AGF :: Westernization Completed

Twee jaar geleden lieten we ons een cd’tje aansmeren van een Duitse
act, die zogezegd het Duitse antwoord moest voorstellen op het
Britse Lamb. Wel ja, één letter verschil, een duo gevormd door een
heer die zich bekommerde om de elektronica en een bevallige dame
die haar poëtische teksten debiteerde over de klanktapijten van
eerstgenoemde. Daar stopten de gelijkenissen dan ook. Ten eerste,
tussen Duitse en Engelse dance zit vaak dag en nacht verschil,
plus: de hippie-flower-power-poëzie van Lambje Louise Rhodes staat
al in even schril contrast met de (soms)onderkoelde, teutoonse
verzen van Antye Greie-Fuchs, de vrouwelijke helft van Laub.
Laub heeft inmiddels drie cd’s uitgebracht, maar nog ligt de
productie blijkbaar niet hoog genoeg voor Frau Greie-Fuchs.
Ze werkte ondermeer samen met fijne lieden als Craig Armstrong (een
collaboratie – ahum, excusez le mot – die allicht nog een
vervolg krijgt) en Vladislav Delay, en met deze ‘Westernization
Completed’ is ze aan haar tweede solo-cd toe. Toegegeven, ik had me
bij die titel aanvankelijk iets heel anders voorgesteld
(laptopcowboys en cybersaloons en dergelijke meer), maar die
westernization slaat natuurlijk op de lange weg die de
Ossies aflegden na de Val van de Muur om zich aan te passen aan de
westerse way of life.
‘Head Slash Bauch’, de eerste plaat van AGF, was geen hapklare
brok. Het was een erg afstandelijk album dat dreef op
ambientwolkjes en clicks & cuts, die geregeld aan flarden
werden gereten door industrieel geraas. Het opvallendste waren
echter de “teksten”: Greie-Fuchs las niet voor uit eigen werk, maar
zette html-codes en andere computertaal op muziek.
‘Westernization Completed’ is gelukkig van een heel ander kaliber.
Voor het eerst reciteert ze in het Engels (met een zalig, zwaar
Duits accent), en klinkt de muziek warmer en intiemer dan tevoren.
Sommige dingen zijn hetzelfde gebleven, zoals de totale afwezigheid
van zoiets als songstructuren. Geen nood echter, we hadden het zelf
pas opgemerkt na enkele beluisteringen. In feite is heel deze plaat
gewoon één fantastisch luisterspel dat je in één ruk dient uit te
zitten. Natuurlijk blijft de elektronica de plak zwaaien in het
muzikale compartiment. Glitch, stotterende ritmes en zuinige
elektronica (niet te verwarren met Hollandse techno) maken nog
steeds de dienst uit, maar af en toe stijgt er ook een vleugje jazz
en triphop op uit de computers. Gevoelens verschuilen zich echter
niet langer achter een geluidsmuur, maar trippelen naakt doorheen
de bits en bytes. Ook tekstueel is er een groot verschil met de
voorganger: één keer nog haalt AGF haar inspiratie uit een
computerhandleiding, maar deze keer geeft ze er wel een
persoonlijke draai aan. Maar in de andere tracks laat ze de
luisteraar toe even ongegeneerd een blik te werpen in haar
zielenleven. De lasten en de lusten van een creatief bestaan, de
sombere jeugd in de DDR, maar ook vriendschap en liefde komen aan
bod. De combinatie elektronica en poëzie heeft verlichte geesten
ertoe gebracht het etiket “poëtronica” te kleven op de muziek van
AGF. Wij vinden dit in de eerste plaats een schitterende plaat en
een eigenzinnig meesterwerk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 9 =