The Cooler




Hoeveel films zouden er al over Las Vegas gemaakt zijn? De
uitstraling van deze stad zorgt ervoor dat bijna jaarlijks een film
in de zalen opduikt die er zich ofwel in afspeelt, ofwel er zeer
duidelijk naar verwijst. En maar al te vaak is dat een
gangsterepos, met maffiosi in de hoofdrol, die zich zowat alle
clichés van het genre toe-eigenen. Om u maar meteen het slechte
nieuws mee te delen: ook ‘The Cooler’ stapelt deze gemeenplaatsen
torenhoog op, maar daarnaast valt er meer dan genoeg te beleven om
een trip naar de bioscoop te verantwoorden.

Shelly Kaplow (Alec Baldwin) is de eigenaar van het Shangri-La
Hotel and Casino, een goktent van de oude stempel waar de sfeer van
de vijftiger jaren op te snuiven valt. Shelly runt zijn winkel dan
ook volgens de toen heersende normen: met ijzeren hand. Het
Shangri-La is geen casino zoals de andere, die zich openstellen
voor het hele gezin. Neen, dit is er eentje waar zwaar wordt gegokt
en de verbintenissen met de maffia hoog in het vaandel worden
gedragen.

Eerlijk gaat het er natuurlijk niet aan toe en op dat gebied past
Bernie Lootz (William H. Macy) prima in het plaatje. Hij is
namelijk een cooler, een persoon die ervoor moet zorgen dat
het geluk aan de winnende tafels tot een einde komt. De methode die
hij erop nahoudt, is doodsimpel: Bernie is gewoon zichzelf. Zijn
hele leven al is hij vervloekt, waar hij ook komt of met wie hij
ook optrekt, brengt hij ongeluk. Door zijn gokverslaving staat hij
in het krijt bij Shelly, en die maakt handig van Lootz’ “talent”
gebruik om de Shangri-La winstgevend te houden.
Maar na jarenlang trouwe dienst en het uitdienen van de afgesproken
periode, heeft Bernie schoon genoeg van Vegas. Shelly, die Lootz’
ongeluk hard nodig heeft, is daar niet mee opgezet en probeert via
de mooie serveerster Natalie (Maria Bello) zijn leven te sturen.
Waar niemand op gerekend had, gebeurt toch. Bernie en Natalie
worden verliefd op elkaar en Dame Fortuna slaat toe: Bernies
ongeluk keert om in geluk.

Van zodra je enkele ogenblikken over het hele scenario nadenkt,
valt je dadelijk op dat het niet veel voorstelt. De maffia die over
een casino heerst, praktijken waarbij je van geluk mag spreken als
een gebroken knieschijf het enige is wat je overkomt, enzovoort. De
clichés stapelen zich op. Heeft de Zuid-Afrikaan Wayne Kramer
eigenlijk nog iets toe te voegen aan een gegeven dat in 1995 met
Martin Scorsese’s ‘Casino’ tot in de opperste perfectie werd
benaderd? Neen, want het scenario dat hij aflevert, is een
kleurloos geheel, dat nergens verrassend is, ook niet als er een
weinig vindingrijke subplot – een zoon die na twintig jaar opeens
weer opduikt – wordt bijgesleurd.
Naast voorspelbaar zijn veel situaties in ‘The Cooler’ ook
ongeloofwaardig. Zo is de manier waarop Bernie zijn werk vervult
baarlijke onzin, hoeveel pseudo-psychologische hocus-pocus de
schrijvers ook mogen hanteren om met een motief voor Lootz’
curieuze taakomschrijving voor de dag te komen. Het schrijven van
scenario’s laat Kramer in de toekomst dan ook beter aan meer
getalenteerde schrijvers over. Een beetje ijdele hoop, want ook
zijn script voor Mindhunters – dat
in onze contreien eerder in de bioscopen belandde dan ‘The Cooler’
– was ook al niet om over naar huis te schrijven.

Veel kommer en kwel dus, zou je beginnen denken, maar gelukkig is
een film meer dan enkel een scenario. Zo baadt de hele film in de
juiste, donkere sfeer. De scènes in het casino geven je ook
werkelijk het gevoel zélf aanwezig te zijn: je ademt de rook net
niet in, je voelt zo de weemoed naar de gouden jaren. Daarbij word
je dan nog eens geholpen door een meer dan passende soundtrack. Las
Vegas is de stad van de eenzame zielen, wat is dan passender dan
saxofoonmuziek? Passeren de revue: ‘Luck To Be a Lady’, ‘My Funny
Valentine’, ‘Almost Like Being in Love’, nummers die in Vegas
ontelbaar vaak gezongen zijn en worden in en die op hun manier de
verschillende karakters weergeven die er heersen.

Er is nog een laatste punt dat ongelooflijk veel goed maakt. ‘The
Cooler’ heeft iets wat maar al te zelden te zien is in een film,
namelijk een cast die volledig het beste van zichzelf geeft. Alec
Baldwin mocht voor zijn rol een oscarnominatie op zak steken en
ondanks de reserves die ik doorgaans voor de Academy koester, kan
ik de kiesheren van ‘s werelds meest prestigieuze filmprijzen dit
keer geen ongelijk geven. Hij is terzelfdertijd een meedogenloos
casino-eigenaar én een bezorgde vaderfiguur. Zijn blikken zijn het
éne moment vervuld met mededogen, zelfs medelijden, maar gaan in
een oogwenk over in een grenzeloze kilheid.
Maria Bello levert eveneens een prachtprestatie. Een natuurlijke
schoonheid zou je haar kunnen noemen, een vrouw van wie je geen
moment twijfelt dat zij de blikken naar haar toe kan lokken, zelfs
al heeft ze een blik vol weemoed. Ze bezit ook het talent om je te
laten geloven dat ze een alleenstaande dame is, voor wie elke dag
een gevecht is en die spijt heeft over de daden uit haar verleden.
Stilaan zie je haar openbloeien, zie je haar innige band met Macy
toenemen en de chemie die tussen de twee ontstaat, is er eentje om
duimen en vingers bij af te likken.
Niet in de laatste plaats door Macy zelf, natuurlijk. Als je het
prototype van de antiheld zoekt, mag je nu stoppen. Het lijkt alsof
hij alle ellende van de wereld met zich meedraagt. Eén blik van hem
is voldoende om alle plezier uit een kamer weg te zuigen. Berustend
in zijn lot, afgeleefd tot en met, maar dan, wanneer het geluk hem
even toelacht, genietend, vertederend en kwetsbaar.

‘The Cooler’ is een prent die zijn bestaansrecht volledig te danken
heeft aan de prestaties van de acteurs. Vergeet dus voor één keer
het scenario, en geniet van drie acteurs die het beste uit zichzelf
weten te persen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − twee =