American Dreamz




Je zou je kunnen afvragen of het niet onbegonnen werk is om een
satire te maken op een programma als ‘Idool’ – dat soort van
semi-reality shows, waarin de kandidaten nog nét genoeg in
het keurslijf van een volwaardig spelprogramma worden gestoken om
de ranzige lijfgeur van een ‘Big Brother’ te vermijden, is immers
al een parodie op zichzelf. Je neemt een paar mensen die er, net
als het merendeel van de beschaafde wereld, van overtuigd is
geraakt dat een leven dat zich niet voor camera’s afspeelt de
moeite niet is. Je kiest uit die mensen degenen die een beetje
kunnen zingen, maar je past er voor op dat ze vooral geen
artistieke neigingen hebben, want het is wel de bedoeling dat de
platenfirma vervolgens hun hele doen en laten zal bepalen. En
vervolgens zorg je er dan voor dat die mensen drie à vier hitjes
uitbrengen, waarna ze de rest van hun bliksemcarrière van schnabbel
naar schnabbel mogen sjezen. Zouden die ex-‘Idool’-kandidaten zich
nooit afvragen, onderweg van een pensenkermis in Oost-Vlaanderen
naar de opening van een winkelcentrum in de Limburg, of ze
misschien niet beter waren gaan studeren? De bonzen die achter zo’n
programma zitten zal het alvast worst wezen – sms’en maar, plaatjes
kopen maar, en eens ze hun idolen hebben uitgemolken voor alles wat
ze waard zijn, mogen die op z’n best nog ergens in een panel gaan
zitten, of – teken van ultieme wanhoop – hun gok wagen bij
Eurosong.

Hoe parodieer je zoiets? Paul Weitz, maker van ‘About a Boy’ en ‘In
Good Company’ probeert het met ‘American Dreamz’, en slaagt
halfweg. De regisseur/scenarist weet een behoorlijk aantal leuke
grappen uit z’n premisse te halen en hij houdt de vaart er goed in,
maar ‘American Dreamz’ mankeert de nodige focus om écht een winner
te worden.

Hugh Grant speelt Martin Tweed, de producer van het tv-programma
‘American Dreamz’ (een absoluut onverholen, en behoorlijk
onsubtiele uithaal naar ‘American Idol’). Tweed, een narcistische
klootzak van het zuiverste water, wil voor zijn nieuwe seizoen
zoveel mogelijk “gewone mensen” in huis halen. En met gewone mensen
bedoelt hij dus: freaks. Bijgevolg halen ze Sally Kendoo in huis
(Mandy Moore), een white trash-Britney Spears wannabe die
best omgeschreven kan worden als een brok harteloze ambitie met een
blonde kleurspoeling en door al haar kleren priemende tepels. Doen
ook mee: Sholem, een rappende chassidische jood en Omer, een
Iraakse terrorist die eigenlijk in het land is om een
zelfmoordaanslag te plegen.

Daarnaast krijgen we een nevenplot rond de president (Dennis
Quaid), die net herverkozen is hoewel hij geen flauw idee heeft wat
er gaande is in de wereld. Hij vertrouwt op de verslagen van zijn
staf om zijn beslissingen te maken (“Zijn Noord-Korea en Iran niet
net als Dr. Octopus en Magneto?”) en beleeft dan ook de shock van
zijn leven wanneer hij, tegen zijn gewoonte in, de krant begint te
lezen. Zijn chief of staff (Willem Dafoe is krèk Dick Cheney
met z’n kale kop!) besluit van hem een gastjurylid voor ‘American
Dreamz’ te maken om z’n populariteit te vrijwaren.

En op manier krijg je dus een satire die zich op twee fronten
afspeelt: Paul Weitz haalt (geheel terecht) uit naar de
televisie-industrie en de manier waarop rücksichtlose ambitie daar
tot een deugd wordt verheven, én hij geeft (eveneens geheel
terecht) een steek in de richting van de regering Bush. Qua opzet
kan dat tellen, maar in de praktijk wordt al snel duidelijk dat dit
teveel is voor één film. De satire op de media werkt, verrassend
genoeg, het beste: Hugh Grant krijgt nog eens de kans om een
smeerlap te spelen en doet dat met zichtbaar plezier – normaal
gezien zie ik de stotterende Brit liever gaan dan komen, maar hier
wordt hij tegen zijn imago in gecast, met goede gevolgen. De
observaties van Paul Weitz op de droomfabriek van de Amerikaanse
televisie zijn vaak bijzonder geestig. ‘Het is gek hoe snel je het
contact met de werkelijkheid kan verliezen als je beroemd bent,’
zegt Grant. En Mandy Moore antwoordt: That sounds so cool.
Natuurlijk liggen veel van die grappen tamelijk voor de hand. Het
is nu eenmaal makkelijk scoren met televisietypetjes zoals de
gluiperige agent en de schofterige ster. Maar dat maakt het er nog
niet minder grappig op. De tv-wereld wordt hier voorgesteld als een
vreugdevuur van ijdelheden, waar enkel de grootste klootzakken
overleven.

De satire op de politiek valt in vergelijking daarmee maar
flauwtjes uit. Dennis Quaid speelt President Staton, de domste
wereldleider sinds Adolf Hitler zei: “Laten we voor de lol ook
Rusland eens aanvallen.” Maar de domheid van een personage is in
wezen maar één grap, die geen hele film lang geestig blijft. Willem
Dafoe is wél leuk als Dick Cheney lookalike (“Het is geen kwestie
van óf, maar van wanneer terroristen de wereld zullen
opblazen, dus laten we positief blijven denken!”), maar dat hele
politieke aspect van de plot lijkt teveel een aanhangsel, iets dat
Weitz eraan heeft toegevoegd omdat hij per sé iets over dat
onderwerp in z’n film wilde verwerken. Hetzelfde geldt trouwens
voor de Iraakse terroristen in de film; niet dat je die mensen niet
mag uitlachen, daar dienen ze voor, maar hier worden ze gereduceerd
tot kluchtige stuntels die op een bom schrijven: Press here to
explode yourself.
Voor de toon van deze film is dat té
leutig.

Had Paul Weitz nu één doelwit gekozen voor z’n film, dan was hij
misschien geëindigd met een scherper resultaat. Nu vuurt de
regisseur maar op alles wat beweegt – soms raakt hij doel, soms
mist hij met een kilometer afstand. In ieder geval heeft hij erg
veel plot om af te rakelen in 108 minuten, wat inhoudt dat de
meeste nevenpersonages nauwelijks enige ademruimte krijgen. De
first lady, gespeeld door Marcia Gay Harden, een
productieassistente van Hugh Grant, gespeeld door Judy Greer en het
vriendje van Mandy Moore, gespeeld door Chris Klein, moeten véchten
om wat aandacht te krijgen. En zelfs dan slagen ze er niet altijd
in.

‘American Dreamz’ heeft het potentieel van een uitstekende komedie,
maar de film is zo all over the place dat er heel wat kansen
verloren gaan. Een aantal schitterende grappen en een – het doet me
pijn om dit te moeten schrijven, maar toch – goeie Hugh Grant maken
hoe dan ook wel wat goed. En als u me nu wilt verontschuldigen, ik
moet nog een cinemazaal openen in Lebbeke.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + dertien =