Ask the Dust




Meer dan vijftien jaar lang heeft Robert Towne met ‘Ask the Dust’
rondgelopen. Begin jaren negentig was het script af, en sindsdien
heeft zowat elke grote naam in Hollywood het wel in handen gehad.
Mel Brooks had op een bepaald moment de rechten, Johnny Depp ging
erin meespelen, toen ging het naar Val Kilmer enzovoort. Niks dan
problemen dus. Het is altijd een beetje pijnlijk om dat soort van
verhalen te horen over films die vervolgens vrijwel onopgemerkt de
zalen in- en uitgaan. Na al die moeite, na vijftien jaar wachten en
proberen, is er in Amerika geen hond naar Towne’s laatste gaan
kijken en ik vermoed nu niet dat hij bij ons zo’n grote kaskraker
zal worden. Terecht? Och ja, Towne’s oerklassieke filmische aanpak
heeft zeker en vast z’n charme – de fotografie is geweldig, de
dialogen klinken als een bel en de vertolkingen zijn op z’n mist
adequaat en op z’n best uitzonderlijk. Maar ‘Ask the Dust’ is ook
een onevenwichtige prent, die van het éne thema op het andere
springt zonder om te kijken of zich te bekommeren over samenhang.
Een blik waar enkele goede ideeën in rondrollen, compleet
afgesneden van al de rest. Het is moeilijk te geloven dat in al die
tijd Towne nooit heeft kunnen beslissen welk verhaal hij nu precies
wilde vertellen, maar dat is wel de indruk die je krijgt.

Colin Farrell speelt Arturo Bandini, een aspirant-schrijver die
enkele maanden geleden naar Los Angeles kwam met 150 dollar in z’n
zakken (we bevinden ons eind jaren dertig, dus dat is veel geld).
Nu teert hij echter op z’n laatste kwartje terwijl hij in z’n
kamertje zit te worstelen met een enorme writer’s block. Op een
avond maakt hij kennis met Camilla (Salma Hayek), een Mexicaanse
serveerster met een grote mond. De twee raken stante pede
verwikkeld in een soort haat/liefdeverhouding die het Arturo
behoorlijk moeilijk maakt, maar die hem wel eindelijk nog eens stof
geeft om over te schrijven.

Robert Towne is iemand van de oude stempel: hij vestigde zijn
reputatie als één van de grote scenaristen van het nieuwe Hollywood
uit de jaren zeventig, met scripts als ‘The Last Detail’, ‘Chinatown’ en ‘The Parallax View’ op zijn
naam. Eens die droom van een door independents gedreven
Hollywood voorbij was, moest Towne gaan zoeken naar een plaatsje in
het nieuwe, veelal ultracommerciële filmlandschap, wat niet altijd
even makkelijk ging. Gevolg: halfwassen als ‘Tequila Sunrise’ en
totale flops als ‘Mission: Impossible 2’ (dat hij schreef). Towne
verdiende zijn sporen in een filmindustrie die nog geïnteresseerd
was in personageontwikkeling en thematiek, waardoor hij
tegenwoordig als een levend anachronisme overkomt. ‘Ask the Dust’
geeft dezelfde indruk – een ouderwetse film, die zodanig traag gaat
en waar goed beschouwd zo weinig in gebeurt dat je je afvraagt hoe
hij ooit gemaakt is kunnen worden.

Die klassieke aanpak heeft zo z’n voor- en nadelen. Vormelijk is
Towne in ieder geval in topvorm: zonder digitale camera’s, snelle
bewegingen of zelfs steadicams, weet hij een prachtig afgewerkte
wereld tot leven te wekken. Towne’s filmgrammatica is buitengewoon
helder. Hij cut nooit zonder dat er een reden voor is, elke
camerabeweging is gemotiveerd, elke camerapositie binnen een scène
valt te verantwoorden door de inhoud. Dat houdt in dat we geen
wilde visuele capriolen krijgen, maar een zeer beredeneerde
beeldvoering, kalm en duidelijk. Ook op de composities van die
stabiele shots valt niets aan te merken: de belichting suggereert
de invloed van fotomateriaal uit die tijd, met z’n gelige glans en
scherpe contrasten, en de sets zien er allemaal bijzonder
overtuigend en bewoond uit. De dialogen, op hun beurt, lijken
geschreven te zijn als een hommage aan Raymond Chandler en andere
meesters van de hard boiled verhalen. De personages spreken
zoals personages uit films van die tijd dat zouden doen – je zit
gewoon te wachten tot Humphrey Bogart komt binnengelopen.

Het is echter inhoudelijk dat Towne in de problemen komt: ‘Ask the
Dust’ is in essentie een liefdesverhaal, maar het duurt ongeveer
een uur voordat de film daar zelf achter komt. Tot dan zien we
Colin Farrell doorheen die prachtige sets lopen als een kip zonder
kop, zonder enig idee in wat voor film hij meespeelt. Donald
Sutherland en Justin Kirk (enkele jaren geleden nog briljant in
‘Angels in America’) hebben bijrolletjes maar verdwijnen halverwege
de prent om nooit meer gezien of gemist te worden en Idina Menzel
speelt een kort stukje als een wanhopige dame met zware
brandwonden. Al die personages zijn interessant op zichzelf, maar
Towne weet schijnbaar niet goed wat hij met hen moet aanvangen. De
indruk waar je mee buitengaat, is dat die figuren een veel grotere
rol speelden in het boek, maar hier gereduceerd werden tot
walk-ons. Wat op zichzelf niet zo’n ramp zou zijn, maar die
walk-ons houden wel het centrale liefdesverhaal op.

Dan tijdens het tweede uur laat Towne al die ballast vallen en
verscherpt de film z’n focus: nu gaat het echt over de relatie
tussen Farrell en Hayek, en Towne neemt de gelegenheid te baat om
het één en ander te zeggen over racisme en onverdraagzaamheid. Hij
is een Italiaan, zij een Mexicaanse, en overal waar ze gaan worden
er wenkbrauwen gefronst. Een hoteleigenares verwittigt Farrell al
aan het begin van de film dat er “geen Mexicanen of joden
toegelaten zijn”, en die mentaliteit wordt door zowat iedereen
gedeeld. Zelfs Arturo heeft vooroordelen – een minderheid die een
andere minderheid discrimineert. De suggestie die er uiteindelijk
geleverd wordt, is dat mensen die elkaar graag zien hun eigen land,
hun eigen nationaliteit moeten vormen om te kunnen overleven. Maar
het blijft bij een suggestie – één van de meest frustrerende dingen
aan ‘Ask the Dust’ is juist dat Towne zich vastklampt aan een
thema, maar het dan vervolgens niet volledig durft of kan
uitbenen.

De liefdeshistorie werkt gedeeltelijk, door de prachtige fotografie
en een oprecht gepassioneerde vertolking van Hayek. Maar tegen de
tijd dat Towne er écht werk van maakt, hebben we al een vol uur
zitten kijken naar een film die maar niet kon beslissen welke
richting hij uit wilde, en dat blijf je meedragen. Bovendien is
Colin Farrell hier nogal kleurloos als Arturo. Hij volstaat, maar
hij lijkt soms zijn eigen personage niet echt te begrijpen. En als
hij het al niet kan, hoe zouden wij het dan moeten kunnen?

Towne heeft hier een oerklassiek drama afgeleverd, dat mooi is om
naar te kijken en echt wel boeiende dingen bevat. Maar dat alles
gaat voor een groot deel verloren in een eerste uur waarin zowel
plot als nevenpersonages maar zo’n beetje hangen te waaien, en in
een racismethematiek die te weinig wordt uitgespit om betekenisvol
te zijn. Zonde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + achttien =