Infernal Affairs




We zouden eigenlijk massaal moeten gaan protesteren voor de
kantoren van onze landelijke filmverdelers: waarom moeten we
verdorie telkens een jaar of langer wachten voordat we de beste
films te zien krijgen? Eerst blijven we een jaar lang op onze
honger zitten vooraleer ‘Bad Santa’,
een heerlijke zwarte komedie, onze contreien aandoet, en nu,
nauwelijks een week later, rolt eindelijk ‘Infernal Affairs’ de
zalen in, een Hong Kongse politiethriller die werd gemaakt in 2002,
en waar onderhand in ijltempo al twee vervolgen op werden
klaargestoomd. De fans hebben ‘m ondertussen al lang op dvd laten
overkomen, alle anderen kunnen nu eindelijk kennismaken met deze
bijzonder effectieve policier. Beter laat dan nooit.

De premisse is al een geweldige vondst op zich: Ming (Andy Lau), is
een lid van de Hong Kongse maffia die in opdracht van drugdealer
Sam (een zalig ranzige Eric Tsang), undercover is gegaan bij de
politie. Over de loop der jaren heeft Ming zich weten op te werken
tot een belangrijke, alom gerespecteerde flik, maar ondertussen
blijft hij informatie doorspelen aan Sam, zodat diens louche
praktijken zoveel mogelijk buiten schot blijven. Ondertussen volgen
we ook Yan (Tony Leung), een politieagent die undercover is gegaan
in de drugbende van Sam. Ming en Yan weten niet van elkaar wie ze
zijn – ze weten enkel dat er een mol in elkaars operatie aanwezig
is. Elke volgende handel die Sam op poten probeert te zetten, wordt
een steeds benauwender kat-en-muisspelletje tussen de flik onder de
criminelen en de crimineel onder de flikken.

De reden waarom ‘Infernal Affairs’ zo goed werkt, is omdat de prent
vrijwel geheel is opgetrokken uit set-up, met zo min
mogelijk pay-off. We krijgen de éne scène na de andere
waarin mannen met bezwete gezichten naar beeldschermpjes staren,
waarin haastige telefoongesprekken worden gevoerd, in bedekte
termen om geheime boodschappen door te geven, waarin er tegen de
klok in op computers wordt getokkeld om vitale informatie door te
zenden en waarin de personages nét op tijd een hoek omdraaien om
niet gezien te worden. Er is nauwelijks echte actie, tot tijdens de
laatste vijftien minuten, maar de hele film krijgt een
onvoorstelbare intensiteit mee. Neem bijvoorbeeld een scène aan het
begin van de film, een twintig minuten durende sequens waarin een
drugstransactie plaatsvindt. Yan, de verklikker voor de politie,
heeft zijn chef uiteraard op de hoogte gebracht van wat er gaat
gebeuren, en de flikken hebben hun mannetjes in positie gebracht.
Onder die agenten bevindt zich echter Ming, de informant van de
maffia. Terwijl Yan met z’n overste, via morse code, informatie
staat uit te wisselen zonder dat iemand het in de gaten heeft, zit
Ming op nog geen tien meter afstand met z’n laptop te spelen om z’n
bazen in de triad te verwittigen van de situatie. Er gebeurt dus
eigenlijk absoluut niks: één informant staat voor een venster in
morse code met z’n vingers te tikken, de andere zit achter z’n
computer. En toch knéttert die scène van de suspense. Wanneer aan
het einde van de prent de actie dan toch losbarst, voelt die bijna
overbodig aan: het was zó al wel spannend genoeg.

Een groot deel van de kracht van de film, zit ‘m in z’n
cinematografie: Christoper Doyle, de cameraman van onder andere
‘Hero’, fungeerde hier als visueel
consulent, en dat valt te merken. Niet dat ‘Infernal Affairs’ zo
openlijk gestileerd is als Zang Yimou’s film, maar de manier waarop
hier met ruimte wordt gewerkt is opmerkelijk: zowat de hele film
speelt zich af in besloten ruimtes, wat een claustrofobisch gevoel
geeft, en tóch heeft die camera altijd voldoende plaats om te
bewegen, zodat je nooit een statische scène te zien krijgt. Veel
films zoals deze, die zich afspelen in kantoors, in krottige
kamertjes of in de gangen van kantoorgebouwen, vallen noodgedwongen
terug op nogal saaie camerabewegingen, omdat je nu eenmaal heel
weinig mogelijkheden overhoudt in die afgesloten atmosfeer. Hier
krijg je nergens die indruk. Neem bijvoorbeeld een scène waarin de
personages een meubelstuk een trap op sleuren, terwijl de camera
gepositioneerd is op de overloop van die trap. De acteurs verhuizen
dat meubel voorbij de lens van de camera, de belendende flat in, en
de camera volgt hen naar binnen. Dat lijkt een oersimpel shot, maar
hoe doe je dat? Hoe kan het dat er plaats was voor zowel de
cameraman met z’n apparatuur, als de acteurs én dat meubel, terwijl
die trappengang zo benepen en klein lijkt? Het antwoord is relatief
simpel: een correct gebruik van cameralenzen levert een soort
gezichtsbedrog op, waardoor alles er kleinschaliger uit gaat zien.
Oké, geen enkele normale kijker zal daar bewust aan zitten denken,
maar op een onbewust niveau speelt het mee: het zijn dit soort van
subtiele effecten die ervoor zorgen dat je een film krijgt die
benauwend claustrofobisch aanvoelt, zonder ooit z’n
bewegingsvrijheid op te moeten offeren.

Oké, dus we hebben een scenario dat goed in elkaar zit, door de
spanning vlijmscherp op te bouwen en vervolgens een snelle, maar
geheel bevredigende pay-off te geven. We hebben een
geraffineerde visuele stijl die nergens de aandacht op zichzelf
trekt, maar toch bijdraagt tot de sfeer van het geheel. Wat nog? De
retestrakke montage, bijvoorbeeld (kijk bijvoorbeeld eens naar de
manier waarop we tijdens de eindscène in de lift nog een tijdjelang
in het ongewisse worden gelaten over het lot van de hoofdpersonages
– dat is enkel en alleen een montagetruc, en verdomme, het is een
goeie). De doorleefde manier waarop de acteurs hun werk staan te
doen – Tony Leung straalt weltschmerz uit, uit elke porie van z’n
toch al hevig transpirerend corpus. De enige negatieve opmerkingen
die ‘Infernal Affairs’ echt verdient, ligt in de manier waarop de
vrouwelijke personages (de vriendin van Ming, de psychiater van
Yan) er bijna tegen hun eigen zin worden bijgesleurd. Eens mens
vraagt zich af waar die personages eigenlijk voor nodig zijn,
aangezien ze nauwelijks enig nut dienen voor de plot – ze lopen er
al bij al maar verloren bij.

Voor het overige is ‘Infernal Affairs’ een fors gebalde
cinemavuist, een stevige knoert van een politiethriller. Akomstig
uit Hong Kong of niet, dit is mainstream cinema. Op z’n best nog
wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 18 =