Do the Right Thing




‘Do the Right Thing’ is wellicht nog steeds de belangrijkste film
uit het omvangrijke oeuvre van Amerika’s zwart geweten, Spike Lee.
Hiervóór was hij een ietwat obscure onafhankelijke filmmaker die
matig succes had genoten met een tweetal underground filmpjes.
Hiernà was hij een fel besproken, controversiëel regisseur, wiens
technische vermogens niemand in twijfel trok, maar die ondertussen
wel beschuldigd werd van het aanzetten tot rassengeweld en van
sociologisch pessimisme. ‘Do The Right Thing’ plaatste Lee op de
kaart – hij werd beschreven als een angry black man, als een zwarte
racist, als een onverantwoordelijke idioot die onsamenhangende
doemscenario’s over raciale onlusten stond te prediken. Enfin,
sindsdien is er eigenlijk nog steeds niet zoveel veranderd.

Het is de warmste dag van het jaar in Stuyvesant Avenue, Brooklyn,
New York. Gedurende één dag volgen we de bewoners van deze straat,
een ietwat oncomfortabele mix van Italiaans Amerikanen en vooral
veel zwarten, die schijnbaar over de loop der tijd geleerd hebben
om met elkaar te leven. De voornaamste actie concentreert zich rond
Sal’s Famous Pizzeria, uitgebaat door Sal zelve (Danny Aiello), een
man die er trots in schept dat de buurtbewoners opgroeien op zijn
pizza’s en die z’n Italiaans temperament doorgaans weet te
beheersen om met iedereen op te schieten. Mookie (Spike Lee zelf)
werkt als zijn loopjongen -hij heeft in principe geen kwaad in de
zin, maar hij is wel zo lui dat hij er anderhalf uur over doet om
een pizza te bezorgen. Buggin Out (Giancarlo Esposito) is een
zelfverklaarde rebel die van de wereld een betere plek wil maken
door Sal te verplichten om foto’s van zwarten aan z’n ‘Wall of
Fame’ te hangen – wanneer Sal weigert, organiseert Buggin Out ter
plekke een boycott tegen de pizzeria, waar niemand zich iets van
aantrekt. Da Mayor (Ossie Davis) is een plaatselijke dronkaard die
ondanks z’n benevelde geest zowat de enige is die van begin tot
eind weet wat hij moet doen – the right thing, namelijk. En
Radio Raheem (Bill Nun) is een fors gebouwde jongere die de hele
dag met z’n ghetto blaster over straat loopt en verder geen enkele
ambitie lijkt te hebben behalve de luidste stereo van het westelijk
halfrond te bezitten.

Spike Lee introduceert ons aan deze gemeenschap, tijdens het eerste
uur van z’n film, door hen te tonen als een groepje mensen die bij
elkaar werden gegooid in deze éne straat, zonder dat ze daarom
gevraagd hebben, en die nu proberen om zo goed mogelijk met elkaar
te leven. Blank tegenover zwart tegenover zelfs de Koreaanse
kruidenier aan de andere kant van de straat – de hele film lang
krijgen we de indruk dat de lieve vrede tussen de inwoners van
Stuyvesant Avenue enkel bewaard blijft omdat iedereen continu op
z’n woorden let, omdat iedereen zich continu inhoudt om niets te
zeggen waar ze later spijt van zullen krijgen. Onder de oppervlakte
voelen we een sluimerende woede, die misschien niet al te veel
nodig heeft om definitief los te barsten. Het beste voorbeeld is
het personage Pino (John Turturro), één van de zonen van Sal. Pino
is een openlijk racistisch personage, die liefst van al de pizzeria
zou verkopen om naar een blanke buurt te verhuizen. In de éne scène
na de andere zien we hoe Sal en zijn andere zoon Vito (Richard
Edson) hem terug in het gareel moeten trekken voordat hij domme
dingen doet, voordat hij z’n woede tegenover de zwarten helemaal
loslaat. Later in de film zien we Sal ongegeneerd flirten met Jade
(Joie Lee), de zus van Mookie, en we zien de reacties van zowel
Mookie als Pino – de walging druipt van hun gezicht, maar ze zeggen
niets. Want wie weet waar het toe zou leiden als ze wél iets
zeiden?

Op die manier wordt Stuyvesant steeds duidelijker een straat vol
met licht ontvlambare situaties. De trekker wordt overgehaald
wanneer Radio Raheem met z’n ghetto blaster de pizzeria binnenkomt,
vergezeld van Buggin’ Out. Er ontstaat een gevecht tussen Sal en de
heren en de politie wordt erbij geroepen – Radio Raheem wordt in
een wurggreep genomen door één van de agenten en overleeft het
niet. Wat dan volgt, is nog steeds één van de krachtigste scènes
die Lee ooit gefilmd heeft. Het gaat niet zozeer over de rel die
zal volgen, als wel over de stilte die er in de film hangt tijdens
die twee minuten nadat de politie is vertrokken. Zowat de hele
buurt is op straat gekomen, iedereen heeft gezien wat er gebeurd
is. Sal en z’n zoons staan letterlijk tegenover hun zwarte buren en
ze zijn zichtbaar doodsbenauwd – Radio Raheems dood is gedeeltelijk
hun schuld. Heel even zegt niemand iets, iedereen staat elkaar
gewoon aan te kijken, en als publiek voelen we ons hart zinken,
want we weten dat er nu vreselijke dingen gaan gebeuren. Het is Lee
zelf die er de finale aanzet toe geeft – hij gooit een vuilnisbak
door het raam van de pizzeria, en daarmee breekt de rel los. Het
hele pand gaat in vlammen op.

Dat is een zeer controversiële sequens geweest, voornamelijk omdat
Mookie, Lee’s personage, nu net die éne zwarte was waarmee alle
blanke toeschouwers zich konden identificeren – hij gedroeg zich
niet extravagant, hij was een sympathieke luiaard… Enfin, hij was
wel zwart, maar hij deed niets dat we typisch associëren met
zwarten, laten we het zo zeggen. En net hij verraadt Sal en geeft
het startschot voor de rel. Veel mensen zagen dat als een statement
van Lee, dat gewelddadige actie de enige manier was voor zwarte
mensen om gehoord te worden – wat in de context van de film een
nogal vreemde assumptie lijkt. Mookie heeft net z’n beste vriend
vermoord zien worden en z’n woede neemt het over. Dat is net waar
de hele film over gaat: mensen die hun best doen om op te schieten
met alle anderen, maar uiteindelijk door de hitte en de
omstandigheden over de rooie gaan, hun zelfbeheersing verliezen.
Het overkomt Sal in de pizzeria tijdens z’n ruzie met Radio Raheem
en Buggin Out. En Mookie overkomt het daarna, wanneer hij die
vuilnisbak gooit.

De conclusie van de film lijkt mij evenwel zeer pessimistisch –
zwart en blank kunnen misschien een tijdlang samenleven, maar
uiteindelijk is het toch gedoemd om mis te lopen. Er zal altijd wel
weer een hete dag komen waarop de gemoederen exploderen, er zal
altijd wel weer iemand zijn wiens radio te luid staat of iemand die
er problemen mee heeft dat de verkeerde foto’s aan de muur hangen.
Alle goeie wil van de wereld kan volgens Lee niet op tegen het
fundamentele feit dat we er niet voor gemaakt zijn om samen te
leven. Dat is een zeer negatief standpunt, maar het is geen oproep
tot geweld.

Lee maakt dat punt via een surrealistische stijl – de hele film
werd gemaakt op locatie op Stuyvesant Avenue, maar de hitte van de
dag wordt gesuggereerd door felle, verzadigde kleuren die alles een
vreemd gevoel van overbelichting geven. Drie oudere mannen op een
stoeltje voor een fel rode muur dienen als een soort van Grieks
koor, dat af en toe commentaar komt geven op de gebeurtenissen.
Scheve kadreringen, close-ups die het gezicht van de personages
enigszins vervormen, lange, expressieve camerabewegingen
enzovoort… Spike Lee maakt een erg theatrale film van ‘Do The
Right Thing’ – het ziet er grosso modo realistisch uit, maar
ondertussen is het ook net één stapje van de realiteit verwijderd,
want het moet er ook nog cinematisch uitzien. Het gevolg is dat de
film een manische energie krijgt, zoals het meeste van Lee’s werk,
– een prent die onhoudbaar vooruit stoomt naar z’n onvermijdelijke
finale.

‘Do The Right Thing’ is nog steeds een relevante film, die nog
steeds weet te entertainen met z’n visuele flair en z’n humor,
terwijl de inhoud – zo dikwijls verkeerd begrepen – nog steeds het
slechte nieuws komt melden. Het is een prachtig huwelijk van stijl
en inhoud, over mensen die met de beste wil ter wereld proberen om
te doen wat hoort, en het gewoon niet kunnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 7 =