Sergeant Petter :: Monkey Tonk Matters

Muziek uit Noorwegen: spontaan dwalen onze gedachten af naar een met scheve zerken bezaaid kerkhof alwaar een blonde maagd, vastgebonden op een met mensenschedels gebouwd altaar, verschrikt uit haar ogen kijkt. In de verte smeult een kerkje terwijl op het uit knoken opgetrokken podium enkele vikingachtigen geluiden voortbrengen die alle loslopende duivels verschrikt in hun hol doen kruipen.

Ja, de jaren negentig waren nogal een tijdperk in Noorse muziekkringen. Nieuw millennium, nieuw geluid echter. De heavyheavyheavy metalscene verdween geluidloos (te veel offers uit eigen rangen gebracht, gokken wij), vaste trots Motorpsycho ontdekte de psychedelica en een heuse generatie singer-songwriters stond op.

Geen slappe Simon & Garfunkel of CSNY-afleggertjes, maar mensen zoals Erland Ropstad en Even Johansen (Magnet) loodsen het genre moeiteloos de 21ste eeuw binnen. Nu laat ook Sergeant Petter van zich horen met een tweede plaat, Monkey Tonk Matters. Hoewel er zowel in de groepsnaam als de titel van de plaat verwijzingen naar popiconen uit de lang vervlogen jaren zestig zijn, slaagt Sergeant Petter (zijn moeder mag Petter Folkedal zeggen) er in om met een volkomen eigen geluid voor de dag te komen en dat levert nu een tweede meesterwerkje op.

Voorganger en debuutplaat It’s A Record ging in onze contreien behoorlijk onopgemerkt voorbij. In zijn thuisland scoorde Petter nochtans enkele radiohits en ook in het Deense Roskilde lustte het publiek wel pap van de folkrocknummers van de sergeant. Hopelijk slaagt de man er in om met Honky Tonk Matters zijn langzame veroveringstocht van Europa verder te zetten. De single "Honky Tonk Rose" laat in ieder geval het beste vermoeden. Het nummer steunt op een ritmesectie die nog bij The Smiths gespeeld lijkt te hebben. En dan die steelguitar! Eindelijk nog eens een artiest die het aandurft dit instrument naar de voorgrond te brengen zonder de angst om voor redneck versleten te worden.

Want countryinvloeden zijn er op dit album te over. Erg hoeft dat niet te zijn, bij geen enkele van de zeventien luisterbeurten moesten we aan John Denver denken. Eerder dachten we aan een jongeman die, vraag ons ook niet hoe, een instrument of vijf à zes tegelijk bespeelt, om zo zijn vers gecomponeerde nummers ten gehoor te brengen. De jongen, dat zie je, doet dat louter voor zijn eigen plezier. En misschien ook een klein beetje om het meisje van om de hoek tot de zijne te maken. Het mag uiteraard geen verrassing zijn dat de plaat bol staat van de liefdesliedjes. In "Spooky Spook" bezweert hij haar "you’ll never be alone", waarna een prachtige gitaarsolo uit de luidsprekers rolt.

Afsluiter "Hong Kong Song" verwijst niet alleen naar de inwoners van Hong Kong zoals uit de tekst opgemaakt kan worden, het nummer is meer dan een knipoog naar The Beatles. Zo is er de viool die uit Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band lijkt te komen, en het nummer bouwt op naar een climax die ons heel hard aan "All You Need Is Love" doet denken. De grens tussen hommage en plagiaat is zeer dun. Met dit nummer zit Sergeant Petter net op de grens, maar wie zijn wij om daar moeilijk over te doen als we net tien originele parels gehoord hebben?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =