Home On The Range




De Disneyfabriek maakt er de laatste jaren blijkbaar een sport van
om hun “laatste traditionele 2-D animatiefilm” aan te kondigen. Nog
niet zo lang geleden kregen we het twijfelachtige ‘Brother Bear’ in de zalen, die het adieu
van het Huis van de Muis aan celanimatie moest zijn, maar nu zijn
ze er weer met ‘Home On The Range’ – ditmaal beloven ze het ons:
het zal de laatste zijn. Indien het kwaliteitsniveau van dit
onzalige product een indicatie mag zijn van wat ons nog te wachten
staat in de 3-D wereld van Disney, zie ik de toekomst alvast somber
in.

Het verhaaltje is een volstrekt ongeïnspireerd samenraapsel van wat
zowel Disney als andere entertainers van klein grut eerder hebben
gedaan: Maggie is de dikste koe van het westen (ik zal maar geen
terzijde leveren bij de opmerking dat haar stem geleverd wordt door
Roseanne Barr), wiens boerderij wordt leeggeroofd door de
snoodaardige veedief Alameda Slim (stem van Randy Quaid). Maggie
wordt dan maar door haar eigenaar overgebracht naar de
melkboerderij “Patch O’ Heaven”, waar lief oud dametje Pearl Gesner
(Carole Cook) de plak zwaait. Pearl zit echter zwaar in geldnood –
indien ze niet snel 750 dollar bijeen kan krijgen, zal haar
boerderij openbaar verkocht worden. Dat is precies het bedrag dat
op het hoofd van Alameda Slim staat, en Maggie besluit om achter de
boef aan te gaan. Samen met twee andere koeien, de gedecideerde
Mrs. Calloway (Judi Dench) en de zweverige Grace (Jennifer Tilly),
trekt ze erop uit om de boerderij van Pearl te redden.

Ach ja, zo gaat dat dan. Geen verrassing te bekennen in ‘Home On
The Range’, een film die schijnbaar meegaat met de recente tendens
die dicteert: “als het voor kinderen bedoeld is, hoeft het helemaal
niet goed te zijn”. Wat we krijgen, zijn voor de zoveelste keer
diezelfde cliché’s van het steeds verder uitgemolken genre: de
pratende diertjes (en praten doen ze – onophoudelijk en
onuitstaanbaar, tot je zou wensen dat ze gewoon eens twee minuten
allemaal hun muil hielden), de zoetzemerige liedjes, de oubollige
slapstick-grapjes (een personage valt in een ravijn en slaakt die
typische Goofy-gil, u herkent ‘m wel als u ‘m hoort)… Als het
maar voor de hand liggend en flauw is, dan zit het er wel in.

Dat het verhaaltje op zichzelf niets voorstelt, is eigenlijk nog zo
erg niet – dat geldt voor negentig procent van de totale
filmproductie. Wat veel erger is, is dat het allemaal met zo weinig
levenslust of energie op het scherm wordt gebracht. De éne grap na
de andere gaat finaal de mist in. Neem nu de volgende dialoog:
Grace zegt over Mrs. Calloway: ‘She’s just a little tense.’
Het antwoord van Maggie: ‘Tense? What’s her specialty, sour
cream?’
Er bestaan honderden geestiger replieken dan dat – je
krijgt de perfecte set-up voor een geweldige one-liner en dan wordt
er niets mee gedaan. Keer op keer krijg je dat soort van situaties:
situaties die grappig hadden kùnnen zijn, indien de makers er een
beetje meer moeite in hadden gestoken. De overheersende indruk van
‘Home On The Range’ is dat de film een snel afgeraffeld werkje was,
iets dat Disney snel-snel nog in de zalen wilde stouwen voordat ze
zich definitief toelegden op 3-D animatie. Geen tijd om goeie
grappen te verzinnen of een degelijk verhaal.

De acteurs doen over het algemeen wat ze kunnen, maar als je zo’n
hemeltergend onleuke teksten te debiteren krijgt, is dat
vanzelfsprekend erg beperkt. Steve Buscemi heeft de leukste rol,
als zwarthandelaar in levend vee – zijn personage lijkt zelfs op
hem. Maar daar staat dan wel Cuba Gooding Jr. tegenover, dat
falikant verkeerd afgelopen experiment van een wraakroepende God,
die de rol van pretentieuze hengst op zich neemt. Indien ‘Home On
The Range’ al nergens anders goed voor is (wat mij een zeer goede
mogelijkheid lijkt), dan wel om te bewijzen dat Gooding niet eens
in een film te zien moet zijn om irritant te wezen. Zijn stem
alleen is meer dan voldoende.

Over stemmen gesproken: voor de gelegenheid kreeg Alan Menken nog
eens de gelegenheid om een aantal liedjes bij elkaar te pennen. Die
man kàn dat, hij heeft de liedjes geschreven voor een paar zeer
mooie Disneyfilms, zoals ‘The Little Mermaid’, ‘Beauty and The Beast’ en ‘Aladdin’. Maar
net als al de rest, lijkt ook zijn werk in acute tijdsnood te zijn
afgeraffeld, zodat hij zich verplicht zag om terug te vallen op
oude cliché’s: een cowboynummer om mee te openen, een stroperige
ballad en (God sta ons bij) zelfs een jodelnummer. Nu wil ik geen
enkele muziekvorm als dusdanig afkammen, maar wat de vaak verkeerd
begrepen kunst van het jodelen betreft, kon ik in ieder geval een
zekere rechtvaardigheid bespeuren in het feit dat befaamd jodelaar
Bobbejaan Schoepen enkele jaren geleden een strijd met kanker moest
aangaan.

Ondanks z’n lengte van slechts 76 minuten is ‘Home On The Range’
een absoluut futloze bedoening. De personages rennen van hot naar
her, schreeuwen heel de tijd en staan in het algemeen hysterisch te
wezen, maar dat is nog niet hetzelfde als gezonde energie in een
film. Energie is het gevoel dat een verhaal ergens naartoe gaat,
aan een hoog tempo. Hysterie is het gevoel dat een verhaal helemaal
nergens naartoe gaat, aan een nog veel hoger tempo. ‘Home On The
Range’ is hysterisch, maar niet energiek.

http://disney.go.com/disneypictures/homeontherange/main.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 1 =