Street Kings




Een vriend van mij, die film studeert, vertelde me onlangs dat
hij regisseur/presentator/grootverbruiker van cola Erik Van Looy
had ontmoet. Eén van de eerste dingen die Van Looy tegen hem had
gezegd, was: “Kijk eens, ik heb het gsm-nummer van Keanu Reeves,”
waarop hij z’n eigen telefoon tevoorschijn haalde en de bewijzen
meteen op tafel legde. Yup, zelfs regisseurs kunnen van tijd tot
tijd al eens star struck zijn. De reden waarom Van Looy
dat nummer had, was omdat hij een dik jaar geleden betrokken was
bij de preproductie van ‘The Night Watchman’, een thriller over
corrupte politieagenten waarin Reeves de hoofdrol ging spelen. Na
veel vijven en zessen werd Van Looy vervangen door de meer ervaren
David Ayer – die al de scenario’s van ‘Training Day’ en
‘Dark Blue’ had
geschreven, en de regie van ‘Harsh Times’ op zich
had genomen, allemaal films met gelijkaardige thema’s. Het
sympathieke Filiberke van de Vlaamse filmindustrie kwam naar huis
om een nieuw seizoen van ‘De Slimste Mens Ter Wereld’ te
presenteren, terwijl Ayer – met matig succes – het inmiddels tot
‘Street Kings’ omgedoopte ‘Night Watchman’ inblikte.

Reeves speelt Tom Ludlow, een flik van de zedenbrigade in Los
Angeles, die het niet zo nauw neemt met de letter van de wet om een
arrestatie te verkrijgen. Na de dood van zijn vrouw (ja hoor, daar
is het obligate trauma) leeft hij op wodka en bier, wat hem volgens
de sales pitch van deze film allicht a man on the
edge
maakt. Wanneer zijn voormalige partner, Washington (Terry
Crews), hem gaat verklikken bij de dienst Interne Zaken, is Tom
begrijpelijkerwijs in zijn gat gebeten, maar dat gevoel gaat al
snel over nadat Washington sterft in een winkeloverval. Tegen de
orders van zijn chef (Forest Withaker) in, besluit hij in de
details van de overval te beginnen graven, en zo stuit hij op een
web van politiecorruptie.

Het probleem met ‘Street Kings’ is niet zozeer dat het een
slechte film zou zijn, maar wel dat hij niets toe te voegen heeft
aan een genre dat sowieso al niet bepaald ondervertegenwoordigd is
in de Amerikaanse cinema. Het scenario werd dan wel (gedeeltelijk)
gepend door ‘LA
Confidential’
-auteur James Ellroy, maar dat verhindert niet dat
we te maken krijgen met een aantal van de grootste clichés uit het
boekje, zoals daar zijn: de eenzame flik die vaak de regels breekt,
maar eigenlijk een sterk moraliteitsbesef heeft; de zalvende
aanwezigheid van vrouwen (er zitten er maar weinig in de film, maar
de weinigen die we zien, krijgen onveranderlijk de rol van reddende
Madonna op zich geschoven); de mentor/vaderfiguur die zwaar uit
zijn rol dreigt te vallen en ga zo maar door. Ayer, Ellroy en de
andere scenaristen mikken op de sfeer van de film noir uit
de jaren veertig en vijftig, gecombineerd met zeer hedendaags
geweld, maar die combo betekent ook dat alles wat we zien al vanaf
het begin erg vertrouwd aanvoelt. We weten vanaf de eerste scènes
al ongeveer waar het allemaal naartoe zal gaan. Na een half uur
weten we het zeker (iedereen die de identiteit van de grote
boosdoener achter de schermen niét ruim op voorhand kan raden, ziet
veel te weinig films).

‘Street Kings’ is niet slecht in wat het doet, alleen doet het
niet zoveel opmerkelijks. De film heeft absoluut een sterk gevoel
van energie, het gaat goed vooruit en je hoeft je niet vervelen.
Maar het is ook een by the numbers-project niet
alleen traditioneel entertainment, maar ook een ongeïnspireerd
verhaal. De makers forceren zich gaandeweg trouwens om vragen op te
roepen over de definitie van corruptie en moraliteit. Tom gebruikt
illegale middelen om criminelen af te straffen – is dat moreel?
Valt dat goed te keuren? Is échte corruptie niet iets waar ook
onschuldigen onder lijden? Of, om kort te gaan: heiligt het doel de
middelen? In sé zijn dat misschien interessante vragen, maar ze
worden veel te nadrukkelijk in de plotlijnen gewurmd. Check vooral
die onbedoeld hilarische eindscène, waarin de slechterik
plichtbewust een speech afsteekt over de manier waarop we allemaal
slechte mensen zijn, opdat het publiek de achterliggende gedachte
van de prent toch maar goed begrepen zou hebben.

De acteurs zijn van wisselend allooi. Keanu Reeves is een
meevaller als Tom – hij heeft niet het verzopen uiterlijk dat zijn
personage eigenlijk zou moeten hebben, maar hij weet een zekere
intensiteit zijn rol te leggen die ervoor zorgt dat we, ongeacht de
gebreken van de rest van de film, hem toch blijven volgen. Hij
hengelt nooit naar de sympathie van het publiek, maar toont ons het
personage op zijn eigen voorwaarden, en het zo dat we hem gaandeweg
leren waarderen. Veel erger is de manier waarop Forest Withaker,
vers van zijn oscarwinst, over de top gaat als Reeves’ baas.
Misschien is het nog een laatste restje Idi Amin dat in Withakers
botten is overgebleven, maar de man mist zijn doel hier radicaal
met een overnadrukkelijke vertolking om u tegen te zeggen. Hugh
Laurie heeft een bijrol als één van de chefs van Interne Zaken, en
hoewel hij zeker niet slecht acteert, blijf ik het een
unheimliche ervaring vinden om deze oerbritse acteur
(check ‘Blackadder’, en snel een beetje) met een Amerikaans accent
te horen praten.

Ayer heeft voldoende gevoel voor ritme en dosering om een
strakke flm af te leveren. Met z’n 109 minuten duurt ‘Street Kings’
er niet één te lang en zo lang het allemaal bezig is, is het nog
wel aardig kijkvoer. Je intelligentie wordt in ieder geval niet
beledigd en dat is tegenwoordig al heel wat. Visueel grijpt Ayer
terug naar de flikkencinema uit de jaren tachtig, met aardige
resultaten. Een overzichtelijke montage, ook tijdens de
actiescènes, zorgt ervoor dat je steeds betrokken blijft.

Ach ja, ‘Street Kings’ is geen slechte cinema, het is alleen een
zoveelste film over een thema dat al eerder en beter werd
aangepakt. Iets nieuws valt er niet in terug te vinden en let’s
face it:
wie heeft er nu zin in de opgewarmde kliekjes van
betere films?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 4 =