Madensuyu :: 2 mei 2006, Vooruit

In de Gentse Vooruit vreten de kannibalen van Madensuyu onder goedgunstig toezicht van hun dorpsgenoten een gitaar en drum op, en kotsen met het naar binnen schrokken hun debuut A Field Between op de gloeiend hete tarmac van de Balzaal uit. Stijn Ylode en PJ Vervondel zijn ambachtslui die elkaar nooit jennen maar die als getrouwe wevers de werking van elkaars ’schietspoelen’ onophoudelijk aftasten en controleren.

Dorpsmuziek is niet noodzakelijk muziek van het dorp, maar muziek die vanuit het dorp vertrekt en zich zo de wijde wereld — als een kurk op een champagnefles — in knalt. In dat dorp rollen culturen zich overigens in en over elkaar, en is de muziek een dam tegen elke monolithische hunkering. De twee ’jonge Turken’ van Madensuyu hebben in hun voorprogramma een halfuurtje traditionele Turkse muziek van Tugrul Yüsecan en Hasan Tirpan. In ruil daarvoor, zo laat drummer PJ Vervondel even later verstaan, zal Madensuyu de voorprogramma’s doen op de Turkse huwelijksfeesten. Het is mogelijk als grap bedoeld, maar zo’n intentieverklaring doet verder mijmeren over wilde ecclectische feesten die de Vlaamse kneuterigheid ver overstijgen.

Het is interessant om (te) zien hoe de ene drum-gitaar constellatie plaatsmaakt voor de andere en hoe met andere types van dezelfde instrumentsoort verschillende werelden worden opgeroepen. In een set van amper veertig minuten worden Tugrul en Hasan door de Madensuyu gymnastiek weggeblazen en vergeten, maar zij hebben ’het bruisende natuurlijk bronwater’ volgens andere methoden en geluidsstandaarden vertolkt. Er valt ook geen speld tussen te krijgen: het alom bejubelde debuut A Field Between wisselt mokerslagen en distorsies af met met meer melodieuze, doffe spelonkgeluiden, en maakt op basis van de Pixies-achtige punkdrive nergens aanstalten om even op adem te komen bij welke bron dan ook.

Het is al van de eerste aanzetten duidelijk: de jongens hebben er zin in. En als er al een meetinstrument voor die ’goesting’ bestaat, dan wellicht de aanschijn van het parelende trotse zweet over hun pezige borst- en armspieren. Wijlen Gerard Reve had er een nieuwe versie van zijn De Taal Der Liefde aan kunnen verbinden, en onmiddellijk na de beginnoten van het tweede nummer, "Suck on more to come", stormen ontbonden woelratten en tijgers van het podium om het publiek volgens de ritmiek van onverwachtse explosies de lucht in te tillen.

"For a while" moet het afleggen tegen het perfect uitstervende "Papa Bear", maar verrast nog meer door de zorgvuldig opgebouwde Mogwai-kadans. Een loepzuivere Ramones-eske tweestemmigheid, die nu eens versnelt dan weer vertraagt, en gelardeerd wordt met een zeer fris aandoend verbond van cimbalen, snaardrum en gitaarslagen, schept een ideale spanningsboog voor een balzaal die nu stilaan gebiologeerd lijkt door dit turnersduo. Met de startseinen van de single "No why no wow", die in goede ’high-pitched voice’-stijl de onrust ten top drijft, is het hek helemaal van de dam.

De bisronde opent met het mooie "Should we ever fall" dat opvalt door het leuke riffje waarrond het gebouwd is. De herhaling van "Suck on more to come" in een tweede bisronde staat symbool voor de ontembare tijgers en woelratten die Madensuyu al de hele avond uit de polsen ramt. Deze ’sex pistols’-achtige ’rage against the machine’ is duidelijk publieksfavoriet.

’In de verte dof beukt een moker naast de kristallen tamboerijn van de vogels’, wist Lucebert ons al mee te delen in zijn gedicht "dorpsmuziek". Madensuyu beukt een moker, schrok de vogels op en liep met de kristallen tamboerijn tegen de naakte, bezwete bovenlichamen gedrukt naar buiten. Ademloos speur je naar sporen van wat schaamteloos voorbijraasde. Het publiek joelt om meer, maar het is te laat, de bres – ’a field between’ – is geslagen. Wellicht hadden de jonge Turken nog veel plezier met die gestolen tamboerijn waarmee ze op de receptie nadien hopelijk nog wat keet geschopt hebben.

DE FOTO’S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =