Pearl Jam :: 30 augustus 2006, Sportpaleis

Eindelijk stond Pearl Jam dan toch in België. Frontman Eddie Vedder raakte er zelf nauwelijks over uitgepraat. De vraag was natuurlijk of het er nog toe deed, een slordige tien jaar na de hoogdagen van de band. Het antwoord bleef lang in het ijle hangen, maar uiteindelijk overtuigde de band puur op wilskracht.

Twee keer in zijn bestaan moest Pearl Jam verstek geven voor een Belgisch concert. In 1992 ging Vedder na een kleedkamerdiefstal in Zweden door het lint, in 2000 werden negen mensen uit het publiek verpletterd tijdens hun set op Roskilde. Beide passages waren gepland voor Werchter. Van zaalconcerten was zelfs helemaal nooit sprake. Vijftien jaar na het monumentale debuut Ten zou de groep dat eindelijk rechtzetten.

"The waiting drove me mad … you’re finally here and I’m a mess": Vedder wrijft het er bij opener "Corduroy" nog eens goed in. Een glorieuze start is dit echter niet: het geluid zit duidelijk niet goed, en blijft het optreden lang wisselvallig. "Animal" zet de valse start erna dan wel meteen recht en beukt als een pletwals over de menigte heen, later sluit "Why Go" de set modderig af. Probeerde de PA-man lukraak maar iets? Had hij te hard gevierd dat de groep eindelijk een Belgisch podium haalde? Er zat duidelijk iets niet juist.

De grungers kozen voor een klein en knus podium dat, omgeven door een ring van licht, een al bij al intieme sfeer weet op te wekken. Ondanks de enorme dome errond, roept het podium af en toe iets op van de beslotenheid van een kleine club waar de groep zich in het zweet werkt. En dan blijkt een machtige machine in werking. Een intens "Even Flow" krijgt meteen ook een uitgesponnen hoofdstuk solo’s mee waarin gitarist Mike McCready zich mag tonen, maar ook drummer Matt Cameron.

Het valt op hoe de songs van de eerste drie albums er uitspringen. "Not For You", "Jeremy", ze worden niet alleen net dat tikje luider meegezongen: het zijn reuzen tussen het materiaal van latere platen als No Code en Yield. Al gaat het prachtige weidse "Given To Fly" van op die laatste ten onder in een afgrijselijke geluidsbrij. Nieuwere songs als "Severed Hand", "Unemployable" en "Comatose" geven echter blijk van het gebrek aan inspiratie waar Pearl Jam de laatste jaren mee kampte. Creatief gezien lijkt het vat af, en de rest van hun oeuvre een bevestiging van de stelling dat de meeste groepen maar drie platen in zich hebben.

Al die afwegingen worden door Vedder en co echter één voor één weggevaagd. Pearl Jam wil van zijn eerste passage te lande iets maken en dus blijven de leden aan de kar trekken. In de lange bisronde lukt het hen dan toch om de laatste twijfels weg te nemen.

"Speciaal voor België", grapt Vedder alweer wanneer hij solo op mandoline "Soon Forget" weggeeft. Het gaat als vanzelf over in een massaal meegezongen "Black", de hit die van de groep geen hit mocht zijn en dus niet op single verscheen. Met "Betterman" en "Crazy Mary" wordt dat trage blokje afgewerkt. Waarna voor "Alive" een spiegelbol mag neerdalen. Ondanks de wrange tekst blijft dit anthem het meest hoopvolle nummer uit die hele zwartgallige grungeperiode. Het zegt iets over de tijd die Pearl Jam groot maakte, toen het leed van de wereld nog woog op jonge schouders. Vanavond is het even weer 1991 en — godzijdank — leven we nog steeds: ouder, sadder, een beetje wiser.

Alweer een uitzonderlijk gebeuren, speciaal voor het Belgische publiek: Vedder roept Andrew Stockdale van voorprogramma Wolfmother het podium op voor "Hunger Strike", oorspronkelijk een duet met Chris Cornell van Soundgarden. De band maakt zijn winning streak af met een stomend "Baba O’Riley" van The Who. "Tot volgend jaar", belooft Vedder (nou nou!), "Yellow Ledbetter" is de klassieke afsluiter.

De omstandigheden zaten niet helemaal mee, het nieuwe werk blijft duidelijk een klasse lager spelen dan de songs uit de eerste helft van de jaren negentig, maar Pearl Jam stond wel eindelijk op Belgische bodem. Het was niet altijd mooi om te zien, het begin klonk er even niet naar, maar de band bewees zich met grote verbetenheid in het laatste half uur van de set. Volgend jaar beknopter op pakweg Werchter en dan alleen maar de hoogtepunten: Schuer moet er maar eens zijn chequeboekje voor bovenhalen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =