Sukpatch :: Twenty-Three

Je hebt platen die onmiddellijk een dansvloer maken van de plaats waar je ze hoort, en je hebt er die uitnodigen om op je luie kont te gaan zitten. Niet dat we er zo goed in zijn, maar dat laatste kan af en toe eens deugd doen. Sukpatch bedacht er alvast een passende soundtrack bij.

Volgens de bijsluiter is Sukpatch ontstaan als een stoned ongelukje. Nu bestaan er ergere accidentjes dan bands oprichten, maar wat doe je als geen van de leden bij machte is een instrument te bespelen? Gelukkig kwam de vingervaardigheid die gepaard gaat met het consumeerbaar maken van rookbaar bladgroen hier van pas. Vrij snel deden de vrienden hun knip- en plakwerk over, deze keer met behulp van een sampler en een oude cassetterecorder. Boys and their toys: een manier om hun passie voor muziek te kanaliseren was voor Chris Heidman en Steve Cruze geboren.

Debuutalbum Haulin Grass And Smokin Ass — what’s in a name — kwam er, na enkele demotapes, in 1995. Twee releases later en via een ommetje langs Beasy Boys Mike D.’s Grand Royal label, kwam Sukpatch bij Moshi Moshi Records terecht. Op Twenty-Three trekt het duo een tempel recht waarin de gebeden klinken zoals hun god het wil. Met andere woorden: ze doen compleet hun eigen ding in een stijl die niet zo eenvoudig op te hokken is. Ondanks de soms experimentele keyboardgeluiden heeft dit album een homogene, herkenbare sound. Neem een indiegroepje dat klinkt alsof het net twaalf rondjes kaasfondue overleefd heeft en nu volgevreten in de sofa hangt, steel wat beats van Everlast, denk er het geluid bij van een inbellende 56k-modem, en je houdt iets over dat een nummer van Sukpatch zou kunnen zijn.

Twenty-Three opent met "7:30 Tomorrow". Dat nummer begint een beetje zoals elk normaal mens — die op dat uur al wakker is — aan zijn of haar dag begint: zuinig en met een gebrek aan cafeïne. Gelukkig betert dat naarmate de dag vordert. Dan volgt de single "Medium Self-employed", een vrolijk deuntje dat aan Eels doet denken. In het meer akoestische "Out The Window" nemen Chris en Steve ons even mee naar hun wereld, waar muziek de wet is en honingzoete melodieën de taal. Wij boeken alvast een ticketje enkele reis. Over elf etappes kabbelt Twenty-Three rustig verder. "Natural Thing To Do" is een knipoog naar "For What It’s Worth" van Buffalo Springfield. Aan het eind van de rit voel je je alsof je pas wakker bent na een deugddoend middagdutje.

De nummers op Twenty-Three zijn op geen enkel moment opdringerig, de muziek is laid back, relaxed en goedaardig. Wie op een rollercoaster leeft, zal helaas nog wat verder moeten zoeken. Voor wie dolce far niente op zijn voorhoofd getatoeëerd heeft is er veel beter nieuws. Sukpatch is zoals het prille lentezonnetje dat rond deze periode al eens durft schijnen, maar zelfs de grauwgetinte Dirk Tieleman niet naar de zonnecrème doet grijpen. Dat hoeft ook niet. Leg je lekker lui achterover en geniet ongedwongen van deze plaat. Hij maakt het gras alleen maar groener.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 20 =