Mambo Italiano




Het teken dat de zomer is begonnen: de sequels (‘Harry Potter’, binnenkort ‘Spider-Man 2’)
en rip-offs beginnen binnen te stromen. ‘Mambo Italiano’ probeert
op een schaamteloze manier te incasseren op het onverwachte succes
van ‘My Big Fat Greek Wedding’
verleden jaar – vervang de Grieken door Italianen et voilà
maar waar die eerdere film nog een onverhoopte dosis charme en
oprecht geestige momenten bevatte, moet deze het stellen met
operatisch uitgestootte dialogen die vergezeld gaan van voldoende
armgewapper om een klein vliegtuig de lucht mee in te helpen. Geen
twee films zijn nu eenmaal identiek.

Angelo Barberini (Luke Kirby), woont al dertig jaar onder de
verstikkende invloed van zijn dominante familie in de “Petit
Italie”-wijk van Montréal. Zijn ouders zijn vanuit Italië naar de
VS geëmigreerd en op de één of andere manier in dat “tweede
Amerika”, Canada terecht gekomen – ze zijn er zelf nog niet
helemaal uit hoe hen dàt precies is overkomen – maar ze leiden hun
leven en voeden hun kinderen op zoals ze dat thuis zouden hebben
gedaan. De enige manier om het ouderlijk huis te ontvluchten is,
zoals men dat dan mooi zegt, dead or wed. Angelo rebelleert
en gaat, onder luidkeels protest van zijn ouders, toch alleen
wonen. Niet veel later komt hij opnieuw in contact met een
jeugdvriend, Nino (Peter Miller), en de vonken vliegen: de twee
beginnen een gepassioneerde relatie.

Natuurlijk mogen hun ouders er niets van weten – alleen gaan
wonen is een schande voor de familie, homo zijn is een schande voor
de hele wereld – en Angelo en Nino blijven dan ook mooi in de kast
zitten onder het excuus dat ze enkel flatgenoten zijn. Na een
tijdje begint die leugen Angelo echter steeds meer te storen en
ondanks Nino’s bezwaren, besluit hij toch om zich te
outen.

Er zal ongetwijfeld wel een tijd zijn geweest toen dit soort van
materiaal als “gewaagd” werd beschouwd, maar gelukkig is dat
onderhand al wel even geleden. De homoseksualiteit van de
hoofdpersonages wordt hier dan ook niet zozeer gebruikt als een
thema waar iets mee gedaan wordt, maar eerder als een
plotmechanisme, iets dat de film op gang trekt. Iets dat de
personages, mensen die schijnbaar continu zitten te wachten op de
minste gelegenheid om te beginnen schreeuwen en tieren, een
onderwerp geeft om over te schreeuwen en tieren.
Regisseur/scenarist Emile Gaudreault doet z’n uiterste best om toch
maar vooral niemand op de tenen te trappen, door ervoor te zorgen
dat geen enkele grap in z’n film ten koste gaat van een
homoseksueel. In plaats daarvan gaan àlle grappen ten koste van de
Italiaanse gemeenschap en cultuur. Wat uiteraard wél oké is.

‘Mambo Italiano’ is van begin tot eind opgetrokken uit
karikaturen: de robuuste vader (Paul Sorvino, die ook al betere
dagen gekend heeft), spreekt al zijn teksten uit alsof hij in een
kwestie van seconden in gezang kan uitbarsten en gesticuleert
voldoende om al z’n tegenspelers continu van frisse lucht te
voorzien. Ginette Reno gaat al evenzeer over de top als la
mamma,
het soort matrone dat elke zaterdag na het stofzuigen,
terwijl de tomatensaus staat te pruttelen, gaat biechten en een
oneindige wrok kan koesteren tegenover al wie ooit een verkeerde
opmerking over haar huis of familie heeft gemaakt. Italianen zijn
levendige, geanimeerde mensen, ongetwijfeld, maar de exemplaren die
we hier voor de kiezen krijgen zijn ronduit hysterisch. Die figuren
horen niet thuis in een film, maar in een tekenfilmpje van de
Looney Tunes. Na Bugs Bunny en Daffy Duck misschien Irritating
Italian? Zó ver gaan ze over de top.

Gaudreault heeft het tijdens de eerste helft van z’n film
overigens moeilijk om enige samenhang in het verhaal te brengen –
45 minuten lang krijgen we niets anders dan een collage aan korte
scènes, sketches eigenlijk, die heel af en toe grappig zijn, maar
die ons nooit de gelegenheid geven om de personages te leren
kennen, en die de film nooit toelaten om een natuurlijk ritme te
ontwikkelen. Ik geloof echt niet dat er in die eerste helft één
scène zit die langer dan twee minuten duurt. Het blijven allemaal
korte fragmentjes, waarin enkel naar de punch-line van een grap
wordt toegewerkt – en eens we die hebben gehad, zitten we meteen in
het volgende fragment. Op die manier kun je geen film opbouwen –
zelfs een sitcom heeft meer nodig dan dat: uitgewerkte scènes,
dialogen die ergens naartoe leiden, situaties die worden opgebouwd
om vervolgens een pay-off te krijgen. Tijdens het laatste half uur
krijgen we die dingen wel (nuja, min of meer dan toch), maar dan is
het al te laat. Tegen die tijd is je interesse al lang
uitgedoofd.

Bovendien vindt de regisseur het ook nodig om het hele ding in
een geforceerd visueel jasje te steken. De enige kleuren die we te
zien krijgen, zijn geel, rood en oranje, en alle personages lijken
te wonen in een grotesk uit de hand gelopen ontwerp voor een
pizzatent. De slechte smaak druipt ervan af (Die beeldjes! Die
schilderijen! Die kleren!), alsof Italiaanse immigranten in de
nieuwe wereld er opzettelijk alles aan doen om toch maar elk
clichébeeld van zichzelf te bevestigen. Gaudreault beweegt zijn
camera constant, zelfs en vooral wanneer het niet nodig is, en weet
daarmee na een tijdje fameus op de zenuwen te werken. Zijn
jaartoelage aan push-ins (wanneer je de camera een kleine afstand
naar voren beweegt om de personages in close-up te krijgen), is bij
deze definitief opgebruikt.

Hier en daar zit er wel een leuk grapje in ‘Mambo Italiano’ –
Claudia Ferri als de drank- en pilverslaafde zus van Angelo heeft
een paar zeer geestige momenten – maar het blijft een druppel op
een hete plaat. Dit is en blijft een film die bulkt van de
culturele clichés, karikaturale personages en overspannen visuele
spielerei. Gaat u liever een goeie pizza eten.

http://www.mamboitalianomovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + negen =