The Chronicles of Riddick




Stoppen op een hoogtepunt is – hoewel het in diverse sectoren van
het entertainmentgebeuren als een dogma geldt – iets wat zelden
gebeurt, en in de filmindustrie al helemaal niet. Van zodra een
regisseur een film aflevert die wereldwijd succes oogst aan de
kassa, wordt die min of meer gedwongen er een vervolg aan te
breien. De Wachowski’s hebben met hun twee zwakke ‘Matrix’-sequels
al aangetoond dat uitmelken nooit een goed resultaat geeft, maar
die les heeft David Twohy duidelijk nog niet geleerd: na het succes
van ‘Pitch Black’ zou hij de handschoen hebben opgenomen om niet
minder dan drie vervolgen te maken. Het eerste deel, ‘The
Chronicles of Riddick’ laat dan ook het ergste vrezen, of zit er
écht nog iemand te wachten op een debacle van Matrixiaanse
proporties?

We zeggen en schrijven vijf jaar na de gebeurtenissen in ‘Pitch
Black’. De gebronzeerde antiheld en intergalactische boef Riddick
(Vin Diesel) resideert op een verlaten ijzige planeet, waar hij
voor de zoveelste maal wordt geconfronteerd met premiejagers, die
hem in ruil voor een forse beloning achter de veren zitten. Beu om
steeds te vluchten, besluit hij op zoek te gaan naar diegene die
die hoge prijs op zijn hoofd heeft gezet. De verrassende
verantwoordelijke brengt hem uiteindelijk op de planeet Helion, die
– hoe kan het ook anders – net ten prooi valt aan de
‘Necromongers’, een groep universumveroveraars onder leiding van
Lord Marschal (Colm Feore). Geheel in de lijn van de verwachtingen,
wil onze held eerst niets te maken hebben met het hele conflict,
maar zijn afkomst beslist er anders over. Hij blijkt namelijk de
laatste overlevende te zijn van een ras dat ooit kon weerstaan aan
Lord Marschal.

Dit hele project is opgebouwd rond het personage Riddick, dat veel
bijval oogstte in ‘Pitch Black’. Je zou dan ook verwachten dat je
nu iets meer te weten komt over hem. Een drijfveer bijvoorbeeld, of
een uitleg over een jeugd die verkeerd gelopen is. Maar helaas,
niets van dit alles. De sterkte van ‘Pitch Black’, waar hij
geleidelijk aan het verhaal overnam en waardoor iedereen op het
einde met vragen omtrent zijn personage bleef zitten, wordt hier
dus helemaal niet uitgebuit. Of moeten we concluderen dat het
personage gewoon ééndimensionaal is? Dat het inhoudsloos is en
enkel in het leven is geroepen om de spieren van Vin Diesel twee
uur lang te showen?

Het grootste probleem waarmee ‘The Chonicles of Riddick’ worstelt,
is dat er van een verhaallijn helemaal geen sprake is. Je wordt als
kijker van de ene naar de andere plaats gesleurd, zonder enig idee
te hebben waartoe dit zal leiden, met uitzondering van een stel
potige, obligate vechtpartijen. Een voorbeeld hiervan is het
oppakken van Riddick door hetzelfde stel premiejagers aan het begin
van de film, waarna hij naar een andere planeet wordt
getransporteerd. Eigenlijk heeft dit niets te maken met het
verhaal, maar Twohy heeft er zo zijn redenen voor. Een script van
hem is ooit afgewezen voor ‘Alien3’ en als u weet dat Riddick in de
bewuste scène “toevallig” naar een gevangenisplaneet wordt
verscheept, moet u al snel door hebben dat dit een staaltje
recyclage is waar menige groene jongen een puntje kan aan
zuigen.

Het minimum aan verhaal zorgt er ook voor dat de acteerprestaties
ferm onder het gemiddelde blijven. Of had u anders verwacht van Vin
Diesel? Naarmate diens succes groter wordt, lijkt ook zijn ego toe
te nemen. Geen plaats dus om enig acteertalent te stockeren. Maar
geen nood, er zijn weer enkele spieren bijgekweekt waar de fans
zich aan kunnen vergapen. Ook Thandie Newton duikt nog eens op,
maar behalve wat vluchtig met de wimpers knipperen, draagt ze niets
bij tot het geheel. De enige die nog enigszins de meubels tracht te
redden, is Judi Dench. Helaas voor haar is ook haar personage,
Aereon, nauwelijks uitgewerkt, maar ze is wel de enige die probeert
te roeien met de riemen die ze heeft. Spijtig genoeg zijn haar
optredens spaarzaam, maar het zijn toch enkele lichtpuntjes in een
voor het overige matige acteerpoel.

De échte sterren van de film zijn de jongens – en waarschijnlijk
ook meisjes – van de FX-afdeling. De computerspecialisten van
dienst zorgden ervoor dat er toch nog een reden is om deze prent in
de bioscoop te zien. De wereld die ze geschapen hebben, is er
eentje die enkel op een groot scherm tot zijn recht komt. Er is dan
ook duidelijk van meet af aan aandacht geschonken aan de kostuums,
decors en settings. Niet dat het zo spectaculair is als in ‘Lord of
the Rings’, maar wel verbazend knap. Samen met de belichting zorgen
die effecten voor een naargeestige sfeer, die genoeg benadrukt
wordt om de ondermaatse acteerprestaties te vergeten. Ook de
actiescènes mogen er zijn, in die mate dat liefhebbers van het
genre alvast op dat gebied geen teleurstelling zullen oplopen. De
aan alle kanten haperende plot moeten ze er willens nillens wel
bijnemen.

‘The Chronicles of Riddick’ maakt de fout meer te willen zijn dan
een actieprent. Er wordt een portie mythologie ingesmeten, een
religieus ondertoontje aan toegevoegd, kortom hetzelfde recept dat
niet werkte in de sequels van ‘The Matrix’. Deze prent werd dan ook
aangekondigd als een nieuw groots science fiction epos, maar ik hou
het toch maar op een halfslachtige poging. Voor de liefhebbers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − 1 =