Cradle Will Rock

Tim Robbins is een intelligent man – getuige daarvan zijn
filmografie, zowel als acteur als regisseur. Hij moet geweten
hebben dat vrijwel niemand zat te wachten op een film als ‘Cradle
Will Rock’, maar na het compleet onverwachte commerciële succes van
‘Dead Man Walking’, waren er maar al te veel studio’s bereid om hem
zijn zin te laten doen, zij het aan een relatief bescheiden budget.
‘Cradle Will Rock’ is een politieke kritiek, een geschiedenisles
die het moet stellen zonder noemenswaardige momenten van seks of
geweld, maar mét een hele resem historische personages, veel
dialogen en intellectuele, subtiel aangebrachte links tussen heden
en verleden. Precies die dingen dus, waar je gegarandeerd géén
groot publiek mee zult bereiken. Gaandeweg maakte Robbins een zeer
gedisciplineerde, goed in elkaar gestoken mozaïekfilm met invloeden
van Robert Altman, over één van de meest fascinerende periodes uit
de Amerikaanse geschiedenis: de jaren dertig.

Amerika heeft te lijden onder de grote depressie. Om de grootste
nood te helpen verzachten, heeft de overheid verschillende
programma’s opgestart om banen te creëren, waaronder het Federal
Theatre Project, dat aan professionele acteurs en andere
toneelmensen de kans geeft om goedkoop, door de regering
gesubsidiëerd theater naar de mensen te brengen. Tegen het einde
van de jaren dertig waren 25 miljoen mensen al naar een productie
van het FTP gaan kijken.

Eén van de rijzende sterren van die tijd was Orson Welles, die een
schandaal ontketende door een productie van ‘MacBeth’ op te voeren,
uitsluitend gespeeld door zwarte acteurs. Kort voor hij naar
Hollywood geroepen zou worden om ‘Citizen Kane’ te maken, was hij betrokken
in de beruchte musical ‘The Cradle Will Rock’, geschreven door Marc
Blitzstein (hier gespeeld door Hank Azaria) – een pro-vakbond
musical, zowaar, die vanzelfsprekend heel wat wenkbrauwen omhoog
deed gaan vanwege z’n socialistische sympathieën. Dit waren de
vroege dagen van Amerika’s paranoia tegen alles wat naar communisme
rook (een paranoia die trouwens nog steeds niet helemaal is
afgelopen). Met de opkomt van Hitler en Mussolini, zag de rijke
Amerikaanse upper-class hoe in Duitsland en Italië het fascisme
verhinderde dat arbeiders op hun rechten zouden staan – het
alternatief leek het communisme, zoals zij dat interpreteerden, dat
een eerlijk loon en gelijke behandeling eiste voor de werknemers en
dat bijgevolg hun positie en hun portemonnee zou kunnen
schaden.

Tim Robbins maakt er een punt van om de verschillen tussen arm en
rijk te tonen, met aan de top van de voedselketen miljonairs die
zichzelf willen verkopen als gecultiveerde mensen – een man als
Rockefeller (John Cusack), die de lobby van z’n nieuwe gebouw liet
schilderen door Diego Rivera, een communistische artiest. Waarom?
Omdat Rivera nu eenmaal een hoog aangeslagen kunstenaar was, en
Rockefeller wilde zich, zoals wel meer rijkelui, voordoen als een
kunstliefhebber en -verzamelaar. Toen bleek dat Rivera
syfillisbacillen boven de hoofden van de Amerikaanse upper-class
tekende en een portret van Lenin in het fresco wilde verwerken,
werd hij uit het Rockefellergebouw gesloten. Een rijke zakenman als
Gray Mathers (Philip Baker Hall) verzamelt schijnbaar willekeurig
grote kunst, zolang die maar niet té politiek is. En ondertussen
doet hij zaken met de Italiaanse fascisten.

Tegen die context speelt ‘Cradle Will Rock’ zich af, met personages
die uiteen lopen van fictieve, arme toneelmensen (Emily Watson als
actrice die uit vuilnisbakken moet eten) tot de sociale en
financiële elite van de tijd, inclusief William Randolph Hearst, de
man die later de inspiratie zou vormen voor Orson Welles’ ‘Citizen Kane’. Enige voorkennis van de
geschiedenis is dus in ieder geval gewenst voor u hieraan begint –
Robbins gebruikt de aloude strategie om een pleiade aan sterren te
casten, zodat we de verschillende gezichten direct uit elkaar
kunnen houden, maar dan nog kan deze film moeilijk te volgen zijn
voor wie niet op de hoogte is. Een twaalftal personages en hun
verhaallijnen lopen hier fluks door elkaar – Robbins raakt nooit
z’n draad kwijt, hij blijft zeer gedisciplineerd in de structuur
van z’n verhaal, zodat iedereen evenveel aandacht krijgt en we
nergens het gevoel krijgen dat bepaalde personages verloren raken
in het gedrang. Maar het gevolg daarvan is wél dat hij nergens de
tijd neemt om ons een introductie te geven tot de historische
context. Hij verwacht van ons dat we wéten wie die mensen zijn –
Welles, Rockefeller, Rivera, Hearst enz… De productie en
spectaculaire opvoering van de musical ‘Cradle Will Rock’ dient als
rode draad, dat is het element dat alles samenhoudt, en dat ervoor
zorgt dat de film één punt heeft om naartoe te werken.

Het centrale gegeven waar Robbins het over wilt hebben, is echter
het gebruik van kunst voor politieke doeleinden. Goede, relevante
kunst, lijkt hij hier te willen zeggen, is kunst die een
persoonlijke visie biedt op de gebeurtenissen van de tijd. Een
musical als ‘Cradle Will Rock’, bijvoorbeeld. Daartegenover staan
de krachten van het geld, van de mensen die bovenal niet willen dat
er iets verandert, omdat ze zelf de macht en het geld bezitten. Dat
zijn de mensen die vinden dat kunst “schoonheid moet uitstralen en
niets anders”. Zoals Rockefeller het zegt tegen het einde van de
film: ‘Kleuren, vormen, schoonheid.’ En bovenal geen spoor van
kritiek op het establishment waar hij zelf deel van uitmaakt.
‘Cradle Will Rock’ is een film over artistieke
verantwoordelijkheid. John Turturro zegt tegen zijn echtgenote:
‘Het gaat niet over geld. Het gaat over wat je wil doén voor dat
geld.’ Jezelf als kunstenaar monddood laten maken,
bijvoorbeeld.

Aan de andere kant worden de angstige reacties van sommigen op het
communisme niet zonder enig mededogen behandeld – Joan Cusack
speelt een dame van het FTP die oprecht denkt dat de morele waarden
van het theater verloren zullen gaan indien communistische ideeën
de overhand krijgen. Ze wil niemand kwaad doen, dat gelooft ze nu
eenmaal. Bill Murray heeft wellicht de meest aangrijpende rol als
buikspreker die op haar verliefd wordt en bijgevolg maar met haar
meepraat, zonder echt te geloven in wat hij zegt. Uiteindelijk
realiseert hij zich de immense reikwijdte van de fout die hij heeft
gemaakt – vrienden en collega’s zitten zonder werk of worden
vervolgd – en dus doet hij maar het enige dat hem nog overblijft:
hij blaast willens en wetens z’n eigen carrière op door op een
podium de Internationale te zingen. Het is een pijnlijk moment om
te aanschouwen.

Robbins krijgt hier fantastisch werk van al z’n acteurs, met
speciale vermelding voor Angus MacFayden als Orson Welles – de
wijdse gebaren en diepe stem zitten helemaal juist. Maar echt
niemand in de hele uitgebreide cast gaat in de fout, dit is een
weergaloos ensemblestuk. Bovendien gebruikt Robbins opnieuw vaak
lange steadicamshots – het openingsshot duurt zeven minuten en is
een huzarenstukje. Het laatste shot van de film is ronduit briljant
bedacht en er kan uren over de betekenis ervan gediscussiëerd
worden.

‘Cradle Will Rock’ is een moedige, onderhoudende, fantastisch
geacteerde en inhoudelijk zeer rijke film. Hij vereist misschien
een beetje studie vooraf om alles goed te kunnen volgen, maar op
z’n minst krijgen we nog eens een film die z’n publiek niet voor
idioten neemt. Geweldige prent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 3 =