Stage Fight

11 april 2004
Keerbergen

Door Philemon Niementhaler, de nonkel van Markus
Niementhaler

“Het gaat totaal de verkeerde kant op met onze jeugd, zeg dat ik
het gezegd heb! Er zijn geen zekerheden meer! Waar is immers de
tijd dat onze jeugdbewegingen nog vendelzwaaiend en in korte broek
doorheen het Vlaamsche land trokken om ‘den boozen Fransoos’ het
land uit te jagen en tegelijk op een goed blaadje te kunnen staan
bij meneer pastoor? Waar is de tijd dat de Heilige Maagd nog de
ultieme pin-upgirl was in onze slaapkamers, de natte droom van onze
fris gewassen, immer beleefde en met-twee-woorden-sprekende
jeugd-in-de-branding? De jeugd van vandaag stort zich in het
verderf! Ik heb het gisteren zelf gezien, in Keerbergen, waar de
plaatselijke Chiro-afdeling niets beter kon bedenken dan het
hoogfeest van Pasen te ontheiligen met een heus rockfestival! Een
festival, met alles erop en eraan; luide muziek, gebracht door
brallende, ongeschoren muzikanten, gehuld in tabaks- en wietdampen,
met een pils in de ene en hun instrument in de andere hand… Het
enige wat gisteren aan pasen deed denken waren de jongeren zelf,
met hun lange, ongewassen haren, hun baarden en hun slordige,
slobberende kleren leken ze zelf nog het meest van al op een
incarnatie van onze Heiland… En dan die orkesten! Er was er niet
één bij dat nog in onze schone Vlaamsche taal zong! Allemaal zongen
ze in dat platte taaltje dat we allemaal kennen van de films en
feuljetons, die onze geesten al enkele decennia bezoedelen via de
televisie. Ik heb het niet lang uitgehouden in Keerbergen, ik kon
het niet langer aanzien. Huilend ben ik de weide afgerend, op zoek
naar de kerk van Keerbergen, om de Heer persoonlijk op de hoogte te
brengen van deze wantoestanden…”

Geloof niet alles wat mijn nonkel Philemon allemaal vertelt! Hij is
NIET om zeven uur naar huis gerend omdat hij ‘het allemaal niet
meer kon aanzien’, maar simpelweg omdat hij op dat moment al
straalbezopen rondstrompelde over de wei en al een dozijn
minderjarige meisjes had lastig gevallen. Een discreet sms’je naar
de mensen van de security volstond om mijn zielige verwant te
ontzetten van het terrein, zodat ik me eindelijk ongestoord kon
concentreren op datgene waarvoor ik was gekomen, de muziek.

Door het gezeur van mijn oom had ik de eerste acts al gemist, op
het moment dat ik de draad oppikte, was op de ‘main stage’ de band
Sub.Science aan het werk. Dit viertal laat zich het best
omschrijven als een kruisbestuiving van Red Hot Chili Peppers met
Rage Against the Machine. Erg vernieuwend en origineel was hun
funkmetal niet, maar wel stevig en onderhoudend. De vier kennen de
knepen van het vak (tot en met de juiste podiumbewegingen die bij
deze muziek hoort), zijn perfect op elkaar ingespeeld en zullen
(hopelijk) nog heel wat potten breken deze zomer.
Elk zichzelf respecterend festival heeft tegenwoordig niet alleen
een hoofdpodium maar ook een ‘club’, zo ook Stage Fight dus.
Gelukkig was het terrein waarop de festiviteiten plaatsvonden niet
te groot, zodat we ons gewoon 180° dienden te draaien om onze
neuzen richting zijpodium te wenden. Daar besteeg het Brugse
Galope de bühne, om gedurende een dik halfuur de aanwezigen
te onderhouden met hun alt.country en americana, die enerzijds
neigde naar My Morning Jacket, Grandaddy, Neil Young (uiteraard,
zouden we bijna zeggen), maar tegelijk ook refereerde aan onze
fameuze Antwerpse muziekscene. De West-Vlamingen zijn op dit moment
nog geen ronkende naam, maar wij zijn ervan overtuigd dat zij
binnen dit en een jaar of twee niet meer weg te branden zullen zijn
van de radio en van de festivalpodia.
Na Galope was het de beurt aan de eerste zogeheten Grote Naam.
Tom Helsen, zilveren medaille van Humo’s Rock Rally in 1996
en trotse papa van twee mooie cd’s, speelde een thuiswedstrijd.
Gisteren trotseerde hij in zijn eentje de kou en deed hij een greep
uit zijn nu toch al rijke oeuvre. Uiteraard lag de nadruk op het
oudere werk met de hits ‘When Marvin Calls’, ‘Slowly’ en ‘Tom is
Doing Great’, maar af en toe kregen we ook al een voorsmaakje van
de nieuwe cd die mag verwacht worden in augustus. (Binnen drie
weken zal echter de nieuwe single, ‘Out of Something’ al in de
winkel liggen.) Ik had de indruk dat de reacties van het publiek
eerder lauw waren op de verrichtingen van Helsen, maar dat zal
eerder aan de kou gelegen hebben. Ik vond hem erg goed bij stem en
de nieuwe liedjes die hij speelde laten het beste vermoeden voor
zijn derde cd. Triggerfinger besteeg als voorlaatste het
hoofdpodium en was voor heel wat aanwezigen nog een grote
onbekende; voor wie zich een ‘beetje kenner’ durft noemen, was dat
natuurlijk de ideale gelegenheid om onwetende gezellen te imponeren
door de respectieve palmaressen van de groepsleden af te rammelen.
Het drietal had er wel zin in, ze begonnen meer dan vijf minuten
vroeger dan voorzien en sloten pas af na dik tien minuten
toegevoegde tijd. Wat we geserveerd kregen was een stevige portie
blues-, roots- en hardrock van de bovenste plank. Triggerfinger
heeft met Mario Goossens niet alleen de beste drummer ter wereld in
haar rangen, wanneer zanger-gitarist Ruben Block zijn duivels
ontbindt op het podium, dan dans je je zelfs op de koudste
Siberische vlakten in het zweet. Voeg daar dan nog eens
veteraan-van-vele-oorlogen, (gelegenheids)bassist Lange Polle Van
Bruysteghem bij, die het geheel voorziet van een ruwbouw waarop
hele kathedralen en wolkenkrabbers kunnen worden gebouwd… Dit was
niet gewoon goed, dit was megabangelijk goed!
Afsluiter Daan mocht even vóór middernacht het paasfeest
afsluiten. Voor het optreden begon was het even bang afwachten in
welke ge-daan-te we hem te zien en te horen zouden krijgen, want in
het verleden laveerde hij live al wel eens tussen geniaal en flauw.
We hadden geluk. Ook al was het geluid tijdens het eerste deel van
de set nog niet echt optimaal, Stuyven (die er weer bijliep alsof
hij regelrecht uit ‘Fantasy Island’ was weggelopen) en zijn band
haalden het onderste uit de kan en slaagden erin de verkleumde
aanwezigen aan het dansen te brengen. Hij praatte de nummers als
vanouds weer op zijn eigen, onweerstaanbaar grappige en laconieke
wijze aan elkaar, en strooide vervolgens de ene hit (‘Convertible
Chaos’, ‘Victory’… ) na de andere uit over het publiek.
Aanvankelijk was dat publiek nog enigszins terughoudend, vanaf
‘Swedish Designer Drugs’, halverwege de set, was het hek van de dam
en kon er niks mis meer lopen. ‘Swedish Designer Drugs’ was echt
wel hèt keerpunt van het optreden. Tevoren was Daan niet echt
stemvast en was de klank een beetje uit balans, erna zat alles snor
en leken de vier op het podium pas echt bevrijd en met meer
zelfvertrouwen te spelen. Het tweede deel was dan ook nagenoeg
perfect. Het mannenkoortje dat hij beloofde in een interview met
Deng kregen we gisteren niet te zien, en behalve ‘Victory’ stonden
er ook geen nieuwe nummers op de playlist. Het beste moet dus nog
komen, en we hopen dat dat niet te lang meer op zich laat wachten!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =