Bettie Serveert :: Attagirl

Vorig jaar deed Bettie Serveert met Log 22 een poging tot comeback. Het erg aanstekelijke “Smack” sloeg als single aan, maar de rest van het album neigde teveel naar vergane glorie. Een jaar later is het al tijd voor de revanche. Een geslaagde revanche, want op Attagirl klinkt Bettie Serveert frisser dan ooit en veegt de band iedere twijfel van tafel.

Van indierock naar indiepop. Zo zouden we de nieuwe zet van Bettie Serveert best kunnen omschrijven. Ze zijn zeker niet de eersten om op dit idee te komen, maar als het resultaat leuk is, knijpen we maar al te graag een oogje dicht. Et voilà. Log 22 konden we geen twee keer na elkaar beluisteren; Attagirl zetten we lekker op endless repeat.

Single "Dreamaniacs" mag openen en staat meteen symbool voor wat het nieuwe album te bieden heeft. De anders zo belangrijke gitaren ruimen plaats voor luchtige elektronica en op de naar triphop neigende pop mag Carols stem lekker uitblazen.

Titeltrack "Attagirl" kabbelt op dezelfde manier. Bevatten de lyrics van dit nummer een verwijzing naar de bron van al deze creativiteit? “You and me and the devil makes three…” In onze fantasie zien we Carol dit al met de wijsvinger naar Pascal Deweze en de duim naar Mauro zingen.

"Greyhound Song" versterkt onze fantasie: dit nummer kwam al in een iets andere versie voor op Shadowgraphic City, de theaterproductie van Carol Van Dijck, Pascal Deweze en Mauro. Tegen beter weten in bannen we Mauro en Pascal toch nog maar een tweede keer uit ons hoofd.

Halverwege Attagirl keert Bettie met "Versace" terug naar de triphop van opener "Dreamaniacs" en daarmee doen ze ons beseffen dat we nog geen enkel slecht nummer hebben gehoord. Met "You’ve Changed" bereikt Bettie de schoonheid van Cat Power en met "Don’t Touch That Dial" rockte de band weer even stevig als in de beginjaren. En dan hebben we nog maar vier tracks te gaan. Attagirl kan al geen slecht album meer worden.

Dat wordt bevestigd in het rustige "1 Off Deal", maar ook in "Hands Off" waarmee Bettie de deur van de indierock nog eens even stevig opentrapt. En dan hebben we "Lover I Don’t Have To Love" nog niet gehad, dat het album mag samenvatten. Het nummer bloeit mooi open en klapt vervolgens weer dicht als een bloem die zich schikt naar een flauwe lentezon.

Bettie Serveert heeft altijd een eigen sound gehad, met als steunpunten de trashy gitaren en de erg bijzondere stem van Carol Van Dijck. Daardoor is het moeilijk zoeken naar referenties, maar als we Bettie dan toch moeten vergelijken, dan nog het liefst met Blur. Niet omwille van het geluid, maar wel voor wat de band hen voordeed op Think Tank: een experimenteel, interessant album brengen zonder daarbij ooit het eigen geluid te verliezen. Bettie klinkt nog steeds als zichzelf en dat is goud waard.

Aan Attagirl valt niet te twijfelen. Dit is zonder meer een buitengewoon fijne popplaat geworden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 2 =