The Omen




Dat het ultieme kwaad nog lang niet uit de wereld is verdwenen, is
voor de beter geïnformeerde mensen onder ons (u en ik, dus) allang
geen nieuws meer – onlangs nog naar het nieuws gekeken, of, nog
erger, naar de Pfaffs? Wel dan. Voor wie niet zo snel van begrip
is, evenals voor iedereen die écht tijd en geld teveel heeft,
bokste Hollywood een remake in elkaar van de duivelsthriller ‘The
Omen’ uit 1976. Geen hond die op zo’n remake zat te wachten, maar
producerende studio 20th Century Fox zal allicht gedacht hebben dat
een datum als 6/6/06 er nu eenmaal is om uitgebuit te worden, dus
daar zijn we dan. Laten we hopen dat tegen 7/6/06 de wereld
begrepen zal hebben dat het hier enkel om een uit de hand gelopen
gimmick gaat, en dat er geen enkele reden bestaat om ernaar te gaan
kijken.

Liev Schreiber speelt Robert Thorn, een Amerikaan die werkt op het
consulaat van de VS in Rome. Wanneer zijn echtgenote (Julia Stiles)
bevalt van een doodgeboren kind, laat Thorn zich ompraten door een
priester om een gelijktijdig geboren weeskindje op te voeden als
het zijne. Zijn vrouw wordt zelfs niet op de hoogte gesteld en
blijft geloven dat de kleine Damien haar eigen kind is. Vijf jaar
later krijgt Thorn de functie van ambassadeur in Londen aangeboden,
en het is dan dat er vreemde dingen beginnen te gebeuren rond
Damien. Een kindermeisje pleegt op gruwelijke wijze zelfmoord,
angstaanjagende honden duiken plotseling op wanneer hij in de buurt
is, de apen in de zoo slaan op hol en priesters met zware
emotionele problemen (Pete Postlethwaite in een hilarische bijrol)
klampen Thorn plotseling aan om onheilspellende gedichten over het
einde van de wereld te citeren. Blijkt uiteraard dat de vijfjarige
Damien letterlijk een satanskind is, op de wereld gezet om de
apocalyps op gang te helpen. Samen met een nieuwsgierige fotograaf
(David Thewlis), gaat Thorn op zoek naar een manier om van zijn
duivelsjong af te raken.

De originele ‘Omen’ kun je bezwaarlijk een meesterwerk noemen. De
film werd overduidelijk gemaakt in het kielzog van ‘The Exorcist’: de duivel was plotseling
hot property geworden, en Donner en co incasseerden daar
schaamteloos op met een low budget-horrorfilmpje dat geheel tegen
ieders verwachting in een enorm commercieel succes bleek te zijn.
De prent zelf was redelijk sfeervol en best leuk om naar te kijken,
maar niet veel meer – in de tussentijd is hij een soort van
midnight classic geworden op tv en dvd, en niemand die daar
van wakkerligt. Waarom je daar nu een remake van moet maken, is mij
een raadsel. Zeker omdat dit een remake is in de letterlijke zin
van het woord: de scènes volgen elkaar in vrijwel identieke
volgorde op, een behoorlijk aantal shots zijn rechtstreeks
overgenomen van Richard Donner en zelfs heelder brokken dialoog
keren terug. Wie de originele film goed kent, kan de replieken
meelippen. “Een zinloze remake” is misschien sowieso al een
tautologie (hoewel daar ook weer tegenvoorbeelden voor te vinden
zijn), maar een remake van een nog steeds populaire horrorfilm,
waarin vrijwel niets veranderd wordt?

De wijzigingen die regisseur John Moore (zijn ‘Flight of the Phoenix’ staat nu stof te
verzamelen op de onderste plank van de videotheek) dan toch
doorvoerde, zijn daarenboven niet eens verbeteringen. We krijgen
een aantal droomscènes waarin Moore zoveel mogelijik schrikeffecten
probeert te stoppen, die echter eerder lachwekkend dan eng zijn –
Julia Stiles wordt wakker in een bad om te ontdekken dat haar
polsen zijn overgesneden, een Max Schrekachtige figuur doet dingen
met een kip die associaties met bestialiteit oproepen. De
sterfscènes zijn uiteraard spectaculairder dan dertig jaar geleden
(noblesse oblige in het CGI-tijdperk), maar daarom nog niet
griezeliger. Het lijkt haast alsof Moore zuchtend het scenario
doornam, vaststelde dat er absoluut niets veranderd was sinds ’76
en dan maar snel een paar tussendoortjes neerkrabbelde die het
verschil moesten uitmaken. Dan had hij dat evengoed kunnen
laten.

De acteurs proberen hun rollen met zoveel mogelijk sérieux
in te vullen. Liev Schreiber is één van de meest onderschatte
acteurs van zijn generatie (getuige daarvan ‘RKO 281’ en ‘The Manchurian Candidate’), maar hier
beperkt zijn emotionele betrokkenheid zich grotendeels tot het
optrekken van één wenkbrauw. Naarmate hij er meer en meer van
overtuigd raakt dat zijn zoon letterlijk duivelsgebroed is, zie je
die wenkbrauw hoger gaan tot je zin krijgt om te roepen: “Stop,
Liev, doe toch geen gekke dingen met je gezichtsbeharing!” Julia
Stiles, op haar beurt, lijkt te jong voor haar rol – met haar 25
jaar is het niet onmogelijk dat ze een zoon van vijf heeft (kom in
Antwerpen maar eens kijken op de Luchtbal, daar lopen ze massaal
rond), maar ze heeft nog lang niet de nodige levenservaring en
wereldwijsheid om een psychologisch moegetergde moeder
geloofwaardig te maken. Mia Farrow amuseert zich geweldig als
evil nanny Mrs Baylock (geld is geld, hoe je het ook
verdient), maar het is David Thewlis als fotograaf Keith Jennings
die de show steelt. Hij weet zijn gezicht steeds in de plooi te
houden, maar ik had de hele film lang de indruk dat hij zich
inwendig krom zat te lachen met de onzin die hij moest uitkramen.
Wist u misschien al dat de aanslagen op de Twin Towers niet meer of
minder waren dan één van de klaroenen die de apocalyps aankondigen?
En zouden moslimterroristen het wel fijn vinden dat ze deel
uitmaken van een christelijke profetie? Dàt soort onzin dus.

Seamus Davey-Fitzpatrick speelt de jonge Damien als een soort van
mannelijke Wednesday Addams: hij zegt nauwelijks een woord, maar
loopt met zijn zwart haar, bleke gezichtje en staalblauwe kijkers
onheilspellend door het decor, continu vergezeld van een stoot
tadadaaam!-muziek die aangeeft dat er iets niet pluis is.
Deze kleine kan zelfs geen boterham met confituur smeren zonder
terminaal creepy te zijn. Dat zijn ouders hem niet gewoon vanzelf
van kant maken, mag nog een wonder heten.

De vraag die ik me stel na het bekijken van ‘The Omen’ is: waarom?
Waarom een remake van een film die nog lang niet in de vergetelheid
was geraakt? Waarom die kige wijzigingen, terwijl al de rest
bewaard blijft? Waarom wordt de übergriezelige muziek van Jerry
Goldsmith voor het origineel hier niet gebruikt? Die
kippenvelinducerende Ave Satani-soundtrack was verdorie het
beste aan heel die originele film, hier is ze ver te zoeken. En
vooral: waarom zou u hiernaar gaan kijken? Een rationele reden kan
ik er alvast niet voor bedenken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − vijf =