Fast Times at Ridgemont High




Als er één filmmaker is die dingen heeft gedaan waar ik mijn
linkerteelbal voor zou afstaan, dan is het toch wel Cameron Crowe.
Als puber ging hij aan de slag als rockjournalist bij het
muziekblad Rolling Stone (het semi-autobiografische resultaat
hiervan kan je bewonderen in het pareltje ‘Almost Famous’) en voor zijn boek ‘Fast
Times’ trok hij zowaar undercover naar een high school om
inspiratie op te doen. Het is eens wat anders dan rekken vullen in
de lokale Colruyt als vakantiejob. Dat boekje werd een bescheiden
succes en Crowe kreeg de kans om zijn schrijfsel naar een
filmscenario te vertalen. De film, ‘Fast Times at Ridgemont High’,
werd een dikke hit en groeide uit tot één van de invloedrijkste
‘high school movies’ van de jaren tachtig. Een formule waar vooral
John Hughes (‘The Breakfast Club’,
‘Ferris Bueller’s Day Off’) aardig
wat succes mee wist te boeken. ‘Fast Times’ was een pionier, een
vernieuwer en een trendsetter voor een tijdelijk genre, dat jammer
genoeg niet de beste weerstand heeft tegen de tand des tijds. Maar
als je dan toch die foute jaren tachtig gaat opzoeken, dan is deze
‘Fast Times’ zeker bij de betere keuzes, al was het maar om Sean
Penn de meest opmerkelijke rol van zijn leven te zien spelen: een
pizzavretende surfer-dude.

We volgen een aantal jongeren tijdens een high school-jaar in het
zonnige Californië. Naïeve Stacy (Jennifer Jason Leigh) is het
groentje die zo snel mogelijk alles wil ontdekken over seks, liefst
met een beetje romantiek erbij. Met de hulp van haar iets meer
ervaren vriendin Linda (wandelende natte droom Phoebe Kates) leert
ze al snel de ups en downs van haar prille zoektocht. Mark (Brian
Backer) is dan weer de sufferd met een boon voor Stacy, die een
paar duwtjes in de rug moet krijgen van zijn louche buddy Mike
(Robert Romanus). Daarnaast krijgen we ook het lief en leed te zien
van Brad Hamilton (Judge Reinhold), die zijn populariteit ziet
tanen nadat hij zijn job en lief kwijtspeelt en de hilarische
confrontaties tussen über-slacker Jeff Spicoli (Sean Penn in een
must-see rol) en de norse leraar, Mr. Hand. Om het met de woorden
van Spicoli te zeggen: ‘Hey, Bud, let’s party!’

‘Fast Times at Ridgemont High’ is eigenlijk interessanter om te
bekijken als de springplank voor de vele bekende jonge gezichten
(Forest Whitaker! Nicolas Cage! Eric Stoltz!) dan voor de film
zelf, die nu niet meteen de hoogvlieger is die de reputatie ervan
maakt. De personages zijn sympathiek, er zijn een paar grappige
scènes (de masturbatiescène met Judge Reinhold is een klassieker)
en zelfs met crappy eighties popsongs werd een aangename soundtrack
verzameld, maar toch laat het geheel teveel te wensen over om van
een absolute klassieker te spreken. De nostalgie verdoezelt de
fouten en tekortkomingen en niemand staat te springen om de ballon
met een nuchtere of cynische speld te doorprikken. Het is een
beetje zoals je oude vakantielief terugzien: ze heeft nog iets,
maar je vraagt je toch een klein beetje af waarom je er ooit zo
stapelverliefd op was.

Het meest verrassende aan ‘Fast Times’ is dat we, op een aantal
hilarische hoogtepunten en Sean Penn’s geniale Jeff Spicoli na,
eigenlijk een vrij serieuze kijk krijgen op het leven van onzekere
tieners. Crowe heeft altijd al een voorkeur gehad om net als zijn
idool, Billy Wilder, drama en komedie hand in hand te laten gaan op
een bitterzoete toon. En hoewel bepaalde keuzes een beetje
klungelig overkomen (Was er echt nood aan een abortus-subplot?) is
die niet-geromantiseerde visie net datgene wat ‘Fast Times’ ietsje
meer maakt dan wat we normaal te zien krijgen in dit genre. De
personages zijn niet alleen sympathiek, ze krijgen ook te maken met
echte problemen die herkenbaar zijn voor iedereen die ooit een
tiener is geweest. Soms wordt dat volkomen ernstig en zelfs
confronterend gebracht, zoals met de ontmaagding van Stacy op een
ongure en verlaten plek door een zo goed als wildvreemde
cherry-popper. Wanneer de probleempjes op een iets
luchtigere manier worden ingevuld, dan krijg je aangenamer kijkvoer
te zien zoals de scène waarin Linda Stacy leert pijpen met een
rauwe wortel. De humoristische stukken zijn verteerbaarder, maar de
serieuze toetsen geven ‘Fast Times’ dat scherpe, bittere randje.
Niet altijd even geslaagd, maar wel steeds gedurfd en
bewonderenswaardig.

Het is echter ironisch dat het net het meest karikaturale personage
het hart en de ziel van de film moet voorstellen. Het is voor
vertolkingen zoals die van Sean Penn dat de term ‘scene stealer’ is
uitgevonden. We zien de methodische karakteracteur uit doodserieuze
prenten zoals ‘Mystic River’ en
’21 Grams’ met een gebronsde torso
en surfblonde manen rondslenteren alsof hij zijn hele leven niks
anders gedaan heeft. Echte dialogen heeft hij ook niet, enkel een
paar krachttermen waartussen de woorden ‘dude’, ‘awesome’ en
‘totally’ worden geweefd. Penn speelt de iconische slacker die de
weg baande voor hele generaties niksnutten: de mannen van ‘Wayne’s
World’, ‘Bill & Tedd’, de kliek uit ‘Dazed and Confused’ en zelfs de Gentenaars
uit ‘Any Way the Wind Blows’, ergens
zijn ze allemaal Jeff Spicoli en het maakt van de gereputeerde Sean
Penn de ongekroonde koning van het dude-typetje.

Ondanks het talent voor en achter de camera is ‘Fast Times’ geen
volledig geslaagde prent. De omschakeling van drama naar komedie
verloopt niet altijd even vlot en dat dodelijke jaren tachtig-kader
maakt de film te gedateerd om nu nog even fris over te komen.
Gelukkig is de ‘before they were famous’-cast gezellig op dreef en
overstijgt de prent moeiteloos de standaard genregenoten.
Totally awesome is er misschien wat over, maar als Jeff
Spicoli het nu zo wil verwoorden, wie zijn wij dan om hem tegen te
spreken?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =