Red Eye




Na het miserabele ‘Cursed’ leek het
er even slecht uit te zien voor regisseur Wes Craven. Zijn laatste
film was van ‘m afgepakt door de studiobonzen, om vervolgens door
hen aan flarden geknipt te worden en nauwelijks een release te
krijgen. Daarna (‘Cursed’ werd al
ergens in 2003 opgenomen) was het afwachten tot iemand hem nog eens
genoeg geld wou bieden om iets in elkaar te steken. Met ‘Red Eye’
revancheert de man zich op z’n minst een beetje – niet dat de film
zo’n meesterwerk is, maar goed, hij heeft z’n geld al lang weer
opgebracht en de meeste critici schijnen het er ditmaal over eens
te zijn dat er nog wel van de prent te genieten valt, als je je
eisen niet te hoog stelt. En gelijk hebben ze: ‘Red Eye’ is
onversneden lulkoek, een b-filmpje dat je na een uur gegarandeerd
weer vergeten bent. Maar zolang het duurt, zul je je niet vervelen,
en meer ambitie lijkt Craven niet te hebben.

Lisa Reisert (Rachel McAdams), is een manager voor een luxehotel in
Miami, die na de begrafenis van haar grootmoeder de nachtvlucht
(ofte “red eye”) terug naar huis neemt. Op de luchthaven raakt ze
aan de praat met Jack (Cillian Murphy), een aantrekkelijke
vreemdeling die op het vliegtuig in het stoeltje naast haar blijkt
te zitten. Dit alles lijkt nogal sterk op het begin van ‘A Lot Like Love’, maar géén ontroerende
serenades met de gitaar in deze film – Jack blijkt immers een
soortement terrorist te zijn, die Lisa nodig heeft om een in haar
hotel geplande moord tot een goed einde te brengen. Als Lisa niet
de nodige telefoontjes pleegt, zal een andere moordenaar haar niets
vermoedende vader (Brian Cox) omleggen.

Dat gegeven is natuurlijk zo klassiek als het maar kan zijn: je zet
twee personages vast in één setting, waar ze niet uit kunnen
ontsnappen, en je creëert een onmogelijke situatie voor ze. In
essentie is dit een gijzelingsthriller, met als extra element het
feit dat de betrokkenen constant omringd worden door tientallen
mensen, die geen flauw benul hebben van wat er gaande is. Wat dat
betreft doet ‘Red Eye’ soms vaag denken aan ‘Phone Booth’, waarin een gelijkaardige
set-up werd gebruikt: in die film werd Colin Farrell gegijzeld in
een telefooncel, zonder dat de omstaanders aanvankelijk wisten dat
hij in gevaar was.

Scenaristen Carl Ellsworth en Dan Foos zijn vrij vindingrijk in het
opbouwen van dit deel van de film. De chemistry die er
ontstaat tussen McAdams en Murphy wordt erg sympathiek aan de man
gebracht – natuurlijk is het altijd een beetje een geforceerde
situatie wanneer twee vreemdelingen elkaar ontmoeten en
ogenblikkelijk een vonk voelen overslaan, maar goed, de dialogen en
de natuurlijke charmes van de beide acteurs zijn meer dan voldoende
om ons daar overheen te helpen. Trouwens, als je de film goed
gezind bent, zou je zelfs kunnen zeggen dat het allemaal klopt,
aangezien Jack dat op voorhand zo gepland heeft. Eens de vlucht
begonnen is, wordt het voor de regisseur bovenal belangrijk om
zoveel mogelijk gimmicks te introduceren die de spanning erin
houden. Een telefoon die plots uitvalt, een roep om hulp die op het
laatste moment verijdeld wordt, een lastige medepassagier die Jacks
plannen overhoop gooit… Craven en co sleuren er vanalles bij om
toch maar vermijden dat Lisa simpelweg haar telefoontje naar het
hotel zou plegen. Je voelt duidelijk hoe je gemanipuleerd wordt
door de filmmakers, maar wat dan nog? Het wérkt, en in dit stadium
van de film gebeurt er niet eens iets dat op een onaanvaardbare
manier aan de werkelijkheid voorbij gaat. Zolang het vliegtuig zich
in de lucht bevindt, is ‘Red Eye’ een aardige claustrofobische
thriller, waarin alle truken van de foor efficiënt worden
gebruikt.

Het is pas wanneer het vliegtuig landt, dat de hele film als een
soufflé in elkaar zakt. Alle spanning wordt resoluut overboord
gegooit om een voorspelbare finale te geven die zwaar over de top
gaat. Waar de film tot dan toe op z’n minst probeerde om een
beklemmende atmosfeer op te roepen, worden die pogingen hier domweg
opzij gezet om plaats te maken voor veel geloop, gegil en gemep met
wapens allerhande. Het leuke aan het uur van de film dat zich
afspeelt op het vliegtuig, is juist het opgelegde minimalisme ervan
– Wes Craven heeft nu eenmaal maar die éne locatie met die twee
acteurs en daar moet hij het mee zien te doen. Op die manier creëer
je spanning. Daarna echter, eens die claustrofobie uit het scenario
verdwijnt, zoekt Craven z’n heil in explosieven, auto’s met
gierende banden en zelfs schoenen met hoge hakken (venijnige dingen
om als wapen te gebruiken). Het is jammer dat achter zo’n degelijke
set-up toch weer zo’n conventioneel, nogal platvloers laatste half
uur moet worden gezet.

De acteurs doen het echter verrassend goed – Rachel McAdams houdt
het ergerlijke geschreeuw waaraan ze zich schuldig maakte in
‘The Notebook’ grotendeels achter
(en wanneer ze toch schreeuwt, is het omdat er een maniak haar wil
vermoorden, dus dat wil ik nog wel door de vingers zien). Cillian
Murphy, van zijn kant, is wel zo’n beetje de ster van de show als
glimlachende, charmante moordenaar: “Mijn achternaam is Rippner…
Jack Rippner, kun je je voorstellen?” De manier waarop Murphy van
perfecte schoonzoon naar grijnzende gek overschakelt, getuigt in
ieder geval van goed technisch acteerwerk.

‘Red Eye’ duurt nauwelijks tachtig minuten, en heeft daardoor min
of meer het effect van een tornado die vliegensvlug passeert om de
omstaanders achter te laten met zo’n gevoel van: “wat is er nu
gebeurd?” Oké, het gaat helemaal nergens over en ja, het laatste
half uur is er zover óver dat zelfs de meest welwillende kijker met
z’n ogen zal rollen, maar de acteurs doen het lang niet slecht, en
ongeveer een uur lang (tot we weer land raken) is dit best een
fascinerend thrillertje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × twee =