Comets On Fire :: Avatar

Met zijn derde album Blue Cathedral wist Comets on Fire twee jaar geleden ook buiten het wereldje van de radicaal psychedelische muziek indruk te maken. Dat wordt ongetwijfeld verdergezet met Avatar, waarop de band toegankelijker dan ooit klinkt zonder zijn paddestoelenfactor te verliezen.

Psychedelische muziek is nooit helemaal weggeweest, al werd het vooral gegund aan subculturen met een vreemde fascinatie voor hallucinogene en andere drugs. Er lijkt echter verandering in te komen: folk, rock en experimentele muziek lijken meer en meer terug te grijpen naar de late sixties en vroege seventies met hun far out geluidseffecten, narcotische melodieën, hypnotische ritmes en uitgerokken jams. Er zijn echter weinig bands die dat zo overtuigend doen als Comets On Fire, een vijftal dat van elk album een tijdreis maakt die de luisteraar terugvoert naar, pakweg, het San Francisco van vijfendertig jaar geleden en achterlaat in de handen van goeroe Timothy Leary, die vervolgens z’n ding mag doen met lsd en psychologie. Turn on, tune in, drop out, weet u wel.

De vijf hebben intussen dan wel het stadium van richtingloos gepingel en monotone feedbackfestijnen achter zich gelaten, toch is er van mainstream rock geen sprake. Avatar roept dan ook herinneringen op aan de bands die de Fillmore East aan het zweven brachten met extatisch gesoleer, virtuoze interactie en langzaam ontvouwende gitaarfestijnen. Ondanks die obsessie met psychedelica, proto-hardrock, space trips, en een ouderwets geluid, slagen ze erin om het geheel ook een eenentwintigste-eeuwse draai mee te geven en enige inspanning van de luisteraar te eisen. Een makkelijk album kan Avatar bezwaarlijk genoemd worden, maar als u ook week wordt van de optelsom ’Motorpsycho op zijn luidst’ + ’MC5 achter Sun Ra aan’ + ’Cream op speed’, dan is het hoog tijd om de portefeuille boven te halen.

Opener "Dogwood Rust" is meteen een binnenkomer van jewelste: vloeiend gitaargepingel dat doet denken aan The Allman Brothers Band anno 1971, een drummer die roffelt als een Keith Moon na een jazzopleiding, en een baslijntje dat maar blijft lopen. De band koppelt de lompe kracht van MC5 en The Who aan duizelingwekkende solo’s die jamfestijnen tot een verzengende climax kunnen leiden. Dat geldt ook voor "Jaybird", dat sierlijke, haast pastorale gitaarfiguurtjes à la Wishbone Ash combineert met nerveus gedrum en Byrds-harmonieën, tot de rust halverwege wordt verstoord door een versnelling en meer uitzinnig gitaarwerk van voorman/zanger Ethan Miller en Ben Chasny (zie ook: Six Organs Of Admittance), een tandem die zich stilaan kan meten met de klassieke duo’s.

"The Swallow’s Eye" is dan weer het fuzzfeest, de Blue Cheer-ode met de dalende gitaarlijntjes, gierende elektronica en jankende en huilende gitaren die voor een opeengepakte geluidsorgie zorgen. Echt in het rood gaan doet de band pas in het krappe "Holy Teeth", dat als een hondsdolle maniak om zich heen slaat, met een furieuze energie die de vergelijkbare pogingen van Boris op zijn laatste album reduceert tot kleutertjesgejengel. We durven er niet aan te denken wat dat live geeft. Gelukkig zijn er nu en dan ook rustpunten te ontwaren: "Lucifer’s Memory" en "Hatched Upon The Age" zijn dromerige ballads met weerhaakjes, terwijl het zomerse "Sour Smoke", met z’n vertraagde "Immigrant Song"-ritme zowaar catchy en plezant te noemen valt.

Het warme water hebben die van Comets On Fire zeker niet uitgevonden, en met Avatar hebben ze dan nog eens hun meest conventionele album gemaakt. Wél zijn ze erin geslaagd een archaïsche stijl op te pikken en die een paar decennia later opnieuw leven in te blazen met vakmanschap en virtuositeit. Het is zeker niet voor iedereen weggelegd, maar fans van Pink Floyd, King Crimson, alle bands die hierboven vermeld worden en, om eens in eigen land te kijken, Hypnos 69, kunnen er gewoonweg niet omheen: Avatar zou wel eens de trip van het jaar kunnen worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =