Spank Rock :: Yoyoyoyoyo

Hiphopproducer Diplo heeft nog lang niet de status van een Timbaland of een Pharrell Williams (The Neptunes) verworven. Toch wist hij onder meer MIA’s Arular en Kano’s Home Sweet Home al van razend aantrekkelijke beats te voorzien. Nu baant hij de weg voor Spank Rock, zijn nieuwste protégés.

"Een nieuwe lente, een nieuw geluid", zo moet Diplo gedacht hebben en hij hees de groep aan boord van Big Dada, sublabel van het moederschip Ninja Tune. Daar werkte Spank Rock aan dit Yoyoyoyoyo: een unieke melting pot die een brug slaat tussen de Amerikaanse gangsterrap en de Britse vernieuwende klanken. Yoyoyoyoyo laat zich beluisteren als een explosieve mixtape die aan heel wat refereert, maar die zodanig kwiek geproduceerd is, dat het allemaal erg up-to-date klinkt.

De groep heeft lak aan alle artistieke pretentie: het geheel klinkt erg luchtig en wordt rijkelijk voorzien van allerhande grapjes. Met als groepsnaam Spank Rock en als pseudoniemen van de groepsleden Armani XXXchange, mc Naeem Jawan en dj’s Ronnie Darko en Chris Rockswell, ben je haast geneigd aan de puberale onderbroekenhumor van Goldie Lookin’ Chain, of erger Bloodhound Gang te denken. Gelukkig dekt de naam Spank Rock de lading niet. Yoyoyoyoyo bevat veel meer dan grappen, grollen en gekunstelde persiflages.

Opener "Backyard Betty" is geïnspireerd door de avant-hop van Antipop Consortium: kurkdroge clicks’n cuts waar mc Naeem dreigend over heen rapt. Het is het meest atypische nummer van een plaat waarop variatie en explosiviteit elkaar zo’n drie kwartier lang door weten te overtreffen. "Bimp" is een vet old skool nummer: partybeats zoals De la Soul of Eric B. ze eind jaren ’80 uit de mouw schudden. Het hele album baadt in dit feel good sfeertje, toen het nog flashy trainingspakken waren die de videoclips inkleurden in plaats van overdreven kettingen annex juwelen. Met "Rick Rubin" schreef de crew zelfs een ode aan de gelijknamige producer die in de jaren ’80 de eerste platen van onder meer Beastie Boys, Public Enemy en Run DMC produceerde.

Op "Sweet Talk" zetten de heren George Clintons p-funk naar hun hand, ze komen er zelfs een ferm eind mee weg. Een wervelend gitaarlickje wringt zich doorheen de pompende beat van "Who’s Got The Funk Anyway?". "Touch Me" toont Kanye West dat je ook op een spannende manier koperblazers in de hiphop kan integreren.

Het vergt een portie lef om als hiphopcombo uit Baltimore (vlakbij Philadelphia, bakermat van de Philly Soul) de luisteraar ook wat Britse grime te serveren: tracks als "What It Look Like" en "IMC" kennen die typische bassen, ronkend bovenop een spervuur aan beats. Al zal Diplo’s aandeel hierin betrekkelijk groot zijn. "Competition" heeft wel erg dicht bij Dizzee Rascals "I Love You" gelegen, maar dat zien we voor één keer door de vingers, er bestaan ergere rolmodellen. Afsluiter "Screwville, USA" doet door de strijkers en de omlaaggepitchte vocals aan de hoogdagen van Mos Def denken en zorgt voor het enige rustpunt op Yoyoyoyoyo.

Wanneer de laatste tonen van een plaat stiekem op meer doen hopen, wil dit heel wat zeggen. Yoyoyoyoyo verveelt geen seconde door de variatie aan beats en stijlen die stuk voor stuk een zeer hoog niveau aanhouden. Al wie open staat voor een feestelijke bloemlezing uit dertig jaar hiphop, weet bij deze wat hem te doen staat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + zestien =