The Veils :: Nux Vomica

Rough Trade-eigenaar Geoff Travis moet even gezweet hebben toen Finn Andrews hem nauwelijks enkele maanden na de release van debuut The Runaway Found meldde dat hij de rest van The Veils hun C4 had gegeven. Toch behield de platenbaas het vertrouwen in zijn poulain. Twee jaar later blijkt dat niet meer dan terecht: Nux Vomica is een wedergeboorte een fenix waardig.

Twee beelden zijn bijgebleven van het furieuze concert dat The Veils in mei 2004 op Les Nuits Botaniques gaven. Ten eerste: Finn Andrews die na afloop wat eenzaam en mistroostig op de trappen van de Brusselse Kruidtuin zat, weg van zijn band. Het was toen al duidelijk dat het met die bijeengeraapte bende niet meer goed zat. Ook viel toen op hoe de frêle zanger-gitarist zijn songs er eerder die avond aan een razend tempo doorjoeg, op een manier die niets meer met dat debuut te maken had. Noch het hitje "Lavinia", noch het poppy "The Tide That Left And Never Came Back" sloot af, maar alles culmineerde in een rauw en hard "More Heat Than Light". Dit was waar Andrews vanaf nu naar toe wilde. Of toch half, zo blijkt uit Nux Vomica.

Op papier is deze tweede van The Veils immers de meest schizofrene plaat aller tijden. Van glitzy discoballad tot rauwe bluesrock à la Nick Cave: het lijkt alsof Andrews de uitersten van de jaren tachtig wilde verzoenen. Het wonderlijke is dat hij daar in slaagt. Op geen enkel moment voelt Nux Vomica geforceerd aan, zelfs niet wanneer het demonisch kervende "Jesus For The Jugular" rug aan rug volgt op de aalgladde (dat "pah-pah-pah-ooh"-koortje!) single "Advice For Young Mothers To Be".

Voor die stunt geldt maar één verklaring: stuk voor stuk zijn de songs topklasse. Andrews schreef de bulk van de plaat in zelfgekozen ballingschap bij zijn moeder en broertje in Nieuw-Zeeland, ver weg van het verwarrende Londense leven. Het is ook de plaats waar hij ooit van wegvluchtte uit verveling. Nux Vomica: de vruchten van die braaknootboom kunnen zowel het leven redden als er een eind aan maken. Er is de confrontatie met oude vrienden die zich in het gezinsleven storten in "Advice…", en de sluimerende zelftwijfel "am I on the right train headed in the wrong direction?" in de titeltrack.

"Nux Vomica" is een monster van ingehouden spanning. Telkens weer lijkt het uit elkaar te spatten, maar dat gebeurt nooit helemààl: Andrews rukt aan de ketting, maar kan zich niet bevrijden. De nieuwe band die de jonge zanger rond zich vormde, geeft hem de perfecte ondersteuning voor zijn gepassioneerde uitbarsting tegen God.

Naast Nick Cave zijn ook die andere tegenvoeters The Triffids een gepaste referentie. In "A Birthday Present" is dezelfde wijdheid te vinden als bij die cultgroep. En dus mag er met "Under The Folding Branches" net zo goed even een echte plakker worden gebracht en houdt afsluiter "The House Where We All Live" het heel klein en ingetogen, als een antithese van alle woeste emoties die voorafgaan.

Nux Vomica is zo’n plaat die na drie beluisteringen al vertrouwd klinkt omdat elk stukje perfect op zijn plaats zit: de afwisseling tussen hard en zacht, poppy en rauw, de opeenvolging van de nummers, … er is geen speld tussen te krijgen. Nux Vomica is het geluid van iemand die terugbijt, maar ook het zelfvertrouwen heeft gekregen om het volgende moment met gemak in een vlotte croon te glijden. De voorbije jaren hebben Finn Andrews duidelijk alleen maar sterker gemaakt. The Veils zijn volwassen geworden en als het nu een beetje wil meezitten, gaan ze nog een lange carrière tegemoet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 19 =