Miss Kittin :: I Com / The Hacker :: Rêves Mécaniques


Miss Kittin: I Com – 3 –

The Hacker: Rêves Mécaniques – 3,5 –

Er was eens… een deejay, die Larry Tee heette. Larry was nogal tuk
op de synthesizerpop en -wave uit de jaren ’70 en ’80 (Kraftwerk,
Depeche Mode, Visage, Human League en New Order) en kwam tot de
aangename vaststelling dat hij in deze niet alleen stond. Steeds
meer groepjes rezen als paddestoelen uit de grond, die net als hij
gek waren op de dansmuziek uit het Donkere Decennium en voor het
ontwikkelen van hun geluid en (groeps)identiteit vaak leentjebuur
gingen spelen bij hun grote, voornoemde voorbeelden. In oktober
2001 organiseerde Larry een feestje in New York. 5000 mensen gingen
op diverse locaties uit de bol tijdens optredens van Adult, ARE
Weapons, DJ Assault, Chicks on Speed, Crossover, Detroit Grand
Pubahs, Fischerspooner, Khan and Kid Kongo, Ladytron, Peaches
W.I.T.. De naam van dit festival, Electroclash, werd meteen ook de
naam van een hele stroming artiesten en deejays die de wereld
overspoelden.

Twee DJ’s/artiesten die voor de rest van hun leven het
electroclash-label zullen opgekleefd krijgen, zijn Miss Kittin en
The Hacker, oftewel mademoiselle Caroline Hervé et
monsieur
Michael Amato uit het Franse Grenoble. Beide
Alpenkinderen waren al een tijd aan de slag als deejay en hadden
zich in de eerste helft van de jaren ’90 voornamelijk beziggehouden
met techno. Na enkele dj-compilaties te hebben uitgebracht,
verscheen in 1998 het fameuze Gigolo-label van DJ Hell de e.p.
‘Champagne!’. Deze samenwerking kreeg met de duoplaat ‘The First
Album’ (met o.a. ‘Frank Sinatra’) een vervolg in 2001, het jaar
waarin Hervé ook schitterde op de ‘Free Kittenz and Thee Glitz’ van
Felix Da Housecat. In datzelfde jaar maakte ze met de Zwitser
Goldenboy ook het enigszins tegenvallende ‘Or’, verleende ze haar
zeurderige stem aan platen van Steve Bug, Justin Berkovi, Detroit
Grand Pubahs en Antonelli Electr.. Absoluut dieptepunt was
alleszins de cover van ‘Je t’aime… moi non plus’, die ze samen
opnam met Sven Väth. Interessanter waren dan ook haar compilaties
‘On the Road’ en ‘Radio Caroline, Vol. 1’, die ondanks het soms
storende geneuzel tussen de nummers door bewezen dat juffrouw
Caroline wel degelijk een goeie smaak heeft.
The Hacker daarentegen zocht iets minder de schijnwerpers op dan
zijn stadsgenote. Hij debuteerde in 2000 al met de cd ‘Mélodies en
sous sol’, het label dat hij uit de grond stampte met o.a. Oxia, en
bracht behalve de twee platen met Kittin een karrenvracht maxi’s en
remixes uit op diverse labels.

Vandaag lijkt de hype een beetje over te waaien. Heel wat
electroclash-artiesten leerden de beperkingen van het genre kennen
en probeerden iets nieuws uit. De laatste plaat van Felix Tha Housecat
vonden wij echt niet goed, andere recensenten waren dan
weer erg enthousiast en ook het publiek lustte er wel pap van. (Wat
bewijst dat wij het niet steeds bij het rechte eind hoeven te
hebben of op zijn minst een eigen mening hebben…)

Ongeveer gelijktijdig kwam ‘I Com’ uit, de eerste echte soloplaat
van Miss Kittin. Ook zij probeert op deze cd andere dingen
uit dan we van haar gewoon zijn, zoals zingen. Dat gaat haar
verrassend goed af. De beste songs op dit album, waarvoor o.a. werd
samengewerkt met Tobi Neumann en The Hacker, zijn dan ook de meer
atypische Miss Kittin-nummers, zoals ‘Dub About me’ en ‘Clone Me’.
Waarom heeft Hervé zolang gewacht om de wereld te tonen dat zij
niet alleen kan zeuren, maar wel degelijk een knappe stem heeft?
Samen met het melancholieke ‘Happy Violentine’, de Detroit-techno
van ‘Soundtrack of Now’ (samen met The Hacker), het aan Grace Jones
verwante ‘Allergic’ en het bezwerende ‘I Come.com’ zijn dit de
hoogtepunten van de cd. Er is dus nog leven na electroclash, zou je
kunnen denken, en maar goed ook. Als geheel is deze plaat nog veel
te wisselvallig, maar als Hervé bij een volgende gelegenheid
ondingen zoals ‘Professional Distortion’ en ”Reqiuem For a Hit’
achterwege laat, kan zij nog voor verrassingen zorgen.

En wat dan te denken over ‘Rêves Mécaniques’ van The Hacker?
In muziek is het soms zoals in voetbal: wanneer je op veilig
speelt, is de kans kleiner dat je plat op je smoel gaat. Dat moet
ook Michael Amato hebben gedacht, want wat hij ons serveert op zijn
nieuwe plaat klinkt verre van vernieuwend. Toch wist hij ons een
hele plaat te boeien met een intrigerend mengsel van elektro,
techno, een snuifje electronic body music en synth wave. Hij propt
geen duizend-en-één ideeën in een dozijn songs, maar kiest er dié
trucjes uit die hij onder de knie heeft en maakt er leuke dingen
mee, die ons met één welgemikt schot de jaren ’80 in katapulteren.
Natuurlijk moet je dezer dagen heel erg goed zoeken om iemand te
zoeken die zijn mosterd niet in de eighties haalt, maar daar hebben
we ons bij deze plaat geen seconde aan geërgerd. De jaren ’80 zijn
voor The Hacker geen voorbijgaand modeverschijnsel, het is het
muzikale decennium dat hem en zijn muziek heeft gevormd. ‘Rêves
Mécaniques’ is dan ook de perfecte plaat voor al wie heimwee heeft
naar de donkere, in allerhande legale en illegale walmen gehulde
fuiven van dik twintig jaar geleden.
Los van de tijdsgeest komt The Hacker er iets beter uit dan Miss
Kittin, omdat hij erin geslaagd is een consistenter album af te
leveren. Wanneer hij in de toekomst – wanneer de interesse voor
jaren ’80-muziek weer volledig zal weggeëbd zijn – op dat kleine,
afgebakende terrein zal blijven opereren, dan valt echter te vrezen
dat er niet zoveel volk meer zal komen kijken naar zijn
speeltuintje. En zeker wanneer Caroline Hervé verder gaat op de
ingeslagen weg, zal het voor Amato moeilijk worden uit de schaduw
van zijn stadsgenootje te treden…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − drie =