helemaal gezond klinken.

Sporadisch krijg je wel eens een goeie grap, maar die moet je al
zorgvuldig gaan zoeken tussen de stormvloed aan flauwe exemplaren.
Wanneer er dan toch iets geestigs gebeurt, is dat meestal te danken
aan nevenpersonages Hannah (een collega van Matt gespeeld door Anna
Faris) en slechterik Professor Bedlam (Eddie Izzard). Die twee zijn
zowat de enigen in de cast die zich niet zichtbaar staan uit te
sloven om toch maar grappig te zijn, en het gevolg is dat ze de
enigen zijn die regelmatig een glimlach weten los te weken. Humor
werkt vaak het beste als het nonchalant wordt gebracht.

Dat alles wordt door Ivan Reitman in beeld gebracht in een stijl
die even doordeweeks en routinematig professioneel is als die van
al z’n films. Reitman weet hoe hij tempo aan een film kan geven,
hij weet waar hij z’n camera moet zetten en waarom, maar nergens
dreigt hij een persoonlijke toets aan het scenario te geven, ook
niet in z’n vormgeving. Het is bekwaamheid zonder de minste
inspiratie, net genoeg maar ook geen klein beetje teveel.

En hetzelfde geldt in feite voor de hele film: slecht gemaakt is
hij niet, veronderstel ik, maar hij is louter gericht op
zaterdagavond-cinemagangers van de minst kritische soort. Zo van
die mensen die absoluut niet wensen na te denken over een film,
maar gewoon slikken wat ze krijgen, een liter cola slurpen tijdens
dat anderhalf uur, een kilo popcorn opvreten en vervolgens tevreden
zijn met een geslaagde avond. Dat soort mensen weet dus waar
naartoe. Iedereen die én graag lacht, én voor wie het wél een
tikkeltje meer mag zijn, kan beter naar de film van de zoon gaan
kijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × twee =