Charlotte Gainsbourg :: 5:55

Met Serge Gainsbourg en Jane Birkin als ouderlijk paar ben je
voorbestemd om willens nillens in de showbizzwereld terecht te
komen. Gooi daar nog een verlegen meisjeslook en die typisch Franse
je ne sais quoi bij en de rode loper ligt op voorhand al
uitgerold. Op haar dertiende had Charlotte met ‘Paroles et Musique’
haar eerste filmrol te pakken. In datzelfde jaar nam ze met haar
vader het controversiële duet ‘Lemon Incest’ op en twee jaar later
kwam haar album ‘Charlotte For Ever’ uit. Met een César Award voor
meest belovende actrice van 1986 onder de arm, koos ze resoluut
voor een filmcarrière en dat legde haar geen windeieren. Gainsbourg
maakte haar opwachting in onder meer ‘La Petite Voleuse’
(geschreven door Truffaut), de verfilming van ‘Jane Eyre’ en
21 Grams‘ van Alejandro
Iñárritu. De muziekwereld liet ze geruime tijd links liggen. Op
soundtrackbijdragen en samenwerkingen met Etienne Daho en Madonna
na was het twintig jaar wachten op nieuw werk.

Dit tweede album is ‘5:55’ geworden en naar gewoonte is het ook een
release met stijl geworden. Jarvis Cocker en Neil Hannon (The Divine Comedy) zijn
tekstschrijvers van dienst, Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel
(kortweg Air) zorgden
voor de melodiën. De productie legde Charlotte in de handen van
Nigel Godrich (vaste producer van Radiohead). Deze combinatie deed
de oren van de muziekcritici al op voorhand tintelen en de single
‘The Songs that we Sing’ dreef het toerental der speekselklieren
alleen maar verder de hoogte in. De perfect getimede
tempovariaties, het speelse belgerinkel en de ijle zanglijnen die
in bijna bekakt Engels uitgestoten worden: de combinatie is pure
magie. Het album biedt meer van hetzelfde: gefluister, gehijg en
serene zang overgoten met feërieke deuntjes. Wanneer je ze
afzonderlijk beluistert lijken de songs dan ook sterk op elkaar,
maar in albumvorm lijkt coherentie een betere term voor het
fenomeen dan eenzijdigheid. Het repetitieve element steekt niet
tegen, maar zorgt er net voor dat je gaat wegdromen bij ‘5:55’. De
titeltrack schetst het perfecte kader voor de plaat: een
schemerzone tussen dag en nacht, tussen droom en realiteit.

Het is niet te verwonderen dat ‘The Songs that we Sing’ als
visitekaartje gebruikt werd: het is zonder twijfel de beste track
op de plaat. Enkel ‘Beauty Mark’ en ‘Morning Ghost’ kunnen nog
meedingen naar deze titel, maar zijn dan weer te traag om
potentieel te hebben als release. Er is ook geen loep nodig om
minpunten van dit album op te sporen. Enkele nummers zijn wat
flauwtjes uitgevallen: Little Monsters’ slaagt er niet in een
impressie te maken, ‘Nighttime Intermission’ is letterlijk niets
meer dan een wat lang uitgevallen interlude en ‘Everything
I Cannot See’ lijkt een rejectee van The Cardigans. Op
sommige tracks, waaronder ‘The Operation’, een ontdekkingstocht van
de geliefde, klinkt Gainsbourgs stem bovendien heel dunnetjes, maar
toch hoop je stiekem dat de française deze woorden in jouw oor aan
het fluisteren is. En dit laatste is eigenlijk een toonbeeld van de
magie van het album: hoewel er hier en daar enkele oneffenheden op
te merken vallen, neem je deze beauty marks erbij omdat
het geheel nu eenmaal te charmant klinkt om een luisteraar
onberoerd te laten. Onder het motto ‘ere wie ere toekomt’ moet deze
verdienste wel aan Godin en Dunckel toegedicht worden. Uiteindelijk
zijn zij het brein achter dit project en is dit een Air-plaat
geworden, maar dan wel één van de bovenste plank.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 6 =