Een band die al direct met zijn legendarische debuutalbum Palomine (1992) tekent voor de ideale symbiose tussen melodie, melancholie en constructief lawaai? Een groep die als voorprogramma al ten dans speelde voor onder meer Buffalo Tom, Dinosaur Jr én de betreurde Jeff Buckley? Welkom in de wereld van het onverwoestbare, Nederlandse Bettie Serveert.
Op het Lommelse Rockwood vloog de band er meteen stevig én toch breekbaar in met het titelnummer van dat Palomine: een mooie rozenknop die zich behaaglijk traag ontvouwt tot een pracht van een bloem. En die vergelijking geldt ook voor de stem van frontvrouw Carol van Dijk: bij aanvang wat aarzelend maar al op het einde van die opener pakken robuuster. Onze bezwaren smolten kortom pijlsnel weg als sneeuw voor een loeihete zomerzon.
Ook de andere muzikanten wisten te overtuigen. Neem nu gitarist Peter Visser: al van bij het uiterst stevige “Brother (In Loins)” huppelde hij op gezette tijden een eind weg. Achter hem, moordend efficiënt: de roffelende drums van Stephan van der Meijden. En zo was “The Pharmacy” heftig én verfrissend tegelijk, als een halve liter vers geperst, puur citroensap. Die atypische staccato drums! Die heerlijke gitaar! Die meesterlijke baslijnen van Herman Bunskoeke die er stonden als het fundament van een wolkenkrabber!
“Ballantine” herbergde vervolgens een metershoge gitaarmuur waarbij van Dijks ritmegitaar in de refreinen fungeerde als het cement tussen de voegen. Even mooi om te zien: hoe de frontvrouw en een uiterst adequaat solerende Visser even tegenover elkaar stonden, zichtbaar genietend. Haar glimlach zou nog groter worden, ondanks die eeuwige zonnebril, wanneer ze door Visser kort en sec werd voorgesteld aan het publiek.
“Crutches” klonk ondertussen zo vol als een driegangenmenu in de refreinen, waarna Van Dijk al even kort Visser en Bunskoeke en van der Meijden voorstelde. Het moge duidelijk wezen: Bettie Serveert moet het niet hebben van saillante bindteksten maar wel van ijzersterke songs. Neem nu hun grootste hit “Tom Boy”: al een miljoen keer beluisterd en nog steeds niet beu geraakt. Live vloeide de song naadloos over in het heerlijke uptempo “Sad Dog”: denk aan een hypnotiserende cadans in crescendo, compleet met donderslagen van drums en gitaren die zo van The Stooges hadden kunnen zijn.
“Private Suit”, “Ray Ray Rain” en “Evil Side” opereerden gestaag verder aan de o zo typische sound van the Betties: loepzuivere zang en erg mooie distortiongitaren, gedrenkt in een zwembad weltschmerz. Het nagelnieuwe “Ta!” klonk ritmischer dan we van de band gewend zijn maar was heus niet het kneusje van dienst, integendeel zelfs. Waarna het succulente “Kid’s Allright” haast van de boxen spatte. Kamerbrede glimlach bij Van Dijk en ook bij de overige groepsleden zag je zelfs met een blinddoek op dat ze er zichtbaar plezier in hadden. “Love Sick” werd dan weer met de gepaste nijdigheid gespeeld en hekkensluiter “Leg”, de opener van Palomine, zette de puntjes nog eens haarfijn op de i: dit is een band met wereldklasse. Een dikke pluim dus voor Rockwood dat ze deze unieke groep voor zijn enige Belgische festivaloptreden wisten te strikken. Voor iedereen die zelfs putje zomer verlangt naar de melancholie van de herfst, is dit dé band om te herontdekken. Puik concert.



