Bl!ndman + múm :: 16 september 2005, AB

Het was het begin van een heus "minimal weekend". En dus kreeg múm plots dat label opgeplakt door de heren en dames achter het Klarafestival. In tegenstelling tot bij Cocorosie eerder deze week was dat hier zelfs een stuk minder gechargeerd: de muziek zwelt af en toe wel aan, maar tussen de noten heerst toch vooral de stilte.

Om het Klarakantje van de avond wat meer te benadrukken, brachten the Bl!ndman Juniors eerst het "Single Body Noise"-project: in een boksring halverwege de zaal gingen vier jonge blazers de strijd aan met werk van onder andere minimalgrootheden Xenakis, Glass en Reich. Ze wisselden af met percussiewerk van op het grote podium. Het stuk publiek tussenin draaide en keerde terwijl er een vierkantige partituur werd afgewerkt door twee blazers, een andere sax vervolgens dialogeerde met een klankband,…

Het was geen gemakkelijke zet van programmator Kurt Overbergh, maar wel een die toe te juichen is. "Wie múm kan smaken, kan dit ook wel aan", moet hij gedacht hebben. En dat leek aan het applaus te horen niet fout . Maar het publiek was voor múm gekomen. Dat hoorde je aan het open doekje dat de groep kreeg nog voor ze één noot had gespeeld. Er stond hen een onthaal te wachten dat haar iele muziek bijna onrecht aandeed, zo hard was het herkenningsapplaus bij momenten.

Het is geen toeval dat de IJslanders op hun laatste plaat zoveel refereren aan de zee. Net zo min dat Summer Makes Good begint met het geruis van de baren. Wat het sextet produceert, heeft veel weg van de branding: je staat aan het strand, sluit je ogen en voelt hoe geluidsgolven af en aan trekken. Daar begint het muzikale spectrum dat múm tot het zijne heeft gemaakt.

Nog meer dan bij geestesgenoten Sigur Rós is het onbegonnen werk om bij mùm songs te onderscheiden. De muziek zwelt af en aan. Als eb en vloed rollen laagjes geluiden over het publiek, om dan weer schielijk te verdwijnen. Het aantal bespeelde instrumenten is niet te tellen: xylofoon, laptop, trompet, accordeon, gitaar, drum, bas, en zoveel andere. Groepsleden wisselen van plaats, moeten even de hulp van een ander inroepen als ze de computer niet aan de praat krijgen, maar dat alles zonder de sfeer te verstoren. Zelfs zangeres Kristin-Anna Valtysdottir blijkt even verlegen en quasi onontcijferbaar te praten als ze zingt in die zeldzame bindtekst "We zullen vanavond wat meer spelen van ons debuut Yesterday Was Dramatic – Today Is Ok want morgen moeten we dat helemaal spelen in Londen."

Uit het klanktapijt zwelt af en toe toch een herkenbare song op. Opener "Nightly Cares" vanop Summer Make Good, en even later ook "Oh, How The Boat Drifts". Het zijn kleine houvastjes, stukken wrakhout die we goed kunnen gebruiken. Mùms muziek lijkt immers alleen maar vredig, in werkelijkheid heeft ze een verdomd venijnige onderstroom die je elk moment mee de dieperik in kan trekken. Als de voedster die "Slaap maar, mijn kind" prevelt, maar buiten je zicht al het gekartelde mes openklapt en streelt.

Je hebt geen idee waarover ze het hebben, maar ze laten je er toch niet helemaal gerust op zijn. Múm blijft — oh cliché der clichés — een mysterie van een groep. Het tinkelt soms, maar net zo vaak ritselt een struikgewas waar zich héle vieze beestjes ophouden. Ja: múm creëert een sprookjeslandschap, maar dan eentje waar de laatste eenhoorn op elk moment — maar net nu nog niet — een snerpende gil kan slaken als hij vermoord wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 4 =