Lucky & Easy :: Talent Hoover

Liefhebbers van IDM of intelligent techno of hoe je het ook
wil noemen, moeten zeker eens een kijkje nemen op de website van
distributeur/platenmaatschappij/postorderbedrijfje U-Cover, en
zullen daar heel wat lekkers vinden. Fans van Boards of Canada
bijvoorbeeld, die maar niet genoeg krijgen van de onaards prachtige
platen van hun idolen en op zoek zijn naar gelijkaardige zaken,
vinden er ‘Liquid Chris H’ terug, alias Christ, de man die even het
derde groepslid was van de Schotse groep. Zijn ep ‘Pylonesque’ is
een rip-off (maar dan wel een schitterende!) van ‘Music Has the
Right to Children’, het meesterwerk van Boards uit ’98, de lp
‘Metamorphic Reproduction Miracle’ laat dan weer een artiest horen
die op zoek is naar een eigen geluid en (warm! warm!) en dat bijna
heeft gevonden.
Een andere aanrader voor B.o.C.-fans is ongetwijfeld Lucky &
Easy, ook een duo en eveneens afkomstig uit Schotland. Net als bij
hun landgenoten hangt er ook rond dit tweetal een beetje een waas
van geheimzinnigheid, maar dat stoort niet. Ook hun muziek klinkt
alsof die vanuit een andere dimensie of galaxie toevallig op de
planeet Aarde is aanbeland. Als ik zou weten hoe ze er uitzien, dan
zou de magie van de muziek voor een groot stuk verdwenen zijn,
vrees ik.
‘Talent Hoover’ is niet het eerste wapenfeit van deze lui. Eerst
verschenen er enkele (intussen moeilijk vindbare) maxi’s op het
eigen Ampoule-label, onder de naam Pub brachten ze in 2001 het
opmerkelijke ‘Do You Ever Regret Pantomime?’ uit en vorig jaar was
er al ‘Pimp Soul Blister’, een voorsmaakje van dit album. Meteen
rijst de vraag die we ons stellen bij al die andere groepen die met
een haast identieke bezetting platen uitbrengt onder verschillende
namen: waarom zo moeilijk doen? Is er dan zo’n groot verschil
tussen Pub en Lucky & Easy? Ja en nee, eigenlijk kan je het nog
het best zo zeggen: beide acts verschillen evenveel van elkaar als
een twee-eiige tweeling. De braafste en de meest toegankelijke van
de twee is Pub; Lucky & Easy daarentegen is grilliger en
verrassender, maar zeker even goed.
Op ‘Talent Hoover’ staan veertien tracks: (heel) lange en (erg)
korte. Net zoals bij Boards of Canada krijgen we hier een erg
geslaagde combinatie van geniale, onderkoelde en gelaagde ritmes,
met filmische soundscapes en warme, psychedelische synth-klanken.
De muziek in een-twee-drie doorgronden is misschien onbegonnen
werk, toch is de plaat als geheel zeker niet zwaar op de hand.
Alles is perfect in balans; niet alleen de verschillende
ingrediënten die hun eigen sound uitmaken, maar ook de verhouding
tussen korte, schetsmatige en tot de essentie teruggebrachte tracks
(flarden muziek als het ware) en de meer uitgesponnen
drie-songs-in-één-tracks.
Akkoord, in deze bespreking is de naam Boards of Canada vaker
gevallen dan die van de band in kwestie zelf. Daar willen we zeker
niet aangeven dat Lucky & Easy niet meer is dan een kloon, een
kopie of een stelletje na-apers, verre van zelfs. Je hoeft zelfs
geen fan te zijn van ‘die andere groep’ om ook hier van te houden,
want Lucky & Easy slaagt er moeiteloos in op eigen benen te
staan. We willen alleen maar zeggen dat, wie echt niet kan wachten
op de volgende plaat van Boa… (tuut… verbinding verbroken)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =