Platoon




Iedereen herinnert zich dat moment. Willem Dafoe die in slow motion een open plek in de jungle oploopt, tientallen Viëtnamese soldaten achter hem aan, die hem langzaam maar zeker aan flarden knallen. We zien hem geraakt worden, keer op keer, tot hij niet verder kan, en zich op z’n knieën laat zakken, zijn armen uitgestrekt naar de helikopter die hem achter heeft gelaten, of simpelweg naar de hemel. Ondertussen horen we het Adagio for strings op de soundtrack. Iedereen herinnert zich dit moment. Het is één van de redenen waarom ‘Platoon’ een klassieker is geworden.

Niet zozeer dat moment op zichzelf, maar wel de oprechtheid die erachter schuilt. Oliver Stone is zelf een Viëtnamveteraan, hij weet waar hij over praat, en gedurende de hele film krijg je een niet bepaald comfortabel gevoel dat we rechtstreeks in zijn herinneringen aan het tappen zijn, dat we toegang hebben gekregen tot het geheugen van iemand die geen leuke dingen heeft meegemaakt. Elke seconde knettert met Stones persoonlijke ervaringen, met het besef dat dit echt is gebeurd.

‘Platoon’ was niet de eerste Viëtnamfilm, maar wel de eerste die een dergelijk niveau aan realisme wist te bereiken. ‘The Deer Hunter’ ging in de eerste plaats over de trauma’s waarmee soldaten thuiskwamen, en spendeerde relatief weinig tijd in Viëtnam zelf. ‘Apocalypse Now’ was briljante cinema, en erg kritisch op het beleid dat de oorlog begonnen was, maar in hoge mate surrealistisch, symbolisch. ‘Platoon’ gooit alle symboliek overboord, is een zeer letterlijke film, die het ons probeert te tonen zoals het was: duister, smerig, angstaanjagend. Politieke ideeën worden slechts zeer oppervlakkig aangeraakt – de soldaten die ginder hun jaar moesten uitzitten, hadden maar weinig boodschap aan de machten die hen daar gekregen hadden. Hun enige zorg was te overleven. En Stone heeft met deze film geen enkele andere agenda dan duidelijk te maken hoe moeilijk dat wel was.

Hoofdfiguur in de film is Chris Taylor, gespeeld door Charlie Sheen als een duidelijke stand-in voor Stone. Net als de regisseur zelf, is Chris een hoog opgeleide jongen, die makkelijk onder de dienst uit had gekund, maar wilde proeven van het “echte leven”, het leven zoals anderen het leiden die minder bevoorrecht waren dan hij. Hij gaat vrijwillig voor het vaderland vechten in de brousse van Viëtnam. Een beslissing waar hij zeer snel spijt van zal hebben.

Lange marsen, gevechten met een onzichtbare vijand die overal en nergens kan zijn, mieren, slangen, hitte, vochtigheid… Alle elementen spannen samen om de soldaten in ‘Platoon’ op het randje van hun fysieke en mentale vermogens te brengen. Geen wonder dan, dat sommigen over het randje gaan. Sergeant Barnes (Tom Berenger), is al meer dan tien keer neergeschoten, maar leeft nog steeds, een zware bonk van een kerel, zijn gezicht bedekt met littekens. Hij beschouwt zichzelf als onsterfelijk en gedraagt zich dan ook navenant: als een god onder de mensen. Tegenover hem staat de humane, sympathieke sergeant Elias (Willem Dafoe), die op de één of andere manier erin geslaagd is z’n menselijkheid te bewaren.

Het conflict tussen Barnes en Elias, tussen de oorlogsduivel en de kracht van het goede, staat centraal in ‘Platoon’, en echoot door de hele film, op verschillende niveau’s. Tijdens een sleutelscène zien we hoe de soldaten een klein dorpje binnenvallen waar ze denken dat er wapens verborgen zijn. Stone laat die sequens tien ellendig lange minuten aanslepen – de Amerikanen laten zich helemaal gaan, al hun angst, al hun frustraties komen naar boven. Ze martelen de dorpsbewoners, Barnes zet z’n pistool tegen het hoofd van een kind, en uiteindelijk steken ze het hele dorpje in de fik. Dat hele stukje is moeilijk om naar te kijken, maar kijk hoe het afloopt: we zien diezelfde soldaten de kinderen wegdragen, niet om hen kwaad te doen, maar om hen weg te krijgen van het vuur dat hun dorp platlegt. Elk personage in ‘Platoon’, elke soldaat die we te zien krijgen, heeft een Barnes en een Elias in zich. De vraag is alleen welke de voorrang krijgt.

Oliver Stone geeft zijn film hier een ongekende intensiteit mee: het hele ding is doordrongen van vuile, groene en bruine kleuren, tot we bijna de indruk krijgen naar een zwart-wit film te kijken, met af en toe een geut kleur ertussen gegooid. En hij maakt van de actiescènes zeer bewust desoriënterende schouwspelen, waarin het nooit duidelijk is wie zich waar bevindt en wie op wie aan het schieten is. Het gebrek aan een choreografie voor de gevechten, zorgt ervoor dat we ons op geen enkel moment veilig kunnen voelen, want wie weet waar de volgende kogel vandaan komt? Op die manier wordt oorlog ontdaan van elke laatste notie van romantiek – het is geen eervol strijden, geen gevecht met een duidelijke vijand, maar eerder een loterij, waarin je overleven of sterven bepaald wordt door puur geluk. Het eindresultaat is dat ‘Platoon’ een zenuwslopende film is, waarin je continu probeert om duidelijk in focus te krijgen wat er precies gaande is tijdens de gevechtscènes, maar net wanneer je denkt dat je er een duidelijk beeld van hebt, verhuist Stone naar een ander deel van het slagveld. De kijker moet steeds verward blijven, de chaos van de oorlog moet duidelijk doordringen.

Charlie Sheen speelt een goeie rol als Chris, maar het zijn z’n twee vaderfiguren, Berenger en Dafoe, die de show stelen. Berenger zou nadien steeds meer wegzakken in straight to video-hell, Willem Dafoe is nog steeds een succesvol indie-acteur. Hier geven ze beide een onvergetelijke vertolking. Dafoe’s sterfscène is wellicht één van de meest memorabele in de filmgeschiedenis, en Berenger krijgt ruimschoots de gelegenheid om zijn Zuidelijke mannelijke charisma te laten gelden, en goed klinkende replieken te spuien, zoals: “You smoke that shit to escape from reality? I don’t need that shit. I am reality.” Voorwaar een deprimerende gedachte.

Dat ‘Platoon’ geen perfecte film is geworden, heeft te maken met de manier waarop de voice-over zich soms komt opdringen om dingen duidelijk te maken die we al lang begrepen hadden uit de beelden. ‘Someone once wrote: hell is the impossibility of reason.’ Wat dat in minder pretentieuze bewoordingen wil zeggen, is dat de oorlog een hel is. Chris z’n brieven aan z’n grootmoeder, waarin deze teksten fungeren, zijn strikt genomen overbodig, en vaak verwoord op een manier die niet past bij het bewust lelijke, down-to-earth realisme van de rest van de film.

Voor het overige is dit een immens indrukwekkende filmervaring – niet alleen ontzettend bekwaam gemaakt op een technisch niveau, maar bovenal voelbaar persoonlijk, een film die Stone moést maken of hij werd gek. We zien hier een regisseur twee uur lang worstelen met zijn eigen demonen, zijn eigen Barnes en Elias. Het is een volstrekt fascinerend schouwspel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 6 =