Rebel Meets Rebel :: Rebel Meets Rebel

Zelfs na de split van hoofdproject Pantera en na de dood van één helft ervan blijven de Cowboys From Hell lustig pionieren. Deze keer snorden de redneck-rakkers countryveteraan David Allan Coe op, een nobele onbekende in onze rolstruikarme contreien, maar in de meest zuiderse uithoekjes van de nieuwe wereld een heuse countryster. Het resultaat is een ton buskruit met een dot van een lont. Vonken zijn er in overvloed.

Eigenlijk kunnen we kort zijn: met dit debuut zet het Rebel Meets Rebel-project een geheel nieuw subgenre op de kaart. Terwijl de gitaren als vanouds scheuren en de saloonpianootjes pingelen, hangt outlaw Coe aan de bar te vertellen over de hoogtes en laagtes van zijn hillbillyleventje. Zo hebben we onze rednecks graag: onschuldig en vrolijk lallend over drank, gokschulden, one-nightr stands en ontrouwe vrouwen.

Dit album overhaast labelen als country-metal zou echter maar een deel van de waarheid zijn: niet langer gehinderd door het gedwongen southern metal-keurslijf waar hij zich bij de late Pantera en Damageplan steeds strakker in wrong, haalt gitarist Dimebag Darrell veertig minuten lang immers, naast de cowboyhoed, gewoon meteen àlles uit de kast. Hier is duidelijk een man aan het werk die zijn ei te lang moest ophouden. Met een speelplezier dat er sinds het gelauwerde Vulgar Display Of Power niet meer zo vettig afdroop, verkent de beruchtste rode baard sinds het schrikbewind van de Vikingen nu eens de meest woeste rock-’n-rollzeeën, om later op "Time" Led Zeppelin te enteren. Zelfs flamenco wordt op een nietsontziende plunderbeurt getrakteerd. Zodoende sleurt de man op zijn eentje Rebel Meets Rebel naar duizelingwekkende hoogten.

Gelukkig laten de Abbott-broertjes ook niet na te doen waar ze het beste in zijn en dus passeren hier en daar ook verpletterende staaltjes van het meest verfijnde metalwerk, voornamelijk geschoeid op late Pantera-leest — maar dan een pak minder duister en met een onwaarschijnlijke schwung. Zo opent "One Night Stand" met een korte pletwalsriff die zo van Reinventing The Steel geplukt had kunnen zijn — let u overigens ook op de best geslaagde Anselmo-imitatie die de ouwe Coe op enkele seconden van het einde neerpoot. Ook de andere bandleden verdienen op zijn minst een vermelding: bassist Rex Brown levert zoals gewoonlijk een wat minder in het oor ontploffende, maar daarom niet minder solide basis, terwijl Vinnie Paul er duchtig op los hamert.

Vier genieën samenbrengen levert niet altijd het gewenste geniale resultaat op. Zeker wanneer er eentje beslist dat zijn tijd om te schitteren aangebroken is. Soms, heel soms, gebeurt dat echter wel. Rebel Meets Rebel is zo’n zeldzaam geval. De band levert het muzikale equivalent van een ontsnapte schurk die je voeten onder vuur neemt terwijl hij je grijnzend "Dance, motherfucker" toesnauwt. Voor één keer kunnen wij daar maar al te best mee leven: de zwanenzang van de Cowboys From Hell is er eentje geworden met het kaliber van een zeearend. Gaat dat roven, en gauw wat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =