James Ellroy :: Het Knekelhuis

Toen Lee Earle Ellroy een jonge nietsnut was, propageerde hij o.a. het herinvoeren van de slavernij, bekritiseerde hij openlijk het beleid van JFK en deelde ie Nazipamfletten uit op zijn all Jewish highschool. Toch beweert hij in zijn tijd maar één afranseling meegemaakt te hebben. Toen Ellroy zijn vaders sterfbed bezocht, waren diens laatste woorden onder meer: «Try to pick up every waitress who serves you!»

Of hoe opvoeding de hoofdmoot van een oeuvre kan bepalen. Als jonge delinquent en essayist voor het Amerikaanse mannenblad GQ, pende hij veertien kortverhalen neer die nu gedestilleerd en gebundeld zijn in ’Het Knekelhuis’. Ellroy neemt je mee naar de onderbuik van L.A., de broeierige stad der engelen, ontdaan van alle franje. In hoog tempo wisselen de ideëen elkaar af: verbaal geweld raast voorbij in een semi-afstandelijke observatiestijl, doorspekt met een uniek rauwe visie op droge politiedossiers. De diepste spelonken van ’s mans geest hebben duidelijk een gebrek aan emotionele verbintenis, een overblijfsel van de brutale moord op zijn moeder (toen James 10 jaar oud was, werd zijn moeder, Geneva, vermoord in El Monte, een armere wijk in L.A.). De moord, die nooit opgelost werd, was een keerpunt in James’ leven en de basis voor zijn pessimistische memoires ’My Dark Places’ uit 1996.

’Het Knekelhuis’ begint met ’Alle Remmen Los’, een lofzang in staccato over de Mexicaanse bokssport, en is een teleurstellende, moeizame proloog die allesbehalve overtuigt om verder te lezen. Dat de ’Chandleresque’ misdaadschrijver hiermee begon, strookt niet met zijn compromisloze up, close and personal-aanpak. ’Hoe ik aan mijn maffe zooi kom’ is daarentegen een snedige stijloefening voor Ellroy waarbij hij as usual woorden weglaat die andere schrijvers noodzakelijk zouden vinden. De man heeft een meer dan ongewone voorkeur voor alliteratiegebruik (Biff’s Boiler Room, Daisy Delgado, Ruwe Randy) en hoewel zijn scheldproza doorweekt is van heerlijk machismo, verpest het allitererende, strakke toontje het leestempo. Als je dit in de gemiddelde Vlaamse ’Kiekeboe’ of ’Suske en Wiske’ al storend vindt, zal je bijna zeker afhaken. But stay with us for just a moment!

Ellroy’s semi-autobiografische ’Mijn leven als griezel’ en het cultuurkritische ’Ik ken de sappige geheimen’ doen verder lezen. In deze laatste kruipt hij terug in de huid van de fictieve 50’s riooljournalist Danny Getchell «Keep it on the Hush-Hush!», de schandalen schuimende koning van de schunnigheid die eerder al opdook in het verfilmde ’L.A. Confidential’ (Curtis Hanson). In deze Hollywoodpersiflage ontsnapt niemand aan de genadeloze pen van Ellroy, van de maffia in L.A. tot Walt Disney. In ’De rottigheid die ik veroorzaak’ en het drieluik ’Rick houdt van Donna’ wordt duidelijk waarom hij begon met het initieel overbodig lijkende ’Alle remmen los’. Ellroy vermengt hier zijn misdaadkennis met flarden van ’Stefanie’, ’The Officer of Justice’ en ’Kleine smeerlap en de briefseksstoot’, die vergeven zijn van de corrupte flikken, perverse pooiers en sycofanten allerlei. Heerlijk misdaadvoer pur sang!

Ellroy is voortdurend omnipresent in first person of als alwetend observator en dit komt het tempo alleen maar ten goede. De man heeft ontegensprekelijk inzicht in plot- en karakteropbouw en verkent steevast alle zijpaden zonder zijn structurele compactheid te verliezen. Zwarte humor en een strak pessimistisch wereldbeeld vormen de basis voor dit (op het begin na) overheerlijk stukje Crime Americana. Ellroy’s handelsmerk is ondertussen bekend: het onderscheid tussen fictie en realiteit feilloos door elkaar weven tot een synergie die het geheel een authentieke glans geeft. ’Het Knekelhuis’ lijkt wel een poging voor de ’Demon Dog of American Literature’ om zijn eigen duivels uit te drijven.

’Browns Requiem’, Ellroy’s ode aan Roman Polanski’s ’Chinatown’, was zijn debuut, zijn zelftherapie en zijn persoonlijke biecht toen hij nog een golfcaddy met een drankprobleem was bij The Bel Air Country Club. De man werd er inderdaad ook van verdacht te schrijven met één van de meer finest of brown liquors naast zijn typewriter. Maar na zijn eerste arrestatie ontnuchterde hij en sloeg aan het schrijven, compromisloos en hard-boiled zoals zijn fictieve gespuis denkt. Na ettelijke wapenfeiten op zijn palmares gepind te hebben, is er nu dus ’Het Knekelhuis’. En het laatste gerucht uit Hollywood luidt dat regisseur Brian De Palma een worp doet naar een adaptatie van het eerste deel uit Ellroy’s L.A. Quartet ’The Black Dahlia’. We hopen althans de vaste ingrediënten tegen te komen in deze nieuwe van De Palma: nihilisme, geweld met een compleet atypische anticlimax en vooral geen politieke correctheid!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + zeven =